Officieel afschrift/uittreksel van een gemeentelijk besluit.
Origineel
Officieel afschrift/uittreksel van een gemeentelijk besluit. 9 mei 1941. 1o. dat het met ingang van 9 Mei 1941 verboden is, na 8 uur v.m. met andere
artikelen dan gedrukte of geschreven stukken of afbeeldingen te venten
of voorwerpen of stoffen van welken aard ook op te koopen in
de Camperstraat,
op den Iepenweg en
op het Iepenplein,
alsmede in de Tilanusstraat,
de Ruyschstraat,
de Blasiusstraat,
de Tweede Boerhaavestraat,
op het Boerhaaveplein en
in de Vrolikstraat
binnen een afstand van 25 meter vanaf de Camperstraat en den Iepenweg,
benevens in de Eerste Oosterparkstraat
Tweede " "
en Derde " "
binnen een afstand van 50 meter resp. vanaf de Camperstraat, den Iepen-
weg en het Iepenplein;
2o. aan de lompenventers tot nader order dispensatie van dit verbod te
verleenen.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen
Algemeene Zaken (2 stuks) en Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-,
bad- en zweminrichtingen. (3 stuks).
fz
Voor eensluidend extract,
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN Het document is een uittreksel van een verordening die de straathandel aan banden legt in een specifiek deel van Amsterdam-Oost (de Oosterparkbuurt). Het verbod is zeer specifiek: na 8:00 uur 's ochtends mag er niet meer gevent worden, behalve in drukwerk. Opvallend is de uitzondering voor "lompenventers" (punt 2o). In de context van de schaarste tijdens de Tweede Wereldoorlog was het inzamelen van textiel en metalen cruciaal voor de recycling en de (oorlogs)economie, wat de dispensatie verklaart. De genoemde afdelingen onderaan (Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaakinrichtingen) tonen de verregaande bureaucratische controle op het dagelijks leven tijdens de bezetting. Dit besluit dateert van mei 1941, exact een jaar na de Nederlandse capitulatie. In deze periode nam de regeldruk van zowel de bezetter als het meewerkende Nederlandse ambtenarenapparaat toe. De Oosterparkbuurt, waar de genoemde straten liggen, was een wijk met veel Joodse inwoners. Beperkingen op de straathandel (ventverboden) werden door de bezetter vaak ingezet als indirect middel om de economische bewegingsvrijheid van Joodse marktlui en kleine handelaren in te perken, onder het mom van "openbare orde" of "verkeersveiligheid". J.F. Franken was in deze periode de gemeentesecretaris van Amsterdam; hij bleef in functie tijdens de bezetting tot hij in 1943 werd ontslagen. F. Franken J.F. Franken
Samenvatting
Het document is een uittreksel van een verordening die de straathandel aan banden legt in een specifiek deel van Amsterdam-Oost (de Oosterparkbuurt). Het verbod is zeer specifiek: na 8:00 uur 's ochtends mag er niet meer gevent worden, behalve in drukwerk. Opvallend is de uitzondering voor "lompenventers" (punt 2o). In de context van de schaarste tijdens de Tweede Wereldoorlog was het inzamelen van textiel en metalen cruciaal voor de recycling en de (oorlogs)economie, wat de dispensatie verklaart. De genoemde afdelingen onderaan (Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaakinrichtingen) tonen de verregaande bureaucratische controle op het dagelijks leven tijdens de bezetting.
Historische Context
Dit besluit dateert van mei 1941, exact een jaar na de Nederlandse capitulatie. In deze periode nam de regeldruk van zowel de bezetter als het meewerkende Nederlandse ambtenarenapparaat toe. De Oosterparkbuurt, waar de genoemde straten liggen, was een wijk met veel Joodse inwoners. Beperkingen op de straathandel (ventverboden) werden door de bezetter vaak ingezet als indirect middel om de economische bewegingsvrijheid van Joodse marktlui en kleine handelaren in te perken, onder het mom van "openbare orde" of "verkeersveiligheid". J.F. Franken was in deze periode de gemeentesecretaris van Amsterdam; hij bleef in functie tijdens de bezetting tot hij in 1943 werd ontslagen.