Archief 745
Inventaris 745-354
Pagina 69
Dossier 37
Jaar 1941
Stadsarchief

Gedrukte pagina uit een verordeningenblad of officieel publicatieblad.

18 september 1941.

Origineel

Gedrukte pagina uit een verordeningenblad of officieel publicatieblad. 18 september 1941. Volgn. 595 2

Aan niet-Joodsche personen is het betreden van dergelijke lokalen of inrichtingen verboden.

ART. 6
Jood in den zin van deze verordening is wie volgens art. 4 van de verordening No. 189/40 over de aanmelding van ondernemingen Jood is of als Jood geldt.

ART. 7
Wie in strijd handelt met de bepalingen van artt. 1, 2, 3 en 5 of deze ontduikt, wordt — voor zoover niet krachtens andere voorschriften een zwaardere straf wordt toegepast — bestraft met hechtenis met een maximum van zes maanden en een boete met een maximum van 1000 gulden of met een van deze straffen. Aan dezelfde straf is onderhevig hij, die een ontduiking van deze bepalingen in de hand werkt, mogelijk maakt of daarbij zijn medewerking verleent.
2. De volgens alinea 1 strafbare handelingen zijn overtredingen.
3. Het nemen van maatregelen door de Sicherheitspolizei blijft hierdoor onaangetast.

ART. 8
Deze verordening treedt in werking, met uitzondering van art. 2, op den dag harer afkondiging. Art. 2 treedt 14 dagen na de afkondiging in werking.

Zie volgn. 458 van 1940.

AMSTERDAM, 18 September 1941. * Juridische uitsluiting: Het document illustreert hoe de bezetter via formele wetgeving de segregatie van Joden in Nederland legaliseerde. De eerste zin verbiedt niet-Joden de toegang tot specifieke (Joodse) inrichtingen, wat bijdraagt aan de isolatie van de Joodse gemeenschap.
* Definitie van 'Jood': In Artikel 6 wordt verwezen naar een eerdere verordening (189/40). Dit toont de bureaucratische systematiek waarmee de identiteit van slachtoffers werd vastgelegd voor verdere vervolging.
* Strafmaat: Artikel 7 stelt duidelijke sancties (gevangenisstraf en boetes) op overtreding of ontduiking van de regels. Cruciaal is lid 3, waarin expliciet wordt vermeld dat de Sicherheitspolizei (SiPo) boven deze wetgeving staat en eigen maatregelen kan blijven nemen. Dit geeft aan dat het rechtssysteem ondergeschikt was aan de terreur van de politie-organen.
* Gefaseerde invoering: Artikel 8 toont aan dat bepaalde maatregelen (Art. 2) met een vertraging werden ingevoerd, mogelijk om de getroffenen of de uitvoerende instanties een korte termijn tot schikking te geven. Dit document dateert uit september 1941, een periode waarin de anti-Joodse maatregelen in het bezette Nederland in een stroomversnelling raakten. Na de eerste brute razzia's en de Februaristaking van begin 1941, schakelde de bezetter over op een meer 'legale' en systematische uitsluiting van Joden uit het openbare leven. Verordeningen zoals deze vormden het juridische fundament voor de latere deportaties. De verwijzing naar verordening 189/40 (de verplichte aanmelding van Joodse ondernemingen) is tekenend voor het economische proces van onteigening en uitsluiting dat hand in hand ging met de maatschappelijke isolatie.

Samenvatting

  • Juridische uitsluiting: Het document illustreert hoe de bezetter via formele wetgeving de segregatie van Joden in Nederland legaliseerde. De eerste zin verbiedt niet-Joden de toegang tot specifieke (Joodse) inrichtingen, wat bijdraagt aan de isolatie van de Joodse gemeenschap.
  • Definitie van 'Jood': In Artikel 6 wordt verwezen naar een eerdere verordening (189/40). Dit toont de bureaucratische systematiek waarmee de identiteit van slachtoffers werd vastgelegd voor verdere vervolging.
  • Strafmaat: Artikel 7 stelt duidelijke sancties (gevangenisstraf en boetes) op overtreding of ontduiking van de regels. Cruciaal is lid 3, waarin expliciet wordt vermeld dat de Sicherheitspolizei (SiPo) boven deze wetgeving staat en eigen maatregelen kan blijven nemen. Dit geeft aan dat het rechtssysteem ondergeschikt was aan de terreur van de politie-organen.
  • Gefaseerde invoering: Artikel 8 toont aan dat bepaalde maatregelen (Art. 2) met een vertraging werden ingevoerd, mogelijk om de getroffenen of de uitvoerende instanties een korte termijn tot schikking te geven.

Historische Context

Dit document dateert uit september 1941, een periode waarin de anti-Joodse maatregelen in het bezette Nederland in een stroomversnelling raakten. Na de eerste brute razzia's en de Februaristaking van begin 1941, schakelde de bezetter over op een meer 'legale' en systematische uitsluiting van Joden uit het openbare leven. Verordeningen zoals deze vormden het juridische fundament voor de latere deportaties. De verwijzing naar verordening 189/40 (de verplichte aanmelding van Joodse ondernemingen) is tekenend voor het economische proces van onteigening en uitsluiting dat hand in hand ging met de maatschappelijke isolatie.

Locaties

Amsterdam.

Kooplieden in dit dossier 100

A. Cosman Waterlooplein "
A. Cosman Waterlooplein "
A. Poortje Uilenburg
A. Poortje Uilenburg
A. Poortje Uilenburg
A.v. Velzen Uilenburg "
A.v. Velzen Uilenburg "
B.A.Bouw
Barend Barend Uilenburg
Barend Barend Uilenburg
B. Barend Uilenburg
B. Kroese Uilenburg
B. Kroese Uilenburg
B. Kroese Uilenburg
B. Meents Uilenburg
B. Meents Uilenburg
B. Moffie Waterlooplein "
B. Moffie Waterlooplein "
B. Nebig Uilenburg
B. Nebig Uilenburg
B. Nebig Uilenburg
P. Langendijkstr Uilenburg 7
B. van Thijn Waterlooplein "
B. van Thijn Waterlooplein "
B. van Thijn Waterlooplein "
B. Wittenburg Uilenburg
C.Pas
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6