Archiefdocument
Origineel
19 februari 1942 De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markthallen of een gerelateerde gemeentelijke marktdienst in Amsterdam). De Beauftragte (gevolmachtigde) van de Reichskommissar voor de stad Amsterdam, gevestigd aan het Museumplein 17. 19 Februari 1942.
Zu Händen des Wirtschafts-
referenten Alois Gombault.
den Beauftragten des Reichs-
kommissars für die Stadt
Amsterdam,
Museumplein 17.
Amsterdam-Zuid.
Unter Hinweisung auf unsere Unterredung vom 9. dieses
Monats, beehre ich mich Ihnen folgendes mitzuteilen.
Der Ausgleichung des jüdischen Straszenhandels zu-
folge hat die Zahl jüdischer Verkäufer von Gemüse und Obst
bedeutend abgenommen.
Wir besprachen die Einsetzung eines Aufsichtsrates
am Zentralmarkte, dessen Aufgabe wäre dafür zu sorgen, dasz
den noch bestehenden jüdischen Geschäften durchschnittlich
nicht mehr Güter geliefert werden sollten als sie bisher
bezogen. Der Umsatz dieser jüdischen Geschäfte ist nämlich
wahrscheinlich bedeutend geringer als 10% der Bevölkerung,
da es sich im allgemeinen um niedrige Geschäfte handelt.
Dies aber ist nicht eine definitive Lösung.
Eine entscheidendere Lösung um dafür zu sorgen,
dasz die jüdische Bevölkerung sich nicht besser als die
übrige Bevölkerung mit Gemüse und Obst versehen werden kann,
wird nur möglich sein, indem es den Juden verboten sein
wird in anderen als dazu anzuweisen Geschäften zu kaufen, und
es Bedingungen gibt, dasz man diese Vorschriften nicht auf
irgend eine Weise umgehen kann.
Der Direktor, Dit document is een kil, ambtelijk verslag van de bureaucratische voorbereidingen op de verdere uitsluiting van de Joodse bevolking in Amsterdam. De schrijver overlegt met de Duitse bezetter over hoe de distributie van verse levensmiddelen aan Joden aan banden kan worden gelegd.
De belangrijkste punten uit de brief zijn:
1. Vermindering van handel: Er wordt geconstateerd dat de Joodse straathandel in groenten en fruit al flink is teruggedrongen.
2. Controle op de Centrale Markt: Er wordt voorgesteld een raad van toezicht in te stellen op de Centrale Markthallen om de leveranties aan de resterende Joodse winkels te maximeren op basis van historische (lage) omzetcijfers.
3. Gedwongen winkelnering: De auteur stelt voor om Joden te verbieden bij niet-Joodse winkels te kopen. Dit wordt eufemistisch gepresenteerd als een maatregel om te voorkomen dat Joden "beter" voorzien worden dan anderen, maar het is in werkelijkheid een methode voor totale segregatie en beheersing van de voedseltoevoer. In februari 1942 was de bezetter druk bezig met het isoleren van de Joodse gemeenschap in Amsterdam. Alois Gombault, de geadresseerde, was een belangrijke functionaris binnen de Duitse staf in Amsterdam die verantwoordelijk was voor economische zaken en de "Arisering" (het onteigenen van Joodse bedrijven).
De Centrale Markthallen vormden het hart van de voedseldistributie in de stad. Door hier een "Aufsichtsrat" (raad van toezicht) in te stellen, kreeg de bezetter direct grip op de overlevingsmogelijkheden van de Joodse bevolking. De brief illustreert hoe lokale instanties meewerkten aan de uitvoering van discriminerende maatregelen. Enkele maanden na deze brief, in de zomer van 1942, zouden de grootschalige deportaties naar de vernietigingskampen beginnen. De hier voorgestelde isolatie in specifieke winkels maakte het voor de bezetter makkelijker om de Joodse bevolking te monitoren en uiteindelijk te registreren voor deportatie.