Officiële brief/correspondentie van de gemeente Amsterdam.
Origineel
Officiële brief/correspondentie van de gemeente Amsterdam. 22 augustus 1941. De Regeeringscommissaris voor Amsterdam (E.J. Voûte) en de Gemeentesecretaris (J. Franken). Den heer Th. Boeske, 1e Jan van der Heydenstraat 125 II, Amsterdam. № 15/1/3 M. 1941 25/8 [handgeschreven naam, mogelijk 'Matthieu']
L.M. 22 Augustus 1941.
757 -1941-
[handgeschreven tekst in rood/blauw potlood, onleesbaar paraaf/notitie]
Naar aanleiding van Uw brief van 17 Juli j.l. deel ik U mede, dat op de markten hier ter stede geen afzonderlijk bedrag wordt geheven voor het electrisch verlichten der kramen. Het marktgeld op de markten, waar die verlichting kan worden ontstoken is echter volgens de desbetreffende verordening hooger dan op de markten, waar geen electrische verlichting is aangebracht.
Het is voorts niet mogelijk restitutie te verleenen aan de plaatshouders naar verhouding van ieders vroeger verbruik, berekend over het bedrag aan stroomverbruik, dat in 1940 en in 1941 minder uitgegeven is dan in 1939, omdat slechts de totaalcijfers van het verbruik per markt bekend zijn, zoodat het individueele verbruik per koopman niet kan worden opgenomen.
VM De Regeeringscommissaris voor Amsterdam,
(get) Voûte
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. FRANKEN
den heer Th. Boeske,
1e Jan van der Heyden-
straat 125 II,
A_L_H_I_E_R (Z). Deze brief is een zakelijke afwijzing van een verzoek om restitutie van elektriciteitskosten door een marktkoopman (Th. Boeske). De kernpunten van de brief zijn:
1. Geen aparte heffing: Er bestaat geen specifieke factuur voor verlichting; de kosten zijn verwerkt in een verhoogd marktgeld voor locaties met elektrische aansluitingen.
2. Onmogelijkheid tot restitutie: De heer Boeske vroeg blijkbaar om een teruggaaf gebaseerd op een daling van het verbruik in 1940/1941 ten opzichte van 1939 (het laatste jaar voor de bezetting). De gemeente stelt dat zij geen individuele meters per kraam hebben, waardoor berekening van individuele teruggaven onmogelijk is.
3. Toon: De toon is formeel en bureaucratisch, kenmerkend voor gemeentelijke correspondentie uit die tijd. De brief dateert uit augustus 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Dit is terug te zien in de terminologie:
* Regeeringscommissaris: In 1941 werden de democratisch gekozen gemeenteraden door de bezetter ontbonden. De burgemeester kreeg de titel 'Regeringscommissaris' en kreeg nagenoeg dictatoriale bevoegdheden over de stad. Edward Voûte, die de brief ondertekent, was de pro-Duitse burgemeester van Amsterdam tijdens de oorlogsjaren.
* Oorlogseconomie: De vraag over het verminderde stroomverbruik in 1940 en 1941 is waarschijnlijk gerelateerd aan de oorlogsomstandigheden. Door de ingestelde verduisteringsmaatregelen en algemene schaarste mocht of kon er minder elektrisch verlicht worden op markten. Kooplui vonden het onrechtvaardig dat zij nog steeds het 'verhoogde' marktgeld betaalden voor een dienst die zij niet of nauwelijks konden gebruiken.
* Locatie: De geadresseerde woonde in de 1e Jan van der Heydenstraat in De Pijp, op loopafstand van de Albert Cuypmarkt, wat verklaart waarom hij als belanghebbende optrad in deze kwestie. Boeske vroeg (De heer) E.J. Vo J. Franken Gemeente Amsterdam