Handgeschreven memo/notitie.
Origineel
Handgeschreven memo/notitie. Kleinhandelaars
Joden niet meer dan
10.0 % van groenten,
aardappels, fruit.
aansluitend: verbod van
Joden om in Arische zaken
te komen
hoeveelheid noodig voor
joodsche gezinnen + kleinhandelaars
moeten geleverd worden
door 3 à 4 christen grossiers
also geen J. grossiers meer
op d. m.
Voor. J. handl. Het document bevat aantekeningen over de economische en sociale segregatie van de Joodse bevolking tijdens de Tweede Wereldoorlog. Er worden drie specifieke maatregelen genoemd:
1. Quota: Joodse kleinhandelaren mogen niet meer dan 10% van de totale voorraad groenten, aardappelen en fruit afnemen of verhandelen.
2. Toegangsverbod: Er wordt gesproken over een verbod voor Joden om "Arische zaken" (niet-Joodse winkels) te betreden. Dit markeert de overgang naar gescheiden winkelsystemen.
3. Uitsluiting uit de keten: Joodse grossiers (groothandelaren) worden volledig uitgeschakeld ("geen J. grossiers meer"). De bevoorrading van de Joodse gemeenschap wordt gecentraliseerd bij een klein aantal (3 à 4) aangewezen "christen grossiers".
De afkorting "op d. m." staat hoogstwaarschijnlijk voor "op de markt". De krabbel onderaan lijkt te staan voor "Voorstel Joodse handel" of een vergelijkbare administratieve term. Dit document is een direct bewijs van de 'arisering' van de Nederlandse economie tijdens de nazi-bezetting. Vanaf eind 1940 en gedurende 1941 voerde de bezetter steeds strengere verordeningen in om Joden te isoleren. In juni 1941 werden Joden bijvoorbeeld verbannen van openbare markten. De notitie weerspiegelt de logistieke uitwerking van deze uitsluiting: hoe zorg je dat de Joodse bevolking nog net genoeg krijgt (de 10%), terwijl je tegelijkertijd hun ondernemers uitschakelt en de sociale segregatie afdwingt door hen de toegang tot normale winkels te ontzeggen.
Samenvatting
Het document bevat aantekeningen over de economische en sociale segregatie van de Joodse bevolking tijdens de Tweede Wereldoorlog. Er worden drie specifieke maatregelen genoemd:
1. Quota: Joodse kleinhandelaren mogen niet meer dan 10% van de totale voorraad groenten, aardappelen en fruit afnemen of verhandelen.
2. Toegangsverbod: Er wordt gesproken over een verbod voor Joden om "Arische zaken" (niet-Joodse winkels) te betreden. Dit markeert de overgang naar gescheiden winkelsystemen.
3. Uitsluiting uit de keten: Joodse grossiers (groothandelaren) worden volledig uitgeschakeld ("geen J. grossiers meer"). De bevoorrading van de Joodse gemeenschap wordt gecentraliseerd bij een klein aantal (3 à 4) aangewezen "christen grossiers".
De afkorting "op d. m." staat hoogstwaarschijnlijk voor "op de markt". De krabbel onderaan lijkt te staan voor "Voorstel Joodse handel" of een vergelijkbare administratieve term.
Historische Context
Dit document is een direct bewijs van de 'arisering' van de Nederlandse economie tijdens de nazi-bezetting. Vanaf eind 1940 en gedurende 1941 voerde de bezetter steeds strengere verordeningen in om Joden te isoleren. In juni 1941 werden Joden bijvoorbeeld verbannen van openbare markten. De notitie weerspiegelt de logistieke uitwerking van deze uitsluiting: hoe zorg je dat de Joodse bevolking nog net genoeg krijgt (de 10%), terwijl je tegelijkertijd hun ondernemers uitschakelt en de sociale segregatie afdwingt door hen de toegang tot normale winkels te ontzeggen.