Officieel overheidsdocument (Verordening).
Origineel
Officieel overheidsdocument (Verordening). [Handgeschreven aantekening bovenaan op opgeplakt strookje papier:]
Afd. 4 - 1941 - Volgno. 595
Verordening over
het optreden van Joden
in het openbaar.
[Gedrukte tekst:]
1941 595
GEMEENTEBL[AD]
Afdeeling 4
VERORDENING OVER HET OPTREDEN VAN JODEN IN HET OPENBAAR.
De Commissaris-Generaal voor de Veiligheid heeft de volgende verordening over het optreden van Joden in het openbaar uitgevaardigd :
Krachtens par. 45 der Verordening No. 138/41 van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied betreffende het handhaven van de openbare orde, bepaal ik, met gelijktijdige opheffing van mijn mededeeling van 4 Juni 1941 over de beperkte bewegingsvrijheid voor Joden, het volgende :
ART. 1
1. Het is Joden verboden deel te nemen aan openbare bijeenkomsten en gebruik te maken van openbare inrichtingen voor zoover zij bestemd zijn om de bevolking ontspanning, tijdverdrijf en voorlichting te bieden.
2. In het bijzonder is aan Joden verboden :
1^o het bezoek aan openbare parken en dierentuinen ;
2^o het bezoek aan café's en restaurants, met inbegrip van die op stations alsmede het verblijf in hotels en pensions ;
3^o het gebruik van slaap- en restauratiewagens ;
4^o het bezoek aan schouwburgen, cabarets, variété's en bioscopen ;
5^o het bezoek aan sportinrichtingen, met inbegrip van zeebaden, overdekte en niet-overdekte zwembaden, alsmede het deelnemen aan openbare sportverrichtingen ;
6^o het deelnemen aan openbare artistieke vertooningen, met inbegrip van concerten ;
7^o het verblijf in en het gebruik maken van openbare bibliotheken, leeszalen en musea.
ART. 2
[Handgeschreven kanttekening: Cm in niet openbaar.]
Voorts is aan Joden het directe of indirecte deelnemen aan openbare markten, met inbegrip van de veemarkten, openbare veilingen en goederenbeurzen, alsmede het betreden van abattoirs verboden.
ART. 3
Voor het blijvend of tijdelijk veranderen van woonplaats of van de gewone verblijfplaats door Joden is een vergunning vereischt.
ART. 4
1. Op de bepalingen van artt. 1 en 2 kunnen uitzonderingen worden toegestaan, welke met kosten gepaard kunnen gaan.
2. Voor het verstrekken van uitzonderingen (alinea 1), alsmede voor het uitreiken van vergunningen (art. 3) is de Commissaris-Generaal voor de Veiligheid, resp. de door hem aangewezen instantie bevoegd.
ART. 5
Worden uitzonderingen voor bijeenkomsten of inrichtingen verstrekt, dan moeten de daartoe dienende lokalen of inrichtingen kenbaar gemaakt worden door borden, biljetten of opschriften met den tekst :
,,Joodsch lokaal (resp. Joodsche bijeenkomst), alleen voor Joden toegankelijk.’’
STADSDRUKKERIJ AMSTERDAM * Taal en Stijl: De tekst is gesteld in formeel-juridisch Nederlands met de destijds gebruikelijke spelling (zoals "Nederlandsche", "den", "zoo"). Het document ademt een kille, administratieve sfeer die kenbaar is voor bezettingswetgeving.
* Inhoudelijke Kern: De verordening vormt een wettelijke basis voor de totale sociale uitsluiting van Joden in Nederland. Het verbiedt hen de toegang tot vrijwel alle vormen van publiek leven: van recreatie (parken, bioscopen, sport) tot basisvoorzieningen (hotels, markten, bibliotheken).
* Controle: Artikel 3 perkt de bewegingsvrijheid in door verhuizen of tijdelijk verblijf elders vergunningsplichtig te maken. Artikel 5 introduceert verplichte signalering voor afgezonderde Joodse gelegenheden, wat de fysieke segregatie zichtbaar maakte in het straatbeeld.
* Kenmerken: De aanwezigheid van archiefnummers en de stempel van de Stadsdrukkerij Amsterdam duiden op een officiële gemeentelijke archivering van centrale verordeningen. * Historisch kader: Dit document stamt uit 1941, een cruciaal jaar in de Holocaust in Nederland. Na de eerste razzia's en de Februaristaking van 1941 intensiveerde de bezetter de stroom aan anti-Joodse maatregelen (de zogenaamde Judenverordnungen).
* Daders: De genoemde "Commissaris-Generaal voor de Veiligheid" was Hans Albin Rauter, de hoogste SS- en politiechef in bezet Nederland. Hij was direct verantwoordelijk voor de uitvoering van de Holocaust in Nederland onder bevel van Rijkscommissaris Seyss-Inquart.
* Doel: Het doel van deze specifieke verordening was het volledig isoleren van de Joodse bevolking van de rest van de Nederlandse samenleving. Door hen uit het publieke zicht te verwijderen en hun bewegingsvrijheid aan banden te leggen, werd de weg vrijgemaakt voor de latere registratie, deportatie en vernietiging. Het is een tastbaar bewijs van de bureaucratische precisie waarmee de discriminatie werd uitgevoerd.