Afschrift van een verzoekschrift.
Origineel
Afschrift van een verzoekschrift. 16 januari 1941. Eduard Berlijn (p/a Meyer, Camperstraat 22 I). No. 18/4/4 M. 1941 AFSCHRIFT.
No. 5/12 L.M. 1941.
Amsterdam, 16 Januari 1941.
WelEdele Heeren,
Ik ben koopman van mijn beroep en handel al 15 jaar met bloemen en heb
daar een ventvergunning van. Daar ik vernomen heb, alsdat er ventverbod
komt, en ik als dien tijd in de Oosterparkbuurt en Beukenweg vent, met
bloemen, en dus daar in die buurt bekend ben, zoo vraag ik U beleefd
een standplaats op de Beukenweg, bij de le Oosterparkstraat, met een
bakfiets. Hopend alsdat U aan mijn verzoek voldoet.
Hoogachtend,
w.g. Eduard Berlijn,
p/a Meyer, Camperstraat 22 I,
Amsterdam-Oost. In deze brief verzoekt Eduard Berlijn, een bloemenkoopman met vijftien jaar ervaring, de gemeente Amsterdam om een vaste standplaats voor zijn bakfiets op de hoek van de Beukenweg en de 1e Oosterparkstraat. De aanleiding voor dit verzoek is het gerucht dat er een 'ventverbod' (een verbod op het ambulant verkopen van goederen op straat) aanstaande is. Berlijn voert aan dat hij een gevestigde naam is in de Oosterparkbuurt en hoopt door een vaste standplaats zijn nering te kunnen voortzetten. Het document is een 'afschrift' (kopie), wat blijkt uit de aanduiding 'w.g.' (was getekend) voor de naam van de afzender. Het document dateert van januari 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De Oosterparkbuurt in Amsterdam-Oost was een wijk met een aanzienlijke Joodse populatie. Eduard Berlijn (geboren in 1891) was een Joodse Amsterdammer. In deze periode namen de anti-Joodse maatregelen van de bezetter snel toe, waaronder beperkingen op het uitoefenen van beroepen en handel door Joden.
Het genoemde 'ventverbod' was onderdeel van een bredere reeks verordeningen die bedoeld waren om de economische bewegingsvrijheid van Joodse ondernemers in te perken en hen uit het openbare leven te weren. Deze brief is een getuigenis van de wanhopige pogingen van kleine zelfstandigen om hun broodwinning te behouden te midden van de steeds strenger wordende restricties. Eduard Berlijn is later tijdens de oorlog gedeporteerd en in 1942 vermoord in Auschwitz. Gemeente Amsterdam
Samenvatting
In deze brief verzoekt Eduard Berlijn, een bloemenkoopman met vijftien jaar ervaring, de gemeente Amsterdam om een vaste standplaats voor zijn bakfiets op de hoek van de Beukenweg en de 1e Oosterparkstraat. De aanleiding voor dit verzoek is het gerucht dat er een 'ventverbod' (een verbod op het ambulant verkopen van goederen op straat) aanstaande is. Berlijn voert aan dat hij een gevestigde naam is in de Oosterparkbuurt en hoopt door een vaste standplaats zijn nering te kunnen voortzetten. Het document is een 'afschrift' (kopie), wat blijkt uit de aanduiding 'w.g.' (was getekend) voor de naam van de afzender.
Historische Context
Het document dateert van januari 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De Oosterparkbuurt in Amsterdam-Oost was een wijk met een aanzienlijke Joodse populatie. Eduard Berlijn (geboren in 1891) was een Joodse Amsterdammer. In deze periode namen de anti-Joodse maatregelen van de bezetter snel toe, waaronder beperkingen op het uitoefenen van beroepen en handel door Joden.
Het genoemde 'ventverbod' was onderdeel van een bredere reeks verordeningen die bedoeld waren om de economische bewegingsvrijheid van Joodse ondernemers in te perken en hen uit het openbare leven te weren. Deze brief is een getuigenis van de wanhopige pogingen van kleine zelfstandigen om hun broodwinning te behouden te midden van de steeds strenger wordende restricties. Eduard Berlijn is later tijdens de oorlog gedeporteerd en in 1942 vermoord in Auschwitz.