Aanvraagformulier voor een standplaatsvergunning.
Origineel
Aanvraagformulier voor een standplaatsvergunning. 8 januari 1941. [Linksboven in groen potlood:] 127
[Rechtsboven:]
Amsterdam, 8 Januari 1941.
[Hoofdtekst:]
Hiermede verzoekt ondergeteekende:
Salomon Gobets 25/9 - 1890
wonende 3e Oosterparkstraat 42 II
houder(ster) van ventvergunning serie S...no. 111 in aanmerking te
mogen komen voor een standplaatsvergunning
voor alle werkdagen ~~behalve des Zaterdags en voor den Zondag~~ [doorgestreept met blauw potlood]
voor Fruit
van 8 uur tot 8 uur (Zaterdags 10 uur)
Openbare rijweg of verhoogde voetpad bij de
tunnel tusschen de Maritzstraat en Beukenweg,
aan de zijde van de Vrolikstraat (links).
voor den verkoop van Fruit
met een handkar
[Rechtsonder:]
Handteekening van de(n) aanvrager(ster),
S. Gobets
[Onderaan handgeschreven notitie:]
S. Gobets zou graag inplaats van Zaterdags, des
Zondags staan. Dit document is een officiële aanvraag van Salomon Gobets aan de gemeente Amsterdam voor een vaste standplaats op de openbare weg. Uit de tekst blijkt dat hij op dat moment al een 'ventvergunning' (serie S, no. 111) bezat, wat hem toestemde om met zijn handkar door de stad te trekken om fruit te verkopen. Met deze aanvraag poogde hij een vaste plek te bemachtigen bij de spoorwegtunnel in Amsterdam-Oost die de Maritzstraat met de Beukenweg verbindt.
Opvallend is de handgeschreven correctie en de voetnoot onderaan. De standaarduitsluiting van de zaterdag en zondag op het formulier is doorgestreept. Gobets verzoekt specifiek om op zondag te mogen staan in plaats van op zaterdag. Dit wijst op zijn Joodse identiteit; als praktiserend jood hield hij de sabbat (zaterdag) in ere als rustdag en wilde hij zijn inkomen op zondag compenseren. Het document dateert van januari 1941, een cruciaal jaar tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werden de beperkingen voor Joodse burgers steeds strenger. Kort na deze aanvraag, in februari 1941, vonden de razzia's in Amsterdam plaats die leidden tot de Februaristaking.
Archiefonderzoek (zoals bij het Joods Monument) bevestigt dat Salomon Gobets een Joodse Amsterdammer was. Ten tijde van de aanvraag woonde hij met zijn gezin in de 3e Oosterparkstraat. De bureaucratische aard van dit document vormt een wrang contrast met het lot van de aanvrager: Salomon Gobets werd in 1943 gedeporteerd en vermoord in vernietigingskamp Sobibor. Dergelijke documenten zijn van grote historische waarde omdat ze de pogingen van Joodse burgers laten zien om onder extreem moeilijke omstandigheden hun dagelijks leven en broodwinning voort te zetten. S. Gobets Gemeente Amsterdam
Samenvatting
Dit document is een officiële aanvraag van Salomon Gobets aan de gemeente Amsterdam voor een vaste standplaats op de openbare weg. Uit de tekst blijkt dat hij op dat moment al een 'ventvergunning' (serie S, no. 111) bezat, wat hem toestemde om met zijn handkar door de stad te trekken om fruit te verkopen. Met deze aanvraag poogde hij een vaste plek te bemachtigen bij de spoorwegtunnel in Amsterdam-Oost die de Maritzstraat met de Beukenweg verbindt.
Opvallend is de handgeschreven correctie en de voetnoot onderaan. De standaarduitsluiting van de zaterdag en zondag op het formulier is doorgestreept. Gobets verzoekt specifiek om op zondag te mogen staan in plaats van op zaterdag. Dit wijst op zijn Joodse identiteit; als praktiserend jood hield hij de sabbat (zaterdag) in ere als rustdag en wilde hij zijn inkomen op zondag compenseren.
Historische Context
Het document dateert van januari 1941, een cruciaal jaar tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werden de beperkingen voor Joodse burgers steeds strenger. Kort na deze aanvraag, in februari 1941, vonden de razzia's in Amsterdam plaats die leidden tot de Februaristaking.
Archiefonderzoek (zoals bij het Joods Monument) bevestigt dat Salomon Gobets een Joodse Amsterdammer was. Ten tijde van de aanvraag woonde hij met zijn gezin in de 3e Oosterparkstraat. De bureaucratische aard van dit document vormt een wrang contrast met het lot van de aanvrager: Salomon Gobets werd in 1943 gedeporteerd en vermoord in vernietigingskamp Sobibor. Dergelijke documenten zijn van grote historische waarde omdat ze de pogingen van Joodse burgers laten zien om onder extreem moeilijke omstandigheden hun dagelijks leven en broodwinning voort te zetten.