Ambtelijke brief / memorandum
Origineel
Ambtelijke brief / memorandum De Directeur voor Sociale Zaken (Amsterdam) [Gedrukte koptekst:]
Model 416 Nº 373 S.Z. 1941 ^18/7
Brief No. C. 352 Volgno. 1 Datum: 16 Juli 1941.
[Getypte tekst:]
dat hij een half jaar niet mocht werken. De man is vooruitgaande en hoopt binnenkort weder zijn werk te kunnen hervatten. Intrekking zijner vergunning komt mij niet gewenscht voor.
(41160). S. Goedel, 3e Oosterparkstraat 195 I,
Het geneeskundig onderzoek omtrent dezen man is nog niet beëindigd, in verband waarmede omtrent hem nog niet kan worden geadviseerd. [Handgeschreven toevoeging in inkt: zie 172/nadere/28]
De kooplieden E. Gokkes en J. Druyff zijn bij mijn Dienst onbekend.
Ik maak van deze gelegenheid gebruik U te melden, dat uit de bij mijn Dienst ingestelde onderzoeken is gebleken, dat een tweetal personen, in het bezit van een ventvergunning, niet meer in staat zijn hun beroep uit te oefenen. Het betreft A.B. van de Brande, geboren 8 September 1882, wonende Spaarndammerdijk 629, no. 95305. Volgens attest van den Gemeentelijken Geneeskundigen- en Gezondheidsdienst is deze "blijvend niet-valide als venter", evenals W.A.F. Haagedoorn, geboren 5 Maart 1880, wonende Frederik Hendrik Plantsoen 4 II, (46214), over wien een zelfde attest binnenkwam.
Hun ventvergunningen kunnen m.i. worden ingetrokken.
[Ondertekening:]
DE DIRECTEUR VOOR SOCIALE ZAKEN,
[Signatuur: Krantz]
[Handgeschreven kantlijnnotities links:]
ingetrokken 11-8-'41.
Gokkes "18" is afgevoerd.
Druyff is in Z.H. Dit document is een ambtelijk advies van de Directeur van de Dienst Sociale Zaken in Amsterdam (waarschijnlijk gericht aan de afdeling Marktwezen of de politie). Het betreft de administratieve afhandeling van ventvergunningen (vergunningen om op straat handel te drijven).
Er worden drie situaties behandeld:
1. S. Goedel: Er wordt geadviseerd de vergunning nog niet in te trekken omdat de man herstellende is, al is het medisch onderzoek nog gaande.
2. E. Gokkes en J. Druyff: Deze personen zijn onbekend bij Sociale Zaken, wat suggereert dat er een controle plaatsvond op de rechtmatigheid van hun handel. Uit de kantlijn blijkt dat Gokkes later is "afgevoerd" en Druyff in het ziekenhuis (Z.H.) lag.
3. A.B. van de Brande en W.A.F. Haagedoorn: Voor hen wordt actieve intrekking van de vergunning geadviseerd omdat zij door de GG&GD "blijvend niet-valide" zijn verklaard.
De taal is formeel-ambtelijk ("m.i." voor mijns inziens, "zijner", "omtrent dezen man"). Het document dateert van juli 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode vond een verscherpt toezicht plaats op de economische activiteiten van burgers, in het bijzonder van Joodse Amsterdammers.
Hoewel het document spreekt over medische validiteit, is de context van de Jodenvervolging hier zeer relevant. Namen als Goedel, Gokkes en Druyff zijn veelvoorkomende namen binnen de Joodse gemeenschap van Amsterdam, die traditioneel sterk vertegenwoordigd was in de straathandel. Vanaf 1941 werden Joodse venters stelselmatig uit het economische leven geweerd door het intrekken van vergunningen of het beperken van hun bewegingsvrijheid. De aantekening "ingetrokken 11-8-'41" in de kantlijn laat zien dat de administratieve molen de adviezen uit de brief snel opvolgde.