Brief/Ambtelijk schrijven.
Origineel
Brief/Ambtelijk schrijven. 26 november 1941. De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (M.C. Walch). Den heer Burgemeester (van Amsterdam). № 37/15/23 M. 231 20/11
Maarkho [?]
26 November 1941.
L.M.
292 -1941-
Hierbij heb ik de eer U de navolgende gegevens te doen toekomen voor Uw bespreking met Dr. Böhmcker betreffende de ariseering van de Centrale Markt.
Op bijgaande situatieschets is in rood aangegeven op welk terreingedeelte de voor den Joodschen handel in te richten markt kan worden gevestigd. Dit terrein zal van de overige markt door een omheining worden afgescheiden en slechts toegankelijk zijn door het - op het oogenblik niet in gebruik zijnde - ingangshek aan de Keucheniusstraat. Dit terrein is echter niet bestraat, zoodat het onbegaanbaar is voor wagens, handkarren en driewielers, waarop de goederen af- en aangevoerd moeten worden, terwijl evenmin voor het opbergen van goederen eenige ruimte aanwezig is. De Joodsche groothandelaren kunnen er daarom onmogelijk reeds thans hun handel vestigen, wegens de bovenvermelde omstandigheden, waarin het terrein verkeert en wegens het ontbreken van elke beschutting of ruimte voor het opslaan van goederen. In verband met den komenden winter is dit een groot bezwaar, vooral ook gezien de sterke kwaliteitsvermindering der levensmiddelen door regen, sneeuw en vorst.
In afwachting van de inrichting van laatstgenoemd terreingedeelte zouden de Joodsche handelaren kunnen worden geplaatst op het terrein op bijgaande situatieschets in blauw aangegeven. Dit terrein zou provisorisch van het overige marktterrein kunnen worden afgescheiden; de ingang zou aan de Keucheniusstraat moeten blijven. Op dit terrein, dat geheel bestraat is, bevindt zich bovendien een houten loods, waarin de Joodsche grossiers kunnen worden geplaatst. Deze loods is tijdelijk ter beschikking gesteld van de op de markt gevestigde Veiling. Zij wordt gebruikt voor den export. Thans is er echter geen export. Zoodra de uitvoer herleeft, zal bezien moeten worden in hoeverre in deze loods nog ruimte over is dan wel andere voorzieningen getroffen moeten worden. De aanvoer en de toegang naar de tijdelijke Joodsche markt zal plaats hebben via kade F en wel voor het grootste gedeelte in de vroege morgenuren, aan welke kade af en toe door Nederlandsche werklieden stroo wordt gelost ten behoeve van de Duitsche weermacht.
Het zal mij aangenaam zijn, indien U ook de aandacht van den heer Böhmcker zoudt vragen voor het navolgende. Onopgelost is nog de vraag of de Joodsche grossiers hier ter stede op de veiling zal kunnen blijven koopen dan wel of hij dit door bemiddeling van een arischen grossier zal hebben te doen. Dezelfde vraag kan worden gesteld ten aanzien van het koopen op andere veilingen hier te lande. Is het de bedoeling dat de Joden alleen te Amsterdam rechtstreeks aan de Veiling kunnen deelnemen, dan ware hun toe te staan deel te nemen aan de veilingen buiten Amsterdam door bemiddeling van commissionairs, aangezien zulks de voedselvoorziening van deze stad ten goede zal komen.
De Wethouder voor de Levensmiddelen,
Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen,
den heer Burgemeester
(A.Z.)
[Signatuur: M.C. Walch] Dit document is een treffend voorbeeld van de bureaucratische uitvoering van de Jodenvervolging in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. De kernpunten zijn:
- Fysieke Segregatie: De brief beschrijft het plan om Joodse handelaren fysiek te isoleren op een specifiek deel van de Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center aan de Jan van Galenstraat). Er wordt gesproken over omheiningen en aparte ingangen (Keucheniusstraat).
- Moeilijke Omstandigheden: De wethouder constateert dat het aangewezen terrein (rood op de schets) ongeschikt is: onbestraat, onbeschut en onbegaanbaar. Hoewel hij pleit voor een tijdelijke betere plek (blauw op de schets), is de motivatie hiervoor primair economisch en logistiek: het voorkomen van kwaliteitsverlies van voedsel en het waarborgen van de voedselvoorziening van de stad.
- Economische Uitsluiting: De term "ariseering" wordt expliciet gebruikt. Er wordt gezocht naar manieren om Joodse grossiers uit het handelsproces te verwijderen of hen afhankelijk te maken van "arische" tussenpersonen.
- Samenwerking met de Bezetter: De brief is bedoeld als input voor een gesprek met Dr. Hans Böhmcker, de Duitse Beauftragte voor Amsterdam. Dit toont de directe lijn tussen het Amsterdamse gemeentebestuur en de nazi-autoriteiten. In november 1941 was de isolatie van de Joodse bevolking in Amsterdam in volle gang. Na de februari-staking van 1941 werden de maatregelen tegen Joden steeds stringenter en systematischer. De "arisering" van het bedrijfsleven hield in dat Joodse eigenaren hun bedrijven moesten overdragen of dat hun handelsmogelijkheden drastisch werden beperkt.
De Centrale Markt was de spil van de voedseldistributie in de stad. Door Joodse handelaren af te zonderen en hun toegang tot veilingen te beperken, werd hen niet alleen hun inkomen ontnomen, maar werd ook hun rol in de maatschappelijke infrastructuur gemarginaliseerd. Wethouder M.C. Walch (onderdeel van het college onder de door de Duitsers benoemde burgemeester Edward Voûte) probeert in dit document de Duitse eisen te implementeren terwijl hij de logistieke verstoring voor de rest van de stad probeert te beperken. De vermelding van stro-lossingen voor de "Duitsche weermacht" herinnert eraan dat de marktfaciliteiten ook direct ten dienste stonden van de bezetter.