Getypt rapport/bijlage bij een ambtelijke brief.
Origineel
Getypt rapport/bijlage bij een ambtelijke brief. 24 juni 1942. Directeur van het Marktwezen (Amsterdam). De Heer Commissaris van Politie belast met Joodsche Zaken. Behoort bij brief No.37/6/20 M. d.d. 24 Juni 1942 aan den Heer Commissaris van Politie belast met Joodsche Zaken van den Heer Directeur van het Marktwezen.
Kleinhandelaren te Amsterdam, gespecificeerd in Jood en niet-Jood.
| Niet-Jood. | Jood. | |
|---|---|---|
| Groentewinkeliers | 894 | 80 |
| Vaste wijkloopers(groente) | 259 | 22 |
| Dagmarkten(groente) | 206 | 67 |
| Venters(groente) | 340 | 288 |
| Vaste standplaatshouders(groente) | 14 | 12 |
| Bloemenwinkeliers | 86 | 13 |
| Vaste wijkloopers(bloemen) | 2 | 1 |
| Dagmarkten(bloemen) | 57 | 5 |
| Venters(bloemen) | 315 | 114 |
| Vaste standplaatshouders(bloemen) | 46 | 14 |
| Inleggers | 4 | 14 |
| Bloemen grossiers, welke op Centrale Markt koopen | 7 | — |
| Koopers tuinaanleg | 4 | — |
| Reformhandel | 1 | — |
| Fabrikanten van vruchtenconserven | 1 | — |
| Inkoopers Gesticht "Voorzienigheid" | 1 | — |
| Decorateur Centraal Station | 1 | — |
| Totaal: | 2238 | 630 |
In de groep kleinhandelaren met groente zijn er, die uitsluitend aardappelen of fruit verhandelen. Dit document is een kille, bureaucratische weergave van de segregatie in de Amsterdamse economie tijdens de Duitse bezetting. Het overzicht werd opgesteld door de Dienst Marktwezen en gericht aan de beruchte afdeling 'Joodsche Zaken' van de Amsterdamse politie.
Opvallend in de data is de verhouding tussen winkeliers en straathandelaren (venters). Terwijl het aantal Joodse groentewinkeliers relatief laag is (80 tegenover 894), is het aandeel Joodse venters in de groente- en bloemenhandel verhoudingsgewijs zeer hoog (bijna 46% van de groenteventers was Joods). Dit weerspiegelt de sociaaleconomische positie van veel Joodse Amsterdammers die werkzaam waren in de ambulante handel.
De nauwkeurigheid waarmee ook individuele gevallen worden vermeld (zoals de inkooper van Gesticht "Voorzienigheid" of de decorateur op het Centraal Station) toont aan hoe diepgaand de registratiedrang van de bezetter en de meewerkende instanties was. De datum van het document, 24 juni 1942, is van cruciaal historisch belang. Dit is slechts enkele weken voordat de grootschalige deportaties van Joden uit Nederland naar de vernietigingskampen begonnen (de eerste trein uit kamp Westerbork vertrok op 15 juli 1942).
In deze periode was de 'Arisering' van de economie in volle gang: Joodse ondernemers werden uit hun beroep gezet, hun zaken werden geliquideerd of overgenomen door niet-Joden ('Verwalters'). Dergelijke lijsten dienden als administratieve basis voor de politie en de bezetter om Joodse burgers te identificeren, economisch te isoleren en uiteindelijk fysiek te verwijderen uit de samenleving. De afdeling Joodsche Zaken van de Amsterdamse politie speelde een actieve en faciliterende rol bij het opsporen en arresteren van Joodse medeburgers.