Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen en stempels.
Origineel
Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen en stempels. 16 juli 1941. Gemeentelijk Bureau voor Sociale Zaken (Reguliersdwarsstraat 65-71, Amsterdam). [Header / Stempels]
№ 373 S.Z. 1941 18/7
Ha/WB
Sociale Zaken
Gemeentelijk Bureau voor [geanonimiseerde tekst]
Amsterdam (Centrum), Reguliersdwarsstraat 65-71
Amsterdam Centrum
Reguliersdwarsstraat 65-71
Telefoon 38100.
Verzoeke bij beantwoording datum en nummer van dezen brief te vermelden
Letter: C.
Nr: 352
bijlagen 2
Datum: 16 Juli 1941.
[Adressering]
Aan den Heer Wethouder voor de Sociale Zaken,
Raadhuis, O.Z. Voorburgwal 199,
AMSTERDAM-C.
[Handgeschreven kanttekeningen in de linkermarge]
* gezien [paraaf]
* acc [paraaf]
* m. miskenning / Inl.: “Niet afvoeren”.
* H. Schouten: Circ 30/6 / weer geweerd.
* genoteerd [paraaf]
* * afgevoerd 21/7 [paraaf]
[Inhoud brief]
Met terugzending van het schrijven van den Directeur van het Marktwezen betreffende een opgave van personen, die ingevolge artikel 11c van het reglement op de markten hun plaats op de markten verliezen, mij toegezonden bij Uw kantbeschikking dd. 9 Juni jl. No.373 S.Z. 1941, heb ik de eer U het volgende te berichten:
Van de personen op bijgaande lijst genoemd, hebben W. Schep, wonende 3e Egelantiersdwarsstraat 10 I S.Z. No.17928 en C. Heilbron, Commelinstraat 28, S.Z. no.84684, hun plaatsen inmiddels weder ingenomen.
De kooplieden A. Bouwmeester, 2e Tuindwarsstraat 14 II (in fruit), no.80374, J.C. Serrarens, Wingerdweg 281 huis, (in bloemen), no.139005, H. Schouten, 2e Goudsbloemdwarsstraat 10 II (in groenten), no.67118 en G.H. Tap, de Wittenstraat 127 huis, (in fruit), no.95069, allen werkende in de Werkverruiming, zijn op het oogenblik niet in steun en kunnen dus hun plaatsen m.i. zonder bezwaar weder innemen. Zij kunnen m.i. voor de keus gesteld worden van hun vergunning gebruik te gaan maken of deze anders in te leveren.
De kooplieden in manufacturen C. van Kampen, Vechtstraat 70 II (196421), J.W. van Beeren, Danie Theronstraat 38 I (190138) en J. Waagenaar, Albert Cuypstraat 191 II (174175) kunnen door distributiemaatregelen momenteel hun handel niet hervatten. Zoo hun, als de mogelijkheden voor hen weder grooter zijn, opnieuw de vergunning wordt uitgereikt, is er m.i. geen bezwaar tijdelijk over deze vergunningen te beschikken.
H.H. Passchier, wonende Wagenaarstraat 32 III (160080), heeft slechts enkele maanden gehandeld, eerst in huishoudelijke artikelen, later in groente. Door distributiemaatregelen zou hij daarin volgens opgave niet geslaagd zijn, maar hoofdzaak lijkt mij wel gemis aan vakkennis etc. Vóór Juni 1940 had hij, voor zoover
Model 408. 10.000-8-'40
--- * Kernonderwerp: De brief handelt over de rechtmatigheid van het behoud van marktstandplaatsen voor kooplieden die (tijdelijk) gestopt zijn met hun handel. Dit wordt getoetst aan "artikel 11c van het reglement op de markten".
* Sociale context: Er is een directe link tussen de economische positie van de kooplieden en de gemeentelijke sociale zorg. Kooplieden die in de "Werkverruiming" (werkverschaffing voor werklozen) terechtkwamen, verloren vaak hun standplaats. De brief adviseert wie zijn plek mag behouden en wie niet.
* Oorlogsinvloeden: De term "distributiemaatregelen" verwijst naar de schaarste en rantsoenering tijdens de Duitse bezetting, waardoor vooral handelaren in manufacturen (textiel) hun werk niet konden uitoefenen.
* Beoordeling van individuen: De ambtenaar velt een hard oordeel over H.H. Passchier, wiens falen niet alleen aan de oorlog maar ook aan een "gemis aan vakkennis" wordt toegeschreven.
* Handgeschreven toevoegingen: De kanttekening "Niet afvoeren" bij H. Schouten duidt op een administratieve correctie; hoewel hij eerder "geweerd" was, mocht hij blijkbaar toch op de lijst blijven staan.
--- Dit document stamt uit juli 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Amsterdam stond onder streng toezicht, ook op economisch vlak. De marktverordeningen werden strikt gehandhaafd om te voorkomen dat standplaatsen onbezet bleven terwijl de economische nood hoog was.
Opvallend is de vermelding van namen als C. Heilbron en J. Waagenaar. Gezien de periode en de aard van de administratie (Sociale Zaken hield in deze jaren ook aparte registers bij van Joodse steuntrekkers), is dit document van belang voor genealogisch onderzoek en onderzoek naar de economische uitsluiting van specifieke groepen Amsterdammers tijdens de Tweede Wereldoorlog, hoewel de brief zelf een algemeen bestuursrechtelijk karakter lijkt te hebben. A. Bouwmeester C. Marktwezen