Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag/kopie voor het archief).
Origineel
Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag/kopie voor het archief). 8 januari 1942. MARKTWEZEN - AMSTERDAM.
Amsterdam, 8 Januari 1942.
Jan van Galenstraat 14.
No. 37/6/2 M.
Aan
In verband met de ariseeringsplannen voor de Centrale Markt alhier, heb ik de eer U in bijlage dezes te doen toekomen aanvragen voor inlichtingen uit het Bevolkingsregister ten name van personen, wien toegang tot die markt is verleend, met beleefd verzoek te doen nagaan wie van hen als Jood in den zin der Verordening No. 4/1940 van den Rijkscommissaris moeten worden aangemerkt.
Het voor deze inlichtingen verschuldigde bedrag werd heden aan U overgemaakt.
De Directeur, * Kernboodschap: De directeur van het Amsterdamse Marktwezen verzoekt informatie van de burgerlijke stand om te controleren welke personen met toegang tot de Centrale Markt als "Jood" aangemerkt moeten worden.
* Terminologie: Het gebruik van de term "ariseeringsplannen" is typerend voor de nazi-ideologie. Het verwijst naar het proces waarbij Joden uit het economische leven werden verdreven en hun bezittingen of posities werden overgedragen aan "Ariërs".
* Juridische basis: De brief verwijst expliciet naar "Verordening No. 4/1940". Dit was een van de eerste verordeningen van Rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart, die de definitie van "Jood" vastlegde en de basis vormde voor de daaropvolgende uitsluiting en vervolging.
* Bancaire afhandeling: De vermelding dat het "verschuldigde bedrag" voor deze inlichtingen reeds is overgemaakt, illustreert de kille, bureaucratische efficiëntie waarmee de Jodenvervolging als een reguliere administratieve taak werd behandeld. Dit document stamt uit januari 1942, een periode waarin de anti-Joodse maatregelen in bezet Nederland in een stroomversnelling kwamen. De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat was een vitaal logistiek knooppunt voor de voedselvoorziening in Amsterdam.
De brief is een bewijsstuk van de actieve medewerking van Nederlandse gemeentelijke instanties aan de uitvoering van de Holocaust (de Shoah). Door mee te werken aan het identificeren van Joodse handelaren en werknemers, faciliteerde de dienst Marktwezen hun directe uitsluiting van de markt, wat een opmaat was naar hun uiteindelijke deportatie. Het toont aan hoe de nazi-bezetter gebruikmaakte van bestaande ambtelijke structuren en bevolkingsregisters om hun racistische beleid uit te voeren.