Archief 745
Inventaris 745-346
Pagina 432
Dossier 92
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte notulen van een commissievergadering (waarschijnlijk een gemeentelijke marktcommissie of commissie voor vergunningen).

Omstreeks 1938 (gebaseerd op het referentienummer No.60/27 L.M.1938).

Origineel

Getypte notulen van een commissievergadering (waarschijnlijk een gemeentelijke marktcommissie of commissie voor vergunningen). Omstreeks 1938 (gebaseerd op het referentienummer No.60/27 L.M.1938). -2-

motiveerde op grond van het feit, dat de aanvrager het vent-
beroep ten minste zeven jaren niet heeft uitgeoefend. De
Wethouder is echter van meening, dat de vraag, of een tijds-
duur moet worden aangenomen als criterium voor het al of
niet verstrekken van een ventvergunning en zoo ja, welk een
duur, een vraagstuk is, dat op zich zelf een algeheele
principleele behandeling vereischt en dat mogelijk eenmaal
aan de orde zal moeten komen, in welk geval ook het advies
van de Commissie zal worden ingewonnen. Om echter eerder bij
het bepalen van zijn standpunt op een advies der Commissie
tot het al of niet verleenen van een ventvergunning met
dezen factor rekening te houden, kan de Wethouder niet goed-
keuren.
Deze mededeeling wordt voor kennisgeving aangenomen.

Ingekomen stukken.
Verzoek van J.W.Wijtzen, om hem opnieuw een ventvergunning
te verleenen (om advies aan de Commissie gezonden onder
No.60/27 L.M.1938).
De Voorzitter deelt mede, dat op 1 September 1934 aan Wijtzen een vent-
vergunning is verstrekt, welke op 24 September daaropvolgende
is ingetrokken, omdat verzoeker toen een expeditiebedrijf is
begonnen. Dit bedrijf heeft hij tot 1 Maart jl. gehad, op
welken datum hij zijn zaak heeft moeten sluiten. Spreker
wijst erop, dat verzoeker dus heeft getracht in een ander
beroep zijn brood te verdienen; nu hem dit niet is gelukt,
bestaat zijns inziens geen bezwaar, dat hem opnieuw een
ventvergunning wordt verleend.
De Heer Presser komt ter vergadering.
De Commissie vereenigt zich eenstemmig met de zienswijze van
den Voorzitter, dat aan Wijtzen opnieuw een ventvergunning
kan worden gegeven.
De Heer Presser merkt naar aanleiding van deze aanvrage nog op, dat het
thans, naar zijn meening, tijd wordt, dat een termijn wordt
gesteld, waarna verzoeken als het bovenstaande niet meer in
behandeling worden genomen. Het gaat volgens spreker niet
aan, dat menschen die reeds jaren uit het ventersberoep zijn
er zonder meer opnieuw in worden toegelaten. Dit document biedt een inkijkje in de gemeentelijke bureaucratie en de regulering van de kleinhandel in de late jaren '30. De kern van de discussie is de vraag of er een maximale termijn moet gelden voor de afwezigheid uit het 'ventersberoep' (straatverkoop).

  • Beleid versus Casuïstiek: De Wethouder stelt dat een dergelijke termijn een "principleele" kwestie is die apart behandeld moet worden en niet ad-hoc door een commissieadvies bepaald mag worden. Hij wijst het idee af dat de commissie op eigen houtje zo'n criterium hanteert bij individuele aanvragen.
  • De casus Wijtzen: De heer J.W. Wijtzen had in 1934 zijn vergunning opgegeven om een expeditiebedrijf te starten. Nadat dit bedrijf in maart 1938 failliet ging (waarschijnlijk mede door de economische crisis van die tijd), vroeg hij zijn oude vergunning terug.
  • Verschillende Standpunten:
    • De Voorzitter toont zich empathisch: Wijtzen heeft geprobeerd eerlijk zijn brood te verdienen buiten het venten, en nu dat mislukt is, verdient hij een tweede kans.
    • De Commissie volgt in eerste instantie de Voorzitter en stemt in met de vergunning voor Wijtzen.
    • De heer Presser (die later de vergadering binnenkomt) is strenger. Hij pleit voor een harde deadline. Hij vindt dat mensen die "reeds jaren uit het ventersberoep zijn" niet zomaar weer toegelaten moeten worden. Dit suggereert dat ventvergunningen een schaars goed waren en dat men wilde voorkomen dat het beroep een 'opvangbak' bleef voor iedereen die elders faalde. De tekst dateert uit 1938, de nadagen van de Grote Depressie in Nederland. Het was een tijd van hoge werkloosheid en economische instabiliteit. Voor velen was het 'venten' (langs de deuren gaan met handel) een laatste redmiddel om uit de steun te blijven. De overheid probeerde dit echter steeds strenger te reguleren om wildgroei en oneerlijke concurrentie met vaste winkeliers tegen te gaan. De afkorting "L.M." in het referentienummer staat waarschijnlijk voor "Lokale Markt" of "Marktwezen" (zoals in Amsterdam). Het document illustreert de verschuiving van een persoonlijke, gunnende benadering van vergunningen naar een meer gestandaardiseerd, bureaucratisch systeem met harde criteria.

