Handgeschreven brief/notitie.
Origineel
Handgeschreven brief/notitie. 29 maart 1941. E. Fransman, nw Uilenburgerstr 12 II, Amsterdam. Geachte Heer M. Turp (mogelijk een functionaris van het marktwezen). 29-3-1941
Geachte Heer M. Turp
In antwoord op
U schrijven van
20 dezer, bericht ik
U hiermede dat
het niet bezetten
van zijn markt-
plaats, zijn oorzaak
vind, daar hij naar
Duitschland wegge-
voerd is.
Hoogachtend
E. Fransman
nw Uilenburgerstr 12 II
A’dam Het document is een zakelijke, maar aangrijpende mededeling van een inwoner van Amsterdam aan een functionaris (waarschijnlijk van de Marktwezen-administratie). De afzender, E. Fransman, reageert op een brief van 20 maart over een onbezette marktplaats.
De verklaring voor de afwezigheid van de marktkraamhouder is kort en feitelijk: de persoon in kwestie is "naar Duitschland weggevoerd". Het handschrift is duidelijk en de toon is formeel, wat de ernst van de mededeling benadrukt. Het gebruik van het woord "weggevoerd" duidt op een gedwongen vertrek. De brief is gedateerd op 29 maart 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland en slechts een maand na de Februaristaking. De staking was een protest tegen de eerste razzia's en de behandeling van de Joodse bevolking in Amsterdam.
De adresgegevens van de afzender (Nieuwe Uilenburgerstraat 12) plaatsen dit document direct in het hart van de toenmalige Jodenbuurt van Amsterdam. De mededeling dat iemand is "weggevoerd" in maart 1941 is historisch zeer significant. Hoewel de grootschalige deportaties naar de vernietigingskampen pas in de zomer van 1942 begonnen, werden er na de onlusten in februari 1941 al honderden Joodse mannen opgepakt en weggevoerd, onder andere naar de concentratiekampen Buchenwald en Mauthausen. Dit document is een direct bewijs van de bureaucratische afwikkeling van de menselijke tragedies die zich op dat moment in de stad voltrokken. E. Fransman M. Turp Marktwezen
Samenvatting
Het document is een zakelijke, maar aangrijpende mededeling van een inwoner van Amsterdam aan een functionaris (waarschijnlijk van de Marktwezen-administratie). De afzender, E. Fransman, reageert op een brief van 20 maart over een onbezette marktplaats.
De verklaring voor de afwezigheid van de marktkraamhouder is kort en feitelijk: de persoon in kwestie is "naar Duitschland weggevoerd". Het handschrift is duidelijk en de toon is formeel, wat de ernst van de mededeling benadrukt. Het gebruik van het woord "weggevoerd" duidt op een gedwongen vertrek.
Historische Context
De brief is gedateerd op 29 maart 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland en slechts een maand na de Februaristaking. De staking was een protest tegen de eerste razzia's en de behandeling van de Joodse bevolking in Amsterdam.
De adresgegevens van de afzender (Nieuwe Uilenburgerstraat 12) plaatsen dit document direct in het hart van de toenmalige Jodenbuurt van Amsterdam. De mededeling dat iemand is "weggevoerd" in maart 1941 is historisch zeer significant. Hoewel de grootschalige deportaties naar de vernietigingskampen pas in de zomer van 1942 begonnen, werden er na de onlusten in februari 1941 al honderden Joodse mannen opgepakt en weggevoerd, onder andere naar de concentratiekampen Buchenwald en Mauthausen. Dit document is een direct bewijs van de bureaucratische afwikkeling van de menselijke tragedies die zich op dat moment in de stad voltrokken.