Briefkaart (voorgedrukte kaart met handgeschreven aantekeningen).
Origineel
Briefkaart (voorgedrukte kaart met handgeschreven aantekeningen). (Linksboven:)
Woont reeds 18 jaar d. i. h. in
loopdienst bij P. Oosterhof Jr.
Roept nimmer. Liet geen kans op
Iepenplein zijn brood te verdienen.
(Midden, over de tekst 'BRIEFKAART' heen geschreven:)
Nog nader bezien. Moeten m. i. voor
anderen gaan. Nader bezien. Nogmaals
(Adresgedeelte:)
AAN DEN HEER MW.
W. Groen. - P. v. Ommeren.
Vrolikstraat 66 III
AMSTERDAM
Wijk 20
(Linksonder:)
6/7
Zal nog eens met politie
kommissaris
gaan spreken. De handgeschreven tekst op deze briefkaart heeft het karakter van een ambtelijk verslag of een inspectierapport over een individu (vermoedelijk de genoemde W. Groen). De schrijver noteert biografische en arbeidshistorische details: de persoon is al 18 jaar in "loopdienst" (als loopjongen of bode) bij een zekere P. Oosterhof en probeert op het nabijgelegen Iepenplein in zijn onderhoud te voorzien.
De opmerking "Roept nimmer" is opvallend; dit zou kunnen betekenen dat hij als straatverkoper niet luidruchtig was, of dat hij nooit ergens om klaagde. De herhaalde notitie "Nog nader bezien" en de intentie om met de politiecommissaris te spreken, wijzen op een lopend onderzoek of een beoordelingsproces, bijvoorbeeld voor de toekenning van een vergunning, armenzorg of een politionele controle. De Vrolikstraat en het Iepenplein bevinden zich in de Oosterparkbuurt in Amsterdam-Oost, een wijk die rond 1900 sterk groeide als arbeidersbuurt. "Wijk 20" was de administratieve indeling voor dit stadsdeel. De vermelding "Frankeering in afrekening Amsterdam" duidt op een zakelijke postverzending waarbij de verzender (vaak een overheidsinstelling zoals de gemeente of de politie) de portokosten achteraf per factuur voldeed in plaats van met postzegels. Dit bevestigt het officiële karakter van het document, waarbij de kaart waarschijnlijk diende als een intern communicatiemiddel tussen verschillende afdelingen van de stadsadministratie. P. Oosterhof W. Groen Politie
Samenvatting
De handgeschreven tekst op deze briefkaart heeft het karakter van een ambtelijk verslag of een inspectierapport over een individu (vermoedelijk de genoemde W. Groen). De schrijver noteert biografische en arbeidshistorische details: de persoon is al 18 jaar in "loopdienst" (als loopjongen of bode) bij een zekere P. Oosterhof en probeert op het nabijgelegen Iepenplein in zijn onderhoud te voorzien.
De opmerking "Roept nimmer" is opvallend; dit zou kunnen betekenen dat hij als straatverkoper niet luidruchtig was, of dat hij nooit ergens om klaagde. De herhaalde notitie "Nog nader bezien" en de intentie om met de politiecommissaris te spreken, wijzen op een lopend onderzoek of een beoordelingsproces, bijvoorbeeld voor de toekenning van een vergunning, armenzorg of een politionele controle.
Historische Context
De Vrolikstraat en het Iepenplein bevinden zich in de Oosterparkbuurt in Amsterdam-Oost, een wijk die rond 1900 sterk groeide als arbeidersbuurt. "Wijk 20" was de administratieve indeling voor dit stadsdeel. De vermelding "Frankeering in afrekening Amsterdam" duidt op een zakelijke postverzending waarbij de verzender (vaak een overheidsinstelling zoals de gemeente of de politie) de portokosten achteraf per factuur voldeed in plaats van met postzegels. Dit bevestigt het officiële karakter van het document, waarbij de kaart waarschijnlijk diende als een intern communicatiemiddel tussen verschillende afdelingen van de stadsadministratie.