Handgeschreven conceptbrief (minuut).
Origineel
Handgeschreven conceptbrief (minuut). 30 november 1939. [Linksboven:]
Concept
MNr.
Vestiging ventverbod in
Camperstraat en omgeving.
[Rechtsboven:]
A’dam 30 Nov. 1939.
18/45/3 M
W.v.d.M. [initialen]
[Body:]
Onder terugzending van de met Uw apostille no. 413 Coll 1938 d.d. 20 ~~voor bericht / datum~~ September jl. ~~een van de~~ met Uw kantbrief d.d. 23 November jl. om advies ontvangen stukken no. 413 Coll 1938, heb ik de eer (overeenkomstig Uw opdracht) U te berichten, dat ik de vraag, welke maatregelen tegen overlast van venters ~~te nemen~~ in de Camperstraat en omgeving kunnen worden genomen, andermaal aan de orde heb gesteld in op 30 Oct. en 27 Nov jl. gehouden vergaderingen van de Permanente Commissie van Advies inzake ventvergunningen.
~~[doorgehaalde regel]~~ De Commissie heeft zich ~~eenstemmig~~ vereenigd met het voorstel om een ventverbod uit te vaardigen in de Camperstraat, op den Tegenweg, in de aan de aan [sic] grenzende straten over aan weerszijden een afstand van 25 m, ~~dat~~ behalve in de 1e Oosterparkstraat waar het ventverbod over een afstand van 50 m aan weerszijden van de Camperstraat gelde. De grootst mogelijke meerderheid der Commissie ~~stelt als [onleesbaar]~~ acht het noodzakelijk, dat de venters, die thans regelmatig in deze buurt plegen te handelen, voor vaste standplaats in aanmerking komen; alleen het lid Van ’t Hek verklaarde zich ~~te veste... [onleesbaar] van vaste standp. te~~ tegen.
~~De hier bedoelde vaste standp...~~
De vertegenwoordiger der Politie, de heer Quackernaat, heeft zich met de eventueele uitgifte van vaste standplaatsen [tekst breekt af] Dit document is een ambtelijk concept voor een brief betreffende de regulering van straathandel in de Amsterdamse Oosterparkbuurt aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. De kern van het document is het advies van de "Permanente Commissie van Advies inzake ventvergunningen" om een ventverbod in te stellen voor de Camperstraat en omliggende zijstraten.
De belangrijkste punten uit het document zijn:
1. Regulering van overlast: Het verbod wordt gemotiveerd vanuit "overlast van venters".
2. Specifieke zonering: Het verbod is zeer specifiek gedefinieerd: de Camperstraat, de Tegenweg, en zijstraten tot op 25 meter afstand (met uitzondering van de 1e Oosterparkstraat, waar een zone van 50 meter geldt).
3. Compensatie door standplaatsen: De commissie adviseert (met grote meerderheid) dat venters die momenteel vast in die buurt werken, ter compensatie in aanmerking moeten komen voor vaste standplaatsen. Dit wijst op een verschuiving van mobiele handel naar gereguleerde, stationaire handel.
4. Interne verdeeldheid: Er is geen volledige consensus; commissielid Van ’t Hek stemt tegen het toewijzen van vaste standplaatsen.
5. Rol van de politie: De politie, vertegenwoordigd door de heer Quackernaat, is nauw betrokken bij de praktische uitwerking van de uitgifte van deze standplaatsen. Eind jaren '30 kampte Amsterdam, net als veel andere groeiende steden, met een toenemende verkeersdrukte en een roep om meer orde in de publieke ruimte. Straathandel (venten) werd door de autoriteiten en soms door gevestigde winkeliers vaak gezien als een bron van verkeershinder en oneerlijke concurrentie.
De Oosterparkbuurt was een dichtbevolkte wijk waar straathandel een essentieel onderdeel van de lokale economie was, maar ook voor opstoppingen zorgde in de smalle straten. Dit document illustreert de bureaucratische weg die werd bewandeld om dergelijke sociaal-economische problemen op te lossen via adviescommissies en politiereglementen. Het toont de transitie van de vrije, ongecontroleerde straathandel naar een strikter gereguleerd systeem van standplaatsvergunningen, waarbij de overheid meer grip kreeg op wie waar en wanneer mocht handelen. De datering (november 1939) plaatst dit in de periode van de mobilisatie, vlak voordat de Duitse bezetting de bestuurlijke prioriteiten in de stad radicaal zou veranderen.