Samenvatting

Dit document biedt een inkijkje in de gemeentelijke bureaucratie en de regulering van de kleinhandel in de late jaren '30. De kern van de discussie is de vraag of er een maximale termijn moet gelden voor de afwezigheid uit het 'ventersberoep' (straatverkoop).

  • Beleid versus Casuïstiek: De Wethouder stelt dat een dergelijke termijn een "principleele" kwestie is die apart behandeld moet worden en niet ad-hoc door een commissieadvies bepaald mag worden. Hij wijst het idee af dat de commissie op eigen houtje zo'n criterium hanteert bij individuele aanvragen.
  • De casus Wijtzen: De heer J.W. Wijtzen had in 1934 zijn vergunning opgegeven om een expeditiebedrijf te starten. Nadat dit bedrijf in maart 1938 failliet ging (waarschijnlijk mede door de economische crisis van die tijd), vroeg hij zijn oude vergunning terug.
  • Verschillende Standpunten:
    • De Voorzitter toont zich empathisch: Wijtzen heeft geprobeerd eerlijk zijn brood te verdienen buiten het venten, en nu dat mislukt is, verdient hij een tweede kans.
    • De Commissie volgt in eerste instantie de Voorzitter en stemt in met de vergunning voor Wijtzen.
    • De heer Presser (die later de vergadering binnenkomt) is strenger. Hij pleit voor een harde deadline. Hij vindt dat mensen die "reeds jaren uit het ventersberoep zijn" niet zomaar weer toegelaten moeten worden. Dit suggereert dat ventvergunningen een schaars goed waren en dat men wilde voorkomen dat het beroep een 'opvangbak' bleef voor iedereen die elders faalde.

Historische Context

De tekst dateert uit 1938, de nadagen van de Grote Depressie in Nederland. Het was een tijd van hoge werkloosheid en economische instabiliteit. Voor velen was het 'venten' (langs de deuren gaan met handel) een laatste redmiddel om uit de steun te blijven. De overheid probeerde dit echter steeds strenger te reguleren om wildgroei en oneerlijke concurrentie met vaste winkeliers tegen te gaan. De afkorting "L.M." in het referentienummer staat waarschijnlijk voor "Lokale Markt" of "Marktwezen" (zoals in Amsterdam). Het document illustreert de verschuiving van een persoonlijke, gunnende benadering van vergunningen naar een meer gestandaardiseerd, bureaucratisch systeem met harde criteria.

Kooplieden in dit dossier 78

A. Bouwmeester Uilenburg idem
A. Bouwmeester Uilenburg idem
A. Hagenaar Zwanenburgwal ziet geen kans momenteel zijn brood op de markt te verdienen
Aäron van Praag Uilenburg blijft voorloopig in steun
Bijdrage voor het luchtbeschermingsongevallenfonds
C. Heilbron meerdere Kan voorloopig plaats niet innemen. Geen handel.
C. Heilbron meerdere Kan voorloopplaats niet innemen. Geen handel. *34 Amb*
C.H. Roelofs Uilenburg idem
C. van Kampen Uilenburg idem
v. Kampen Uilenburg idem
D.A. Overmars Waterlooplein idem
D.A. Overmars Waterlooplein idem *11/6 - Amb 95*
E. Gokkes Uilenburg idem
E. Gokkes Uilenburg idem
E. Korthoef Uilenburg idem
G.A. Mol Uilenburg idem
G.C. Borgman Nieuwmarkt idem
G.C. Borgman Nieuwmarkt idem *P.D. 35*
G.H. Tap Uilenburg idem
G.H. Tap Uilenburg idem
G.S. Tonglet Waterlooplein idem
H.H. Passchier meerdere Blijft in steun.
H.H. Passchier meerdere Blijft in steun. *35 Amb*
H. Schouten Waterlooplein idem
H. Schouten Waterlooplein idem
B.H. Bluhm Uilenburg idem
I.B.H. Bluhm *onb* Uilenburg idem *25/1-68. Wanth. b. 78 I*
J.C. Serrarens Uilenburg idem
J.C. Serrarens Uilenburg idem
Alle 78 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 1