Archief 745
Inventaris 745-346
Pagina 322
Dossier 55
Jaar 1941
Stadsarchief

Archiefdocument

22 april 1941. Van: De Directeur van Publieke Werken (getekend: De Graaf).

Origineel

22 april 1941. De Directeur van Publieke Werken (getekend: De Graaf). No.18/4/11 M.1941 AFSCHRIFT. No.1007 L.M.1940 No.19/3 P.W.1941.

DIENST DER PUBLIEKE
WERKEN AMSTERDAM. Amsterdam, 22 April 1941.

Onderwerp: Verleenen van
standplaatsvergunningen
omgeving Camperstraat.
Aan den Heer Wethouder P.W.
Antw.op No.19/3 P.W.
d.d. 14 Maart 1941.

No. Doss.215 Bs.

             Onder terugzending der bijlagen in zake het uitgeven

van vaste standplaatsen aan venters, die regelmatig in de Camper-
straat en omgeving plegen te venten, bericht ik U het volgende.
Met het wijzigen van de verkeerssituatie in de Ruysch-
straat, waarvan in de derde alinea van het rapport van den Direc-
teur van het Marktwezen d.d. 27 Februari 1941, No.18/4/7 M. sprake
is, is bereids een aanvang gemaakt.
Momenteel kunnen in de Ruyschstraat, waar verschillende
werken worden uitgevoerd, geen standplaatsen worden uitgegeven.
Voor de gegadigden, alsmede voor de bestaande standplaatshouders
in de Ruyschstraat, ware naar andere punten m te zien.
Tegen het verleenen van de overige op staat I genoemde
standplaatsvergunningen bestaat bij mij geen bezwaar.
Alle genoemde plaatsen zijn openbare gemeentegrond.

                                        De Directeur P.W.

                                        w.g. De Graaf. In dit document adviseert de Directeur van Publieke Werken de Wethouder over de uitgifte van standplaatsvergunningen voor straatventers in de Amsterdamse Oosterparkbuurt. De kernpunten zijn:
  1. Herinrichting: Er is een aanvang gemaakt met de wijziging van de verkeerssituatie in de Ruyschstraat, conform een eerder rapport van de Directeur van het Marktwezen.
  2. Beperkingen: Vanwege de lopende werkzaamheden in de Ruyschstraat kunnen daar momenteel geen standplaatsen worden toegekend. Bestaande houders en nieuwe aanvragers moeten elders een plek zoeken.
  3. Akkoord voor overige locaties: De Directeur heeft geen bezwaar tegen het verlenen van vergunningen op de overige voorgestelde locaties (vermeld op een bijgevoegde 'staat I'), aangezien deze zich op openbare gemeentegrond bevinden.

Het taalgebruik is formeel-ambtelijk, kenmerkend voor de vroege 20e eeuw (bijv. "in zake", "bereids", "ware naar andere punten om te zien"). Dit document dateert van april 1941, bijna een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief op het eerste gezicht een routineuze administratieve kwestie over stadsplanning en marktbeheer lijkt, is de historische context van belang:

  • Locatie: De Camperstraat en Ruyschstraat liggen in de Oosterparkbuurt. In deze periode woonde hier een aanzienlijke Joodse bevolking. Veel Joodse Amsterdammers waren voor hun levensonderhoud afhankelijk van de straathandel.
  • Regulering: Tijdens de bezetting werden talloze verordeningen ingevoerd die de bewegingsvrijheid en economische mogelijkheden van Joden steeds verder inperkten. Hoewel dit specifieke document niet expliciet over afkomst spreekt, past het strikt reguleren van standplaatsen in een breder patroon van toenemende overheidscontrole op de openbare ruimte.
  • Continuïteit van bestuur: Het document laat zien hoe de gemeentelijke bureaucratie onder de bezetting 'gewoon' door bleef functioneren, waarbij infrastructurele projecten en vergunningverlening volgens de geldende regels werden afgehandeld. De Graaf was in die periode een hoge functionaris bij Publieke Werken.

