Getypte brief op grijsachtig papier.
Origineel
Getypte brief op grijsachtig papier. 15 mei 1941. D/HG.
extra
den Heer F. Witsenhausen,
Houtkoopersdwarsstraat 6,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 2.
17/2/7 M.
15 Mei 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 8 dezer verleen ik U hierbij in verband met de U verleende ondersteuning tot uiterlijk 1 Juni a.s. uitstel van de verplichting tot het bezetten van Uw plaats op de markt Westerstraat.
De Directeur, Deze brief is een officiële mededeling aan de heer F. Witsenhausen. De afzender, waarschijnlijk een gemeentelijke instantie (zoals de Marktwezen of een sociale dienst), reageert op een brief van 8 mei 1941.
De kern van de boodschap is dat de heer Witsenhausen uitstel krijgt voor de verplichting om zijn marktplaats op de Westerstraat in te nemen. Dit uitstel geldt tot 1 juni 1941 en is direct gekoppeld aan de "ondersteuning" (financiële steun of bijstand) die hij op dat moment ontvangt. Marktkooplieden waren doorgaans verplicht hun standplaats fysiek te bezetten om hun recht daarop te behouden; deze brief verleent daarvoor een tijdelijke dispensatie. De datum van de brief, 15 mei 1941, is cruciaal voor de historische context. Nederland was op dat moment een jaar bezet door nazi-Duitsland. De anti-Joodse maatregelen namen in deze periode in hevigheid toe.
- De ontvanger: De achternaam Witsenhausen en het adres in de Houtkoopersdwarsstraat (gelegen in de voormalige Jodenbuurt van Amsterdam) wijzen erop dat de ontvanger Joods was.
- De markt: De Westerstraatmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten in Amsterdam. In 1941 werden Joodse marktkooplieden steeds vaker gedwarsboomd of beperkt in hun handel door nieuwe verordeningen van de bezetter.
- Ondersteuning: Veel Joodse Amsterdammers werden door de bezettingsmaatregelen uit hun beroep gedreven, waardoor zij afhankelijk werden van sociale ondersteuning (steun).
- Historische betekenis: Kort na de datum van deze brief, in de zomer en herfst van 1941, werd het Joden verboden om nog op reguliere markten te staan. Zij werden verbannen naar specifieke "Jodenmarkten". Dit document illustreert een moment in de bureaucratische afhandeling van iemands levensonderhoud vlak voordat de situatie voor de Joodse bevolking in Amsterdam drastisch zou verslechteren. F. Witsenhausen Marktwezen
Samenvatting
Deze brief is een officiële mededeling aan de heer F. Witsenhausen. De afzender, waarschijnlijk een gemeentelijke instantie (zoals de Marktwezen of een sociale dienst), reageert op een brief van 8 mei 1941.
De kern van de boodschap is dat de heer Witsenhausen uitstel krijgt voor de verplichting om zijn marktplaats op de Westerstraat in te nemen. Dit uitstel geldt tot 1 juni 1941 en is direct gekoppeld aan de "ondersteuning" (financiële steun of bijstand) die hij op dat moment ontvangt. Marktkooplieden waren doorgaans verplicht hun standplaats fysiek te bezetten om hun recht daarop te behouden; deze brief verleent daarvoor een tijdelijke dispensatie.
Historische Context
De datum van de brief, 15 mei 1941, is cruciaal voor de historische context. Nederland was op dat moment een jaar bezet door nazi-Duitsland. De anti-Joodse maatregelen namen in deze periode in hevigheid toe.
- De ontvanger: De achternaam Witsenhausen en het adres in de Houtkoopersdwarsstraat (gelegen in de voormalige Jodenbuurt van Amsterdam) wijzen erop dat de ontvanger Joods was.
- De markt: De Westerstraatmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten in Amsterdam. In 1941 werden Joodse marktkooplieden steeds vaker gedwarsboomd of beperkt in hun handel door nieuwe verordeningen van de bezetter.
- Ondersteuning: Veel Joodse Amsterdammers werden door de bezettingsmaatregelen uit hun beroep gedreven, waardoor zij afhankelijk werden van sociale ondersteuning (steun).
- Historische betekenis: Kort na de datum van deze brief, in de zomer en herfst van 1941, werd het Joden verboden om nog op reguliere markten te staan. Zij werden verbannen naar specifieke "Jodenmarkten". Dit document illustreert een moment in de bureaucratische afhandeling van iemands levensonderhoud vlak voordat de situatie voor de Joodse bevolking in Amsterdam drastisch zou verslechteren.