Archief 745
Inventaris 745-346
Pagina 159
Dossier 92
Jaar 1941
Stadsarchief

Archiefdocument

2 Januari 1941.

Origineel

2 Januari 1941. 17/1/1 M

Extra (handgeschreven)

D/G.

2 Januari 1941

Wyziging Reglement
Centrale Markt.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Hiermede heb ik de eer voor het volgende Uw aandacht te vragen.

Krachtens artikel 14 van het Reglement op de Centrale Markt worden plaatsen uitgegeven, voor zoover de beschikbare ruimte dit toelaat, aan personen, wien toegang tot de Centrale Markt wordt verleend en die zich als gegadigde opgeven by den directeur van het Marktwezen of den door dezen aan te wyzen ambtenaar.

De grossier A.Ootjers, wien als verkooper toegang tot de Centrale Markt is verleend, heeft van Januari tot en met Augustus 1940 een maandplaats bezet in de hal; Ootjers komt zelf nooit op de markt; als personeel van Ootjers stond op deze plaats de zoon J.Ootjers. Ootjers Jr. verkreeg einde Augustus een groothandelserkenning van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale en bezet sedertdien als zelfstandig grossier een plaats op de markt. Ootjers Sr. nam daarop zyn schoonzoon, Wagenaar, als personeel in dienst en deze bezet thans de plaats, omdat Ootjers Sr. ook thans niet ter markt komt. Een overeenkomstig geval doet zich voor by den grossier D.Leegwater. Leegwater huurde voor het jaar 1940 pakhuis A 7 op de Centrale Markt; zyn zoon is als personeel by hem in dienst en dryft de zaken in dit pakhuis, daar Leegwater Sr. nimmer op de markt komt; sedert September jl. bezet Leegwater Sr. bovendien een plaats op de markt, waar een andere zoon van hem, wien eveneens als personeel toegang tot de Centrale Markt is verleend, zoogenaamd op naam van zyn vader, zaken dryft. Op deze wyze kunnen dus grossiers, die zelf nimmer ter markt komen, voor personen toegang tot de markt verkrygen, die, zy het gecamoufleerd, zelfstandig zaken dryven, hoewel zy niet in het bezit zyn van de vereischte erkenning der Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale. Bovendien kan op deze wyze het aantal verkoopers ongehinderd worden uitgebreid, hetgeen, zooals U bekend is, ongewenscht wordt geacht en tot moeilykheden met den handel aanleiding kan geven. Formeel kan ik hiertegen aan de hand van artikel 1 niet optreden, omdat deze personen als personeel toegang tot de Centrale Markt verkrygen. Wel moeten zy, krachtens artikel 4 van vorengenoemd Reglement, ten Dit document is een ambtelijk schrijven gericht aan de Wethouder voor de Levensmiddelen (waarschijnlijk van de gemeente Amsterdam, gezien de verwijzing naar de "Centrale Markt"). De schrijver signaleert een maas in de wetgeving van het marktreglement.

De kern van de klacht is dat gevestigde grossiers (zoals de genoemde heren Ootjers en Leegwater) hun vergunning gebruiken om familieleden (zoons, schoonzoons) een plek op de markt te geven onder het mom van "personeel". In werkelijkheid drijven deze familieleden zelfstandig handel, vaak zonder de benodigde officiële erkenning van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale.

De tekst benadrukt de "gecamoufleerde" aard van deze handelwijze en waarschuwt voor een ongecontroleerde groei van het aantal handelaren op de markt, wat tot economische frictie kan leiden. De schrijver geeft aan dat hij juridisch machteloos staat ("Formeel kan ik hiertegen... niet optreden") vanwege de huidige formulering van de artikelen in het reglement. Het document dateert van januari 1941, vroege oorlogsjaren in Nederland. Tijdens de Duitse bezetting werd de handel in levensmiddelen, waaronder groenten en fruit, steeds strakker gereguleerd via instanties zoals de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGF).

Deze organisatie was onderdeel van de ordening van het bedrijfsleven onder toezicht van de bezetter. Het feit dat handelaren probeerden de regels te omzeilen door familieleden als personeel aan te stellen, duidt op een poging om de strenge vergunningseisen en contingenteringen te ontduiken. Het document illustreert de spanning tussen de formele bureaucratische controle en de informele netwerken van de handel op de Centrale Markt in crisistijd.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk schrijven gericht aan de Wethouder voor de Levensmiddelen (waarschijnlijk van de gemeente Amsterdam, gezien de verwijzing naar de "Centrale Markt"). De schrijver signaleert een maas in de wetgeving van het marktreglement.

De kern van de klacht is dat gevestigde grossiers (zoals de genoemde heren Ootjers en Leegwater) hun vergunning gebruiken om familieleden (zoons, schoonzoons) een plek op de markt te geven onder het mom van "personeel". In werkelijkheid drijven deze familieleden zelfstandig handel, vaak zonder de benodigde officiële erkenning van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale.

De tekst benadrukt de "gecamoufleerde" aard van deze handelwijze en waarschuwt voor een ongecontroleerde groei van het aantal handelaren op de markt, wat tot economische frictie kan leiden. De schrijver geeft aan dat hij juridisch machteloos staat ("Formeel kan ik hiertegen... niet optreden") vanwege de huidige formulering van de artikelen in het reglement.

Historische Context

Het document dateert van januari 1941, vroege oorlogsjaren in Nederland. Tijdens de Duitse bezetting werd de handel in levensmiddelen, waaronder groenten en fruit, steeds strakker gereguleerd via instanties zoals de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGF).

Deze organisatie was onderdeel van de ordening van het bedrijfsleven onder toezicht van de bezetter. Het feit dat handelaren probeerden de regels te omzeilen door familieleden als personeel aan te stellen, duidt op een poging om de strenge vergunningseisen en contingenteringen te ontduiken. Het document illustreert de spanning tussen de formele bureaucratische controle en de informele netwerken van de handel op de Centrale Markt in crisistijd.

Kooplieden in dit dossier 78

A. Bouwmeester Uilenburg idem
A. Bouwmeester Uilenburg idem
A. Hagenaar Zwanenburgwal ziet geen kans momenteel zijn brood op de markt te verdienen
Aäron van Praag Uilenburg blijft voorloopig in steun
Bijdrage voor het luchtbeschermingsongevallenfonds
C. Heilbron meerdere Kan voorloopig plaats niet innemen. Geen handel.
C. Heilbron meerdere Kan voorloopplaats niet innemen. Geen handel. *34 Amb*
C.H. Roelofs Uilenburg idem
C. van Kampen Uilenburg idem
v. Kampen Uilenburg idem
D.A. Overmars Waterlooplein idem
D.A. Overmars Waterlooplein idem *11/6 - Amb 95*
E. Gokkes Uilenburg idem
E. Gokkes Uilenburg idem
E. Korthoef Uilenburg idem
G.A. Mol Uilenburg idem
G.C. Borgman Nieuwmarkt idem
G.C. Borgman Nieuwmarkt idem *P.D. 35*
G.H. Tap Uilenburg idem
G.H. Tap Uilenburg idem
G.S. Tonglet Waterlooplein idem
H.H. Passchier meerdere Blijft in steun.
H.H. Passchier meerdere Blijft in steun. *35 Amb*
H. Schouten Waterlooplein idem
H. Schouten Waterlooplein idem
B.H. Bluhm Uilenburg idem
I.B.H. Bluhm *onb* Uilenburg idem *25/1-68. Wanth. b. 78 I*
J.C. Serrarens Uilenburg idem
J.C. Serrarens Uilenburg idem
Alle 78 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 1