Aanvraagformulier voor een standplaatsvergunning.
Origineel
Aanvraagformulier voor een standplaatsvergunning. 27 januari 1941. Amsterdam, 27 Januari 1941
Hiermede verzoekt ondergeteekende:
Jan Kok - 17-10-1895
wonende Boschpark 59 te Putten
houder(ster) van ventvergunning serie 17 no 226 in aanmerking te
mogen komen voor een standplaatsvergunning
~~voor alle werkdagen behalve des Zaterdags en voor den Zondag~~
donderdags van 1 uur - 5 uur n.m.; vrijdags 9 uur v.m. - 12 uur 's middags
voor den verkoop van geslacht pluimvee en eieren
van donderdag 1 uur tot 5 uur n.m.
van vrijdag 9 uur tot 12 uur
het verhoogde middengedeelte van
het Lepelplein tegenover perceel 17
voor den verkoop van geslacht pluimvee en eieren
met een ~~handkar~~ driewielig transportrijwiel
Handteekening van de(n) aanvrager(ster),
[handgeschreven toevoeging onderaan:]
I.v.m. de schaarschte van geslacht pluimvee en eieren,
ziet J. Kok voorloopig gedurende twee jaar van zijn
standplaats af. Zal te zijner tijd zelf aanvragen.
[Onleesbare paraaf/handtekening]
-2 FEB. 1941 [stempel] Het document is een officiële aanvraag voor een vaste standplaats op de openbare weg in Amsterdam. De aanvrager, Jan Kok uit Putten, beschikt reeds over een ventvergunning (om langs de deuren te gaan), maar wenst een vaste plek op het Lepelplein.
Opvallend is de wijziging in de gewenste dagen: de standaardtekst voor "alle werkdagen" is doorgehaald en vervangen door specifieke vensters op donderdagmiddag en vrijdagochtend. Ook het vervoermiddel is aangepast van een handkar naar een "driewielig transportrijwiel".
De meest cruciale toevoeging staat onderaan. Hoewel de aanvraag op 27 januari is ingediend, is er kort daarna (mogelijk bij het loket of na intern overleg) besloten de aanvraag te parkeren. De reden hiervoor is de "schaarschte" aan de producten die hij wilde verkopen. Dit document dateert uit januari 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De vermelde "schaarschte van geslacht pluimvee en eieren" is een direct gevolg van de oorlogssituatie. Door de bezetting en de blokkades ontstonden er tekorten aan veevoer, wat leidde tot een drastische inkrimping van de veestapel en de pluimveesector. Producten gingen op de bon (distributiestelsel) en de handel voor kleine zelfstandigen werd uiterst moeilijk.
De locatie, het Lepelplein in Amsterdam, lag in de buurt van de Jodenbuurt. In deze periode nam de regulering van markten en handel door de bezetter en het collaborerende gemeentebestuur toe. Dat Kok "voorloopig gedurende twee jaar" afziet van zijn standplaats, duidt op de hoop of verwachting dat de voedselsituatie binnen die termijn zou verbeteren, wat in werkelijkheid juist verslechterde. J. Kok
Samenvatting
Het document is een officiële aanvraag voor een vaste standplaats op de openbare weg in Amsterdam. De aanvrager, Jan Kok uit Putten, beschikt reeds over een ventvergunning (om langs de deuren te gaan), maar wenst een vaste plek op het Lepelplein.
Opvallend is de wijziging in de gewenste dagen: de standaardtekst voor "alle werkdagen" is doorgehaald en vervangen door specifieke vensters op donderdagmiddag en vrijdagochtend. Ook het vervoermiddel is aangepast van een handkar naar een "driewielig transportrijwiel".
De meest cruciale toevoeging staat onderaan. Hoewel de aanvraag op 27 januari is ingediend, is er kort daarna (mogelijk bij het loket of na intern overleg) besloten de aanvraag te parkeren. De reden hiervoor is de "schaarschte" aan de producten die hij wilde verkopen.
Historische Context
Dit document dateert uit januari 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De vermelde "schaarschte van geslacht pluimvee en eieren" is een direct gevolg van de oorlogssituatie. Door de bezetting en de blokkades ontstonden er tekorten aan veevoer, wat leidde tot een drastische inkrimping van de veestapel en de pluimveesector. Producten gingen op de bon (distributiestelsel) en de handel voor kleine zelfstandigen werd uiterst moeilijk.
De locatie, het Lepelplein in Amsterdam, lag in de buurt van de Jodenbuurt. In deze periode nam de regulering van markten en handel door de bezetter en het collaborerende gemeentebestuur toe. Dat Kok "voorloopig gedurende twee jaar" afziet van zijn standplaats, duidt op de hoop of verwachting dat de voedselsituatie binnen die termijn zou verbeteren, wat in werkelijkheid juist verslechterde.