Ambtsbrief/Rapportage betreffende de Centrale Markt.
Origineel
Ambtsbrief/Rapportage betreffende de Centrale Markt. 1 april 1941. Waarschijnlijk W. Brouwer (directeur van de Centrale Markt), gezien de handtekening/naam rechtsboven. W. Brouwer [handgeschreven]
D/HG.
37/15/8 H.
verzonden 2/4 [stempel/handgeschreven in blauw]
1 April 1941.
Scheiding Joodsch en
niet-Joodsch element
op de Centrale Markt.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Ingevolge den opdracht van den heer Regeeringscommissaris voor Amsterdam heb ik de eer U hieronder een beknopt overzicht te doen toekomen van de mogelijkheden, welke naar mijn meening op de Centrale Markt waren te overwegen om te geraken tot een zoo ver mogelijk doorgevoerde scheiding tusschen het Joodsche en niet-Joodsche element, zonder dat als gevolg van een en ander de structuur der markt zoodanig zou worden aangetast, dat daardoor de goede gang van zaken in gevaar zou worden gebracht.
Op de Centrale Markt zijn de volgende categorieën van verkoopers (c.q. zaken) gevestigd:
| Joodsche | niet-Joodsche | |
|---|---|---|
| Grossiers (groente en fruit) | 50 | 123 |
| Grossiers (aardappelen) | - | 23 |
| Tuinders | - | 330 |
| Veiling | - | - |
| Grossiers (bloemen) | - | 15 |
De volgende categorieën van koopers hebben toegang tot de Centrale Markt:
| Joodsche | niet-Joodsche | |
|---|---|---|
| bloemen | aardappelen, gr. en fruit | |
| --- | --- | --- |
| Winkeliers ) | ||
| Marktkooplieden (kleinhandelsmarkten) ) | ||
| Houders van vaste standplaatsen buiten de markten ) | 98 | 392 |
| Venters ) |
De opsteller van de brief onderzoekt hoe de "scheiding" tussen Joden en niet-Joden (het "Joodsche element") zo ver mogelijk doorgevoerd kan worden. Opvallend is de prioriteitstelling: de segregatie moet worden uitgevoerd, maar de "goede gang van zaken" (de voedselvoorziening van de stad) mag niet in gevaar komen. De Joodse marktkooplieden en grossiers worden hier puur als statistische eenheden behandeld.
De cijfers tonen aan dat Joden in 1941 nog een aanzienlijk deel uitmaakten van de handel in groente en fruit (50 van de 173 grossiers en bijna 500 geregistreerde kopers). In april 1941 was de Jodenvervolging in Nederland in een stroomversnelling geraakt. Na de februari-staking van 1941 werd de greep van de bezetter op Amsterdam verstevigd. Hans Fischböck was de "Regeeringscommissaris" (Generalkommissar für Finanz und Wirtschaft) die toezag op de economische gelijkschakeling en de "Arisering" van bedrijven.
De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat waren het logistieke hart van de Amsterdamse voedselvoorziening. Door Joodse handelaren eerst te registreren (zoals in dit document) en later te isoleren of te verbannen, werd de Joodse gemeenschap systematisch van haar middelen van bestaan beroofd. Niet lang na dit schrijven zouden Joodse handelaren volledig van de markt worden geweerd, wat een opmaat was naar de totale rechteloosheid en uiteindelijke deportatie. W. Brouwer