Archief 745
Inventaris 745-354
Pagina 143
Dossier 2A
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte notulen/verslag (pagina 2).

Ongedateerd (op basis van inhoud: circa 1941-1942).

Origineel

Getypte notulen/verslag (pagina 2). Ongedateerd (op basis van inhoud: circa 1941-1942). -2-

ren ren, dat de eventueel leegkomende 9 pakhuizen der Joden op E onmiddellyk door niet-Joodsche grossiers zullen worden gehuurd. Men moet hierby bedenken, dat alle tuindersproducten, die thans via de veiling aan de grossiers worden verkocht, in de pakhuizen der grossiers terechtkomen, terwyl de tuinders deze producten voorheen zelfstandig op open plaatsen op de Centrale Markt verkochten.
Spreker kan mededeelen, dat de eigenaars der grootste Joodsche zaken op de Centrale Markt, hem hebben verklaard, dat, wanneer er een scheiding op de Centrale Markt zou worden ingevoerd, zy van de markt zullen vertrekken.
De Directeur merkt op, dat by invoering van het plan niet minder pakhuisruimte voor de niet-Joodsche zaken beschikbaar komt, daar deze zaken naar de vrykomende Joodsche pakhuisafdeelingen kunnen worden overgeplaatst; deze pakhuizen zyn grooter, dan die op pier E.
De heer Dykstra zegt, dat desondanks de ruimte onvoldoende is, hoewel van de zyde van het Marktwezen gelegenheid wordt gegeven goederen buiten de pakhuizen op te slaan; hy wyst daarna op de plannen, die bestaan wat betreft de centrale inname van fust. Pier E is hiervoor by uitstek geschikt, terwyl hiervoor zyns inziens geen ander geschikt punt op de Centrale Markt beschikbaar is. Men kan thans wel zeggen, dat het fustvraagstuk op de Centrale Markt in een zoodanig stadium is gekomen, dat de geheele handel (en zeker niet in het minst de kleinhandel) als het ware om een oplossing smeekt. Spreker concludeert, dat de handel der Centrale Markt zich met het plan pier E nimmer kan vereenigen en zich hiertegen dan ook tot het uiterste zal verzetten.
De heer Dinkgreve spreekt over de belangen der tuinders. Deze hebben zich, sedert hun de veilingsplicht is opgelegd, by den aanvoer naar de veiling wat betreft de neerzetruimte voor hun producten ten zeerste moeten behelpen. Een toestand als op de Centrale Markt bestaat, dat de veiling-goederen op vyf verschillende punten van de markt moeten worden neergezet, bestaat nergens in Nederland; dit is ook niet te rymen met deze zoo goed ingerichte Centrale Markt. Dit is intusschen een noodoplossing, welke niet te vermyden was. Het is dringend gewenscht, dat de aanvoer der tuinders, teneinde een overzicht van den aanvoer te verkrygen - mede in verband met den export - zoo spoedig mogelyk wordt gecentraliseerd. Met alle waardeering voor het plan Dykstra inzake de bestemming van pier E voor de centrale inname van emballage, moet spreker verklaren, dat de tuindersbelangen voor moeten gaan. Pier E is de eenige plaats op de Centrale Markt (nadat ter plaatse een overkapping is aangebracht), waar de aanvoer der tuinders op goede wyze kan plaatsvinden.
De Directeur zegt, dat het fustvraagstuk ook voor de veiling geldt. De fust-inname van de veiling, en die, welke de grossiers thans ten behoeve van hun fust voorbereiden, zullen in de toekomst zyns inziens moeten worden gecombineerd. De plaats voor fustinname van de veiling zal zich by de ruimte van den veilingaanvoer moeten aansluiten. Dit wil zeggen, dat de geheele centrale emballage-inname en de aanvoerruimte/de veiling als het ware een complex zullen vormen waardoor behalve van pier E ook van ruimte in de omgeving daarvan en onder meer van een deel van het reserveterrein ten Noorden van pier E gebruik zal moeten worden gemaakt.
/voor Het gaat voorloopig echter ten aanzien van pier E om een tydelyke oplossing.
Spreker oppert de mogelykheid de loods der Weermacht te verplaatsen naar het Westelyk reserveterrein ten Noorden van de pier waar de emballage en sorteerloodsen zyn geplaatst.
De heer Dinkgreve zegt, dat de toestand dan nog meer ontwricht en verbrokkeld wordt; de tuinders zullen aan de eene zyde van de markt hun goederen brengen en dan om moeten varen om elders hun emballage te halen.
De heer Van Es zegt, dat de Veiling zich, wat betreft de afgifte van fust aan de tuinders zich op pier E heeft moeten concentreeren. Spreker wil niet eens naar de toekomst zien, doch zich uitsluitend tot het heden bepalen. De Veiling heeft momenteel niet de beschikking over de emballageloods, welke door de Duitsche Weermacht is gevorderd. Voor de afgifte van fust aan de tuinders blyft derhalve slechts pier E beschikbaar. Ook hieraan zyn reeds bezwaren verbonden,doch het is toch de meest practische oplossing.
De heer Dykstra verzoekt speciaal in de notulen op te nemen zyn verklarir * Ruimtelijk conflict: Het document beschrijft een diepgaand logistiek conflict op de Centrale Markt. Er is een strijd om de schaarse ruimte op Pier E. De verschillende partijen (veiling, grossiers, tuinders) hebben tegenstrijdige belangen wat betreft de aanvoer van producten en de inname van emballage (fust).
* Arisering: De tekst bevat expliciete verwijzingen naar de "Arisering" van de markt. Er wordt gesproken over "leegkomende 9 pakhuizen der Joden" die door "niet-Joodsche grossiers" gehuurd zullen worden. Dit duidt op de gedwongen verwijdering van Joodse ondernemers van de markt.
* Logistieke druk: De invoering van de "veilingsplicht" voor tuinders heeft gezorgd voor een enorme druk op de neerzetruimte. De huidige situatie wordt omschreven als een "noodoplossing" die nergens anders in Nederland voorkomt.
* Militaire invloed: De aanwezigheid van de Duitse bezetter is direct voelbaar: de Wehrmacht heeft loodsen gevorderd, waardoor de Veiling nog minder ruimte heeft voor emballage en gedwongen is uit te wyken naar Pier E. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). De locatie is de Centrale Markthallen in Amsterdam (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat).