Samenvatting

In dit document adviseert de Directeur van Publieke Werken de Wethouder over de uitgifte van standplaatsvergunningen voor straatventers in de Amsterdamse Oosterparkbuurt. De kernpunten zijn:

  1. Herinrichting: Er is een aanvang gemaakt met de wijziging van de verkeerssituatie in de Ruyschstraat, conform een eerder rapport van de Directeur van het Marktwezen.
  2. Beperkingen: Vanwege de lopende werkzaamheden in de Ruyschstraat kunnen daar momenteel geen standplaatsen worden toegekend. Bestaande houders en nieuwe aanvragers moeten elders een plek zoeken.
  3. Akkoord voor overige locaties: De Directeur heeft geen bezwaar tegen het verlenen van vergunningen op de overige voorgestelde locaties (vermeld op een bijgevoegde 'staat I'), aangezien deze zich op openbare gemeentegrond bevinden.

Het taalgebruik is formeel-ambtelijk, kenmerkend voor de vroege 20e eeuw (bijv. "in zake", "bereids", "ware naar andere punten om te zien").

Historische Context

Dit document dateert van april 1941, bijna een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief op het eerste gezicht een routineuze administratieve kwestie over stadsplanning en marktbeheer lijkt, is de historische context van belang:

  • Locatie: De Camperstraat en Ruyschstraat liggen in de Oosterparkbuurt. In deze periode woonde hier een aanzienlijke Joodse bevolking. Veel Joodse Amsterdammers waren voor hun levensonderhoud afhankelijk van de straathandel.
  • Regulering: Tijdens de bezetting werden talloze verordeningen ingevoerd die de bewegingsvrijheid en economische mogelijkheden van Joden steeds verder inperkten. Hoewel dit specifieke document niet expliciet over afkomst spreekt, past het strikt reguleren van standplaatsen in een breder patroon van toenemende overheidscontrole op de openbare ruimte.
  • Continuïteit van bestuur: Het document laat zien hoe de gemeentelijke bureaucratie onder de bezetting 'gewoon' door bleef functioneren, waarbij infrastructurele projecten en vergunningverlening volgens de geldende regels werden afgehandeld. De Graaf was in die periode een hoge functionaris bij Publieke Werken.

Locaties

Amsterdam.

Kooplieden in dit dossier 78

A. Bouwmeester Uilenburg idem
A. Bouwmeester Uilenburg idem
A. Hagenaar Zwanenburgwal ziet geen kans momenteel zijn brood op de markt te verdienen
Aäron van Praag Uilenburg blijft voorloopig in steun
Bijdrage voor het luchtbeschermingsongevallenfonds
C. Heilbron meerdere Kan voorloopig plaats niet innemen. Geen handel.
C. Heilbron meerdere Kan voorloopplaats niet innemen. Geen handel. *34 Amb*
C.H. Roelofs Uilenburg idem
C. van Kampen Uilenburg idem
v. Kampen Uilenburg idem
D.A. Overmars Waterlooplein idem
D.A. Overmars Waterlooplein idem *11/6 - Amb 95*
E. Gokkes Uilenburg idem
E. Gokkes Uilenburg idem
E. Korthoef Uilenburg idem
G.A. Mol Uilenburg idem
G.C. Borgman Nieuwmarkt idem
G.C. Borgman Nieuwmarkt idem *P.D. 35*
G.H. Tap Uilenburg idem
G.H. Tap Uilenburg idem
G.S. Tonglet Waterlooplein idem
H.H. Passchier meerdere Blijft in steun.
H.H. Passchier meerdere Blijft in steun. *35 Amb*
H. Schouten Waterlooplein idem
H. Schouten Waterlooplein idem
B.H. Bluhm Uilenburg idem
I.B.H. Bluhm *onb* Uilenburg idem *25/1-68. Wanth. b. 78 I*
J.C. Serrarens Uilenburg idem
J.C. Serrarens Uilenburg idem
Alle 78 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 1