Brief / Verzoekschrift
Origineel
Brief / Verzoekschrift 29 mei 1941 [Bovenaan links:]
№ 10/4/18 M. 1941 30/5
[Bovenaan rechts:]
Amsterdam 29-5 '41
[Hoofdtekst:]
Mijn heer
Naar aanleiding van de toewijzing
van mijn vaste staanplaats in de
Blasiusstr het nummer is mij nog
onbekent maar wel weet ik dat
het de derde plaats vanaf de hoek
is en zou beleefd doch dringend wel,,
,,len vragen of er geen is aan te passen
Daar het mij onmogelijk lijkt zoo
ver in de straat mijn brood te ver,,
,,dienen. Er is mij toen ik bij u was
de tweede plaats toegewezen en nu hoor
ik dat het de derde is terwijl ik
altijd het dichts bij de Blasiusstraat
gestaan heb de anderen of op de Iepenweg
of bij de Ruiststraat. Mijn heer ik wilde
vragen [doorgehaald: om mijn] zou u niet willen
zeggen dat u mij in plaats die mensche * Inhoud: De afzender maakt bezwaar tegen de toewijzing van een vaste standplaats op de markt. De schrijver stelt dat hem/haar mondeling de tweede plek vanaf de hoek was toegezegd, maar dat dit nu de derde plek is geworden. De angst is dat deze positie (verder de straat in) de inkomsten nadelig zal beïnvloeden ("mijn brood te verdienen").
* Taal en Spelling: De tekst bevat enkele archaïsche spellingsvormen en fouten die typerend zijn voor de tijd en het opleidingsniveau van de schrijver (bijv. "onbekent", "Ruiststraat" voor Ruyschstraat, en "beleefd" met een schrijfwijze die op "beleeld" lijkt). Opvallend is het gebruik van dubbele komma's (,,) aan het einde en begin van regels om woorden die afgebroken zijn te verbinden.
* Topografie: De genoemde straten (Blasiusstraat, Iepenweg, Ruyschstraat) liggen in Amsterdam-Oost. Dit suggereert dat het gaat om een standplaats op een van de buurtmarkten aldaar.
* Staat van het document: De tekst breekt abrupt af aan de onderzijde van de pagina; de brief loopt waarschijnlijk door op een tweede vel of de achterzijde. De brief is gedateerd op 29 mei 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de economische situatie precair en de distributie van goederen en standplaatsen streng gereguleerd door de gemeente en het Marktwezen. Voor kleine handelaren was een goede plek op de markt cruciaal voor hun overleving. De stempels aan de bovenzijde wijzen op een officiële registratie in de administratie van de gemeente Amsterdam (waarschijnlijk het Stadsarchief).
Samenvatting
- Inhoud: De afzender maakt bezwaar tegen de toewijzing van een vaste standplaats op de markt. De schrijver stelt dat hem/haar mondeling de tweede plek vanaf de hoek was toegezegd, maar dat dit nu de derde plek is geworden. De angst is dat deze positie (verder de straat in) de inkomsten nadelig zal beïnvloeden ("mijn brood te verdienen").
- Taal en Spelling: De tekst bevat enkele archaïsche spellingsvormen en fouten die typerend zijn voor de tijd en het opleidingsniveau van de schrijver (bijv. "onbekent", "Ruiststraat" voor Ruyschstraat, en "beleefd" met een schrijfwijze die op "beleeld" lijkt). Opvallend is het gebruik van dubbele komma's (,,) aan het einde en begin van regels om woorden die afgebroken zijn te verbinden.
- Topografie: De genoemde straten (Blasiusstraat, Iepenweg, Ruyschstraat) liggen in Amsterdam-Oost. Dit suggereert dat het gaat om een standplaats op een van de buurtmarkten aldaar.
- Staat van het document: De tekst breekt abrupt af aan de onderzijde van de pagina; de brief loopt waarschijnlijk door op een tweede vel of de achterzijde.
Historische Context
De brief is gedateerd op 29 mei 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de economische situatie precair en de distributie van goederen en standplaatsen streng gereguleerd door de gemeente en het Marktwezen. Voor kleine handelaren was een goede plek op de markt cruciaal voor hun overleving. De stempels aan de bovenzijde wijzen op een officiële registratie in de administratie van de gemeente Amsterdam (waarschijnlijk het Stadsarchief).