De notulen geven een unieke inkijk in hoe de dagelijkse economische en logistieke bedrijfsvoering verweven raakte met de anti-Joodse maatregelen van de bezetter. De "vrykomende Joodsche pakhuisafdeelingen" waren het resultaat van de verordeningen die Joden uitsloten van het economisch leven. Tegelijkertijd laten de discussies zien dat, ondanks de oorlogssituatie, de bureaucratische en zakelijke strijd tussen verschillende handelsbelangen (grossiers versus tuinders) onverminderd doorging, bemoeilijkt door vorderingen van de Wehrmacht. De spelling (bijv. "y" in plaats van "ij") is kenmerkend voor de ambtelijke schrijfwijze van die tijd.

Samenvatting

  • Ruimtelijk conflict: Het document beschrijft een diepgaand logistiek conflict op de Centrale Markt. Er is een strijd om de schaarse ruimte op Pier E. De verschillende partijen (veiling, grossiers, tuinders) hebben tegenstrijdige belangen wat betreft de aanvoer van producten en de inname van emballage (fust).
  • Arisering: De tekst bevat expliciete verwijzingen naar de "Arisering" van de markt. Er wordt gesproken over "leegkomende 9 pakhuizen der Joden" die door "niet-Joodsche grossiers" gehuurd zullen worden. Dit duidt op de gedwongen verwijdering van Joodse ondernemers van de markt.
  • Logistieke druk: De invoering van de "veilingsplicht" voor tuinders heeft gezorgd voor een enorme druk op de neerzetruimte. De huidige situatie wordt omschreven als een "noodoplossing" die nergens anders in Nederland voorkomt.
  • Militaire invloed: De aanwezigheid van de Duitse bezetter is direct voelbaar: de Wehrmacht heeft loodsen gevorderd, waardoor de Veiling nog minder ruimte heeft voor emballage en gedwongen is uit te wyken naar Pier E.

Historische Context

Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). De locatie is de Centrale Markthallen in Amsterdam (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat).

De notulen geven een unieke inkijk in hoe de dagelijkse economische en logistieke bedrijfsvoering verweven raakte met de anti-Joodse maatregelen van de bezetter. De "vrykomende Joodsche pakhuisafdeelingen" waren het resultaat van de verordeningen die Joden uitsloten van het economisch leven. Tegelijkertijd laten de discussies zien dat, ondanks de oorlogssituatie, de bureaucratische en zakelijke strijd tussen verschillende handelsbelangen (grossiers versus tuinders) onverminderd doorging, bemoeilijkt door vorderingen van de Wehrmacht. De spelling (bijv. "y" in plaats van "ij") is kenmerkend voor de ambtelijke schrijfwijze van die tijd.

Locaties

Waarschijnlijk Amsterdam (gezien de verwijzing naar de "Centrale Markt").

Kooplieden in dit dossier 100

A. Cosman Waterlooplein "
A. Cosman Waterlooplein "
A. Poortje Uilenburg
A. Poortje Uilenburg
A. Poortje Uilenburg
A.v. Velzen Uilenburg "
A.v. Velzen Uilenburg "
B.A.Bouw
Barend Barend Uilenburg
Barend Barend Uilenburg
B. Barend Uilenburg
B. Kroese Uilenburg
B. Kroese Uilenburg
B. Kroese Uilenburg
B. Meents Uilenburg
B. Meents Uilenburg
B. Moffie Waterlooplein "
B. Moffie Waterlooplein "
B. Nebig Uilenburg
B. Nebig Uilenburg
B. Nebig Uilenburg
P. Langendijkstr Uilenburg 7
B. van Thijn Waterlooplein "
B. van Thijn Waterlooplein "
B. van Thijn Waterlooplein "
B. Wittenburg Uilenburg
C.Pas
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6