Brief (vermoedelijk het tweede blad van een correspondentie).
Origineel
Brief (vermoedelijk het tweede blad van een correspondentie). op de hoek wou zetten want dat zou
ook niet gaan maar wel dat u er
bij voorbeeld een regeling van om de
week van plaats verwisselen op geeft
u mijn aan de overkant de tweede
plaats van de hoek. Dat er één met
fruit op de hoek staat is volgens mij
geen bezwaar omdat de mij toegewezen
plaats ook naast een met fruit is
Hopende dat u het gelijk recht laat
gelden blijf ik in afwachting van
u antwoord
Hoogachtend
B. Santen
Fann. Scholtenstr 86 II
Amsterdam (W) De schrijver van de brief, B. Santen, voert een correspondentie over de toewijzing van een standplaats (vermoedelijk op een markt of voor straathandel). Uit de tekst valt op te maken dat er onenigheid of een verzoek is betreffende de specifieke locatie van de kraam.
Santen stelt een compromis voor: een roulatiesysteem waarbij men wekelijks van plaats wisselt ("regeling van om de week van plaats verwisselen"). De schrijver heeft een specifieke voorkeur voor een plek aan de overzijde, twee plaatsen vanaf de hoek. Een tegenargument dat blijkbaar eerder is aangevoerd — dat er al een fruitkraam op de hoek staat — wordt door Santen weerlegd; aangezien de huidige toegewezen plek ook naast een fruitkraam is, ziet de schrijver dit niet als een belemmering voor de gewenste verplaatsing. De toon is beleefd doch vasthoudend, met een beroep op "gelijk recht". De brief is afkomstig uit Amsterdam-West (Fannius Scholtenstraat in de Staatsliedenbuurt). Deze buurt grenst aan locaties waar vanouds markten worden gehouden, zoals de markt op het Van Limburg Stirumplein. De brief geeft een inkijkje in de dagelijkse beslommeringen en de bureaucratische interactie van kleine zelfstandigen of markthandelaren met de autoriteiten (waarschijnlijk de marktmeester of een gemeentelijke dienst) in het midden van de 20e eeuw. De onderhandeling over een 'goede plek' was cruciaal voor de omzet van een handelaar. B. Santen
Samenvatting
De schrijver van de brief, B. Santen, voert een correspondentie over de toewijzing van een standplaats (vermoedelijk op een markt of voor straathandel). Uit de tekst valt op te maken dat er onenigheid of een verzoek is betreffende de specifieke locatie van de kraam.
Santen stelt een compromis voor: een roulatiesysteem waarbij men wekelijks van plaats wisselt ("regeling van om de week van plaats verwisselen"). De schrijver heeft een specifieke voorkeur voor een plek aan de overzijde, twee plaatsen vanaf de hoek. Een tegenargument dat blijkbaar eerder is aangevoerd — dat er al een fruitkraam op de hoek staat — wordt door Santen weerlegd; aangezien de huidige toegewezen plek ook naast een fruitkraam is, ziet de schrijver dit niet als een belemmering voor de gewenste verplaatsing. De toon is beleefd doch vasthoudend, met een beroep op "gelijk recht".
Historische Context
De brief is afkomstig uit Amsterdam-West (Fannius Scholtenstraat in de Staatsliedenbuurt). Deze buurt grenst aan locaties waar vanouds markten worden gehouden, zoals de markt op het Van Limburg Stirumplein. De brief geeft een inkijkje in de dagelijkse beslommeringen en de bureaucratische interactie van kleine zelfstandigen of markthandelaren met de autoriteiten (waarschijnlijk de marktmeester of een gemeentelijke dienst) in het midden van de 20e eeuw. De onderhandeling over een 'goede plek' was cruciaal voor de omzet van een handelaar.