Ambtelijke notitie/bijblad van de gemeente (waarschijnlijk Amsterdam).
Origineel
Ambtelijke notitie/bijblad van de gemeente (waarschijnlijk Amsterdam). [In het gedrukte kader linksboven:]
BIJ BLAD VAN:
M. No. 10/4/4 1941
DOORGEZONDEN: 20/1 - '41.
[Hoofdtekst:]
Aan Wethouder kan worden bericht,
dat het verzoek van E. Berlijn als
ongedaan kan worden beschouwd.
Berlijn meende dat ventverbod
ook voor Beukenweg zou gelden. Dit
is echter niet het geval.
29-1-'41
de Haan
[Aantekeningen rechterzijde:]
240
m. Insp [?]
Opgeroepen
22-1-'41
de Haan
[Onderaan rechts:]
p 29/1 10-12
[doorgehaalde handtekening]
de Haan Deze notitie betreft de afhandeling van een verzoekschrift van een burger, E. Berlijn. Berlijn had blijkbaar een verzoek ingediend (mogelijk om een ontheffing), omdat hij in de veronderstelling verkeerde dat er een ventverbod (een verbod op straathandel) van kracht was voor de Beukenweg.
Uit het onderzoek van de ambtenaar (De Haan) blijkt echter dat dit verbod niet gold voor die specifieke straat. Hierop wordt geconcludeerd dat het verzoek als "ongedaan" (niet langer relevant) kan worden beschouwd. De wethouder wordt geadviseerd Berlijn hierover te berichten. De opeenvolgende data (20, 22 en 29 januari 1941) laten de snelle administratieve verwerking zien. Het document dateert van januari 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode nam de regeldruk vanuit zowel de bezetter als het gemeentebestuur toe. "Berlijn" is een veelvoorkomende Joodse achternaam in Amsterdam; de Beukenweg ligt in Amsterdam-Oost, een buurt met een destijds grote Joodse populatie.
Hoewel de notitie op zichzelf een puur administratieve handeling over marktregels lijkt, is de context van 1941 van belang. In deze periode werden er steeds meer beperkende maatregelen opgelegd aan Joodse handelaren en burgers. Een "ventverbod" was een middel dat vaak werd ingezet om de economische bewegingsvrijheid in te perken. In dit specifieke geval bleek de vrees van de heer Berlijn voor een verbod op de Beukenweg (nog) ongegrond. Kort hierna, in februari 1941, zouden de spanningen in Amsterdam-Oost escaleren met de Februaristaking tot gevolg. E. Berlijn M. No
Samenvatting
Deze notitie betreft de afhandeling van een verzoekschrift van een burger, E. Berlijn. Berlijn had blijkbaar een verzoek ingediend (mogelijk om een ontheffing), omdat hij in de veronderstelling verkeerde dat er een ventverbod (een verbod op straathandel) van kracht was voor de Beukenweg.
Uit het onderzoek van de ambtenaar (De Haan) blijkt echter dat dit verbod niet gold voor die specifieke straat. Hierop wordt geconcludeerd dat het verzoek als "ongedaan" (niet langer relevant) kan worden beschouwd. De wethouder wordt geadviseerd Berlijn hierover te berichten. De opeenvolgende data (20, 22 en 29 januari 1941) laten de snelle administratieve verwerking zien.
Historische Context
Het document dateert van januari 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode nam de regeldruk vanuit zowel de bezetter als het gemeentebestuur toe. "Berlijn" is een veelvoorkomende Joodse achternaam in Amsterdam; de Beukenweg ligt in Amsterdam-Oost, een buurt met een destijds grote Joodse populatie.
Hoewel de notitie op zichzelf een puur administratieve handeling over marktregels lijkt, is de context van 1941 van belang. In deze periode werden er steeds meer beperkende maatregelen opgelegd aan Joodse handelaren en burgers. Een "ventverbod" was een middel dat vaak werd ingezet om de economische bewegingsvrijheid in te perken. In dit specifieke geval bleek de vrees van de heer Berlijn voor een verbod op de Beukenweg (nog) ongegrond. Kort hierna, in februari 1941, zouden de spanningen in Amsterdam-Oost escaleren met de Februaristaking tot gevolg.