Ambtelijke notitie of dossierstuk betreffende marktvergunningen.
Origineel
Ambtelijke notitie of dossierstuk betreffende marktvergunningen. (3
[Se]dert diens jongere broer G. Brückman
geb: 28 Juli 1905 de plaats ingenomen.
De afdoening in dit geval is U bekend.
H. Smilde.
Ondertusschen maakt uitsluitend de echtge-
noote v. H. Smilde gebruik van de plaats
op de Nieuwmarkt. Een en ander in over-
eenstemming met het bij art. 18 van het reglement
voor de markt, bepaalde.
J.W. J. Cohen.
Sinds 1934 ressorteert de markt op Uilenburg
onder den Dienst van het Marktwezen.
Bij de overname van deze markt door
den Dienst van het Marktwezen werd met
de organisaties overeengekomen, dat — de
bestaande toestanden op deze markt, althans
voor zoover deze het innemen van meerdere
plaatsen door één persoon betreft — zouden worden
gehandhaafd.
W. Cohen nam drie plaatsen in, terwijl
twee plaatsen op naam van zijn zoons stonden
werden deze plaatsen alleen door hem bezet.
De zoons hebben vanaf de overname der
markt (of vroeger, doch niet is kunnen worden nagegaan)
zoo goed als nooit hun plaatsen op deze markt
ingenomen.
De plaatsen zijn met ingang van 4 December
1938 wegens bedanken ingetrokken. Het document is een administratief verslag over de status van specifieke marktplaatsen in Amsterdam. Het behandelt drie casussen:
1. G. Brückman: Een overname van een plaats door een jongere broer.
2. H. Smilde: Het gebruik van een plaats op de Nieuwmarkt door de echtgenote, wat conform artikel 18 van het marktreglement is.
3. W. Cohen / J.W. J. Cohen: Dit is het meest uitgebreide deel. Het beschrijft een uitzonderingspositie op de markt in Uilenburg. Hoewel het officieel niet was toegestaan dat één persoon meerdere plaatsen bezette, werd dit bij de overname van de markt door de gemeente in 1934 gedoogd ("gehandhaafd") vanwege afspraken met marktorganisaties. In dit geval bleek W. Cohen feitelijk vijf plaatsen te bezetten (drie op eigen naam en twee op naam van zijn zoons). Het document concludeert dat de zoons hun plaatsen nooit zelf hebben ingenomen en dat de vergunningen per december 1938 zijn beëindigd na opzegging ("bedanken"). Dit document biedt inzicht in de transitie van de Amsterdamse markten van private of semi-private organisatie naar gemeentelijk beheer onder de Dienst van het Marktwezen. De markt op Uilenburg was het hart van de Joodse buurt in Amsterdam.
De datering van de laatste aantekening (december 1938) is historisch saillant. In deze periode nam de regeldruk op de markten toe en begon de administratieve voorbereiding die later, tijdens de bezetting, door de nazi's zou worden gebruikt om Joodse marktkooplieden te isoleren en te registreren. Hoewel dit document in essentie een reguliere marktmeester-notitie lijkt over vergunningsregels en "bedankjes", vormt het een onderdeel van de bureaucratische vastlegging van de Joodse aanwezigheid op de Amsterdamse markten vlak voor de Tweede Wereldoorlog. G. Br H. Smilde J. Cohen W. Cohen Marktwezen
Samenvatting
Het document is een administratief verslag over de status van specifieke marktplaatsen in Amsterdam. Het behandelt drie casussen:
1. G. Brückman: Een overname van een plaats door een jongere broer.
2. H. Smilde: Het gebruik van een plaats op de Nieuwmarkt door de echtgenote, wat conform artikel 18 van het marktreglement is.
3. W. Cohen / J.W. J. Cohen: Dit is het meest uitgebreide deel. Het beschrijft een uitzonderingspositie op de markt in Uilenburg. Hoewel het officieel niet was toegestaan dat één persoon meerdere plaatsen bezette, werd dit bij de overname van de markt door de gemeente in 1934 gedoogd ("gehandhaafd") vanwege afspraken met marktorganisaties. In dit geval bleek W. Cohen feitelijk vijf plaatsen te bezetten (drie op eigen naam en twee op naam van zijn zoons). Het document concludeert dat de zoons hun plaatsen nooit zelf hebben ingenomen en dat de vergunningen per december 1938 zijn beëindigd na opzegging ("bedanken").
Bron-evidence
5
Sinds 1934 ressorteert de markt op Uilenburg onder den Dienst van het Marktwezen.
geb: 28 Juli 1905
Ondertusschen maakt uitsluitend de echtgenoote v. H. Smilde gebruik van de plaats op de Nieuwmarkt.
W. Cohen nam drie plaatsen in
De zoons hebben vanaf de overname der markt (of vroeger, doch niet is kunnen worden nagegaan) zoo goed als nooit hun plaatsen op deze markt ingenomen.
Historische Context
Dit document biedt inzicht in de transitie van de Amsterdamse markten van private of semi-private organisatie naar gemeentelijk beheer onder de Dienst van het Marktwezen. De markt op Uilenburg was het hart van de Joodse buurt in Amsterdam.
De datering van de laatste aantekening (december 1938) is historisch saillant. In deze periode nam de regeldruk op de markten toe en begon de administratieve voorbereiding die later, tijdens de bezetting, door de nazi's zou worden gebruikt om Joodse marktkooplieden te isoleren en te registreren. Hoewel dit document in essentie een reguliere marktmeester-notitie lijkt over vergunningsregels en "bedankjes", vormt het een onderdeel van de bureaucratische vastlegging van de Joodse aanwezigheid op de Amsterdamse markten vlak voor de Tweede Wereldoorlog.