Archiefdocument
Origineel
-6-
kunnen gaan maken. Spreker wenscht dus in het algemeen te
stellen, dat van ieder, die de laatste jaren niet meer van
het venten te Amsterdam zyn beroep heeft gemaakt, de vent-
vergunning behoort te worden ingetrokken. Hy heeft er be-
zwaar tegen, dat deze maatregel alleen wordt getroffen
voor venters, die ondersteuning genieten.
De Voorzitter wyst erop, dat dit vraagstuk niet aan de orde is. Indien
hiertoe zou worden besloten, zou daarvan vooraf ernstig
studie moeten worden gemaakt.
De heer Presser deelt mede, dat hy zich dan niet over de thans aanhangige
zaak kan uitspreken.
De heer Gaaikema deelt mede, dat hy geen bezwaar heeft tegen intrekking
van de ventvergunningen der onder A bedoelde personen. De
conclusie ten aanzien van de onder B en C genoemde perso-
nen, acht spreker wel wat te ver gaan. Deze personen,
zouden, desnoods tegen hun zin, weder van het venten hun
beroep moeten gaan maken. Hiervan kan het gevolg zyn, dat
zy zich aan allerlei overtredingen zullen gaan schuldig
maken, byvoorbeeld door middel van zoogenaamde bedelnego-
tie of door het clandestien innemen van standplaatsen.
Spreker heeft er dan ook bezwaar tegen, dat de hier be-
doelde venters worden genoodzaakt om weder van het venten
hun beroep te maken. Het voorstel van den heer Seegers,
dat vooraf met deze venters wordt gesproken en dat hun
wordt gevraagd, of zy weer willen gaan venten, lykt spre-
ker juist.
De leden Neeter, Van 't Hek, Seegers en Gaaikema deelen
mede, geen behoefte te hebben, het standpunt van den heer
Presser over te nemen. Dit onderwerp is thans niet aan de
orde.
De leden Seegers, Van 't Hek en Presser hebben er geen
bezwaar tegen, dat de onder A bedoelde personen worden
afgevoerd, mits iedere belanghebbende alsnog in de gele-
genheid wordt gesteld te verklaren, dat hy niet in staat
is, om binnen drie maanden weder van het venten zyn be-
roep te maken. De heeren Neeter en Gaaikema hebben hieraan
--- In dit document wordt een debat gevoerd over het opschonen van het register voor ventvergunningen in Amsterdam. De kernpunten zijn:
- Algemene intrekking: Een niet nader genoemde spreker pleit voor het intrekken van vergunningen van iedereen die al jaren niet meer vent. Hij bekritiseert dat de maatregel nu alleen lijkt te gelden voor mensen die een uitkering ("ondersteuning") ontvangen.
- Procedurele kwestie: De voorzitter probeert de discussie te beperken tot de huidige agenda en wijst een bredere studie af als zijnde "niet aan de orde".
- Vrees voor criminaliteit: De heer Gaaikema waarschuwt dat het dwingen van inactieve venters om hun beroep weer op te pakken (groepen B en C) kan leiden tot "bedelnegotie" (verkapte bedelarij via handel) of het illegaal bezetten van standplaatsen.
- Compromis: Er wordt voorgesteld om eerst met de betrokkenen te spreken. Voor de personen onder categorie A (waarschijnlijk de langdurig inactieven) wordt akkoord gegaan met intrekking, mits zij de kans krijgen aan te tonen dat ze medisch of anderszins niet in staat zijn het werk binnen drie maanden te hervatten.
--- Dit document stamt waarschijnlijk uit de jaren '30 van de 20e eeuw, gezien de spelling en de sociaaleconomische context van de stad Amsterdam. In deze periode van economische crisis was "ondersteuning" een heikel punt. De overheid probeerde de kosten van de werkloosheidszorg te drukken en de informele economie (zoals het venten) te reguleren.
Namen als Seegers en Presser duiden op de betrokkenheid van bekende Amsterdamse politieke figuren; Simon Seegers was een prominent SDAP-raadslid. De discussie weerspiegelt de spanning tussen sociaal beleid (hulp aan de armen) en de wens van het stadsbestuur om toezicht te houden op de openbare orde en economische bedrijvigheid op straat.