Brief/Memorandum (typschrift met handgeschreven kanttekeningen).
Origineel
Brief/Memorandum (typschrift met handgeschreven kanttekeningen). 30 mei 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Markt- of Voedselvoorzieningsdienst). [Boven links, handgeschreven in inkt:]
Monden 30/5-'41.
[Boven rechts, handgeschreven in inkt:]
In. M. de Haan
HG.
[Getypte tekst:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
17/2/8 M. 1 30 Mei 1941.
Toepassing artikel 11c
Reglement op de Markten.
Ten vervolge op mijn brief d.d. 4 April jl. (No.17/2/5 M.)
heb ik de eer U in bijlage dezes een achttiende opgave te doen ge-
worden van personen, die langer dan vier achtereenvolgende maanden
hun vaste plaats op de markten niet hebben bezet, op grond van het
feit, dat het hun wegens verleende ondersteuning niet was toegestaan
hun zaken te doen en voor wie ik voornemens ben artikel 11c van het
Reglement op de Markten toe te passen.
Ten aanzien van de op de onderhavige lijst voorkomende per-
sonen is de gedragslijn gevolgd omschreven in mijn brief d.d. 8
Maart 1937 (No.17/5/1 M.), waaraan U, blijkens Uw apostille d.d. 10
April 1937 No.330 L.M.1936 wel Uw goedkeuring heeft willen hechten.
De Directeur, In dit document rapporteert de directeur aan de wethouder over marktkooplieden die hun vaste standplaats al meer dan vier maanden niet hebben gebruikt. De reden hiervoor is opmerkelijk: deze personen ontvingen "ondersteuning" (sociale bijstand of werkloosheidsuitkering). Destijds was het vaak verboden voor mensen met een uitkering om eigen zaken te drijven of handel te drijven.
Vanwege deze langdurige afwezigheid stelt de directeur voor om artikel 11c van het Markreglement toe te passen. Dit artikel hield waarschijnlijk in dat de standplaatsvergunning verviel bij langdurig ongebruik. De directeur benadrukt dat dit proces in lijn is met een reeds in 1937 vastgesteld beleid. Het document is gedateerd op 30 mei 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De administratieve structuur bleef in deze periode grotendeels intact, maar de regels rondom voedselvoorziening en marktwezen werden steeds strenger. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" had een cruciale rol in de stadsorganisatie tijdens de oorlogsjaren, gezien de schaarste en de invoering van de distributie. De koppeling tussen het recht op een marktplaats en het ontvangen van staatssteun toont aan hoe strikt de controle was op het inkomen en de bezigheden van de burgers.