Handgeschreven brief (correspondentie).
Origineel
Handgeschreven brief (correspondentie). 4 mei 1941. L. Prins, Uithoornstraat 5, Amsterdam Zuid. De Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. [Stempel in blauwe inkt]: Nº 33/37/1 M.1941 6/5
L. Prins
A’dam Z.
Uithoornstr 5
4 Mei 41
Den Heer Direkteur v.h. Marktwezen Alhier
M.H.
Met deze bericht ik u dat ik wegens gebrek aan
handel niet in de gelegenheid ben om een vaste
standplaats in te nemen op de Westerstr volgens
№ 538. wanneer de tijdsomstandigheden weer normaal
is houd ik mij aanbevolen.
Hoogachtend
[Handtekening: L. Prins]
[Rechtsonder in potlood]: 33 * Inhoud: De afzender, L. Prins, stelt de directeur van het Amsterdamse Marktwezen op de hoogte dat hij/zij afziet van het innemen van een toegewezen vaste standplaats (nummer 538) op de Westerstraat (Westermarkt).
* Reden: Als reden wordt "gebrek aan handel" opgegeven. De brief eindigt met de wens om opnieuw in aanmerking te komen wanneer de omstandigheden weer zijn genormaliseerd.
* Taalgebruik: De brief is formeel van toon ("Den Heer Direkteur", "Hoogachtend"). Er zit een grammaticale fout in de laatste zin ("tijdsomstandigheden [...] is" in plaats van "zijn"), wat duidt op een minder geschoolde achtergrond of een informeel taalgebruik in een formele setting.
* Fysieke kenmerken: De brief is geschreven op gelinieerd papier. Bovenaan staat een administratief stempel van de gemeente, wat aangeeft dat de brief officieel is ontvangen en geregistreerd door de betreffende dienst. * Historische context: De datum van de brief, 4 mei 1941, valt midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.
* Sociaal-economische context: Het "gebrek aan handel" en de verwijzing naar "wanneer de tijdsomstandigheden weer normaal is [zijn]" zijn directe gevolgen van de oorlogssituatie. De bezetting leidde tot schaarste, distributiebonnen en een algemene economische neergang.
* De afzender: De Uithoornstraat ligt in de Rivierenbuurt in Amsterdam-Zuid. In 1941 was dit een wijk met een aanzienlijke Joodse bevolking. Hoewel de brief hier niet expliciet over spreekt, was de Joodse bevolking in deze periode al onderhevig aan steeds strengere beperkingen door de bezetter, wat ook de handel op de markten direct en negatief beïnvloedde. De archiefstempels suggereren dat dit document deel uitmaakt van de administratie van het Marktwezen Amsterdam, die nauwkeurig bijhield wie hun standplaatsen opzegden of niet kwamen opdagen. L. Prins M.H. Marktwezen