Administratieve inventarislijst / Memonotitie.
Origineel
Administratieve inventarislijst / Memonotitie. 19 december 1941. [Hoofdtitel]
Verlichtingsmateriaal
Albert Cuypstraat
[Tabeloverzicht]
| [Omschrijving] | oud model | nieuw model | bijstaan. | Opmerkingen |
| :--- | :---: | :---: | :---: | :--- |
| In marktkantoor (volgens magazijnboek) | 2 | 231 | 226 | Stand op 19 Dec 41 |
| Bij marktmeester | 15 | 15 | 15 | |
| Gevallen in onderzoek | - | 3 | 8 | |
| ~~Bij vaste plaatshouders~~ | - | 108 | 108 | |
| Totaal in omloop | 17 | 357 | 357 | |
| Maar aanwezig zijn | 17 | 356 | 357 | |
| Te veel | - | 1 | - | |
[Marginale notitie rechtsonder de tabel]
M. v. A. Cohen heeft twee mouwen N.H. ingeleverd, terwijl volgens opgave drie aanwezig moeten zijn. van .... [onleesbaar]
[Datering en ondertekening]
Amst. 19 Dec '41.
[Onduidelijke handtekening, mogelijk: v. Mourik / v. Mookhuizen]
[Losse notitie linksonder op geel papier]
Hoeveel vaste-plaatshouders zijn nog in het bezit van een snoer? Dit document betreft een gedetailleerde boekhouding van technisch materiaal ("verlichtingsmateriaal") dat werd gebruikt op de markt aan de Albert Cuypstraat in Amsterdam. Er wordt een strikt onderscheid gemaakt tussen een "oud model" en een "nieuw model". De tabel controleert of de fysieke voorraad ("Maar aanwezig zijn") overeenkomt met de administratie ("Totaal in omloop"). In dit geval wordt een overschot van één exemplaar van het nieuwe model geconstateerd.
De notitie over "A. Cohen" wijst op een individuele controle van ingeleverde materialen (hier omschreven als "mouwen N.H.", mogelijk beschermhoezen voor verlichting of marktkramen). Het feit dat er een verschil van één stuk wordt genoteerd, getuigt van de minutieuze bureaucratische controle die destijds op marktkooplieden werd uitgeoefend. De gele notitie vraagt specifiek naar de aanwezigheid van "snoeren" bij de vaste plaatshouders (kooplieden met een vaste staanplaats), wat suggereert dat men de elektrische infrastructuur in kaart aan het brengen was. De datum 19 december 1941 is historisch significant. Nederland bevond zich midden in de Duitse bezetting en de anti-Joodse maatregelen namen in deze periode drastisch toe. Sinds september 1941 waren Joodse marktkooplieden in Amsterdam gedwongen hun nering te verplaatsen naar speciaal aangewezen "Jodenmarkten". De Albert Cuypmarkt was voor de oorlog een plek waar veel Joodse ondernemers werkten.
Dit document weerspiegelt de toenemende bureaucratische wurggreep op de marktactiviteiten. De vermelding van de naam "A. Cohen" is typerend voor de wijze waarop de bezetter en het meewerkende gemeentelijke apparaat (zoals het Marktwezen) de bezittingen en verplichtingen van Joodse Amsterdammers registreerden. Dergelijke administratieve precisie was vaak de opmaat naar verdere uitsluiting, onteigening en uiteindelijk deportatie. Het document illustreert hoe de Holocaust in Nederland niet alleen uit geweld bestond, maar ook uit een fijnmazig netwerk van administratieve controles.