Getypte brief (doorslag).
Origineel
Getypte brief (doorslag). 22 april 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt). Den Heer Stadsingenieur, Voorzitter Kleine Benzinecommissie, Raadhuis, Amsterdam ("Alhier"). Extra
D/HG.
den Heer Stadsingenieur,
Voorzitter Kleine Benzinecommissie,
Raadhuis,
A l h i e r .
37/19/11 M. 22 April 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 18 dezer No.S.I.2498/111
heb ik de eer U te berichten, dat de grossier F. Draaisma zijn
vrachtauto in verband met de moeilijkheden bij den afvoer der produc-
ten van de Centrale Markt thans gebruikt voor de expeditie van deze
goederen. Zooals reeds met Uwen Heer Jassonius werd besproken, is
het van groot belang voor den goeden gang van zaken op de Centrale
Markt, dat de onderhavige aanvrage wordt ingewilligd.
De Directeur, In deze brief pleit de directeur van de Centrale Markt bij de 'Kleine Benzinecommissie' voor de inwilliging van een aanvraag voor grossier F. Draaisma. Draaisma zet zijn vrachtwagen in om transportproblemen bij de Centrale Markt op te lossen. De directeur benadrukt dat dit essentieel is voor de "goede gang van zaken" op de markt. Er wordt gerefeerd aan een eerder gesprek met een zekere heer Jassonius.
De toon is formeel-ambtelijk ("heb ik de eer U te berichten", "onderhavige aanvrage"). Het document is een doorslag van de originele brief, wat gebruikelijk was voor het archief van de verzendende instantie. Het document dateert uit april 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er een nijpend tekort aan brandstoffen zoals benzine, die door de bezetter werden gevorderd of streng gerantsoeneerd.
Bedrijven die voor hun bedrijfsvoering afhankelijk waren van gemotoriseerd transport, moesten speciale vergunningen of toewijzingen aanvragen bij instanties zoals de hier genoemde 'Kleine Benzinecommissie'. De Centrale Markt (waarschijnlijk de Centrale Markthallen in Amsterdam) was van vitaal belang voor de voedselvoorziening van de stad. Logistieke problemen door brandstoftekorten konden de distributie van versproducten in gevaar brengen, vandaar de druk vanuit de directie van de markt om transporteurs zoals Draaisma van benzine te blijven voorzien. F. Draaisma
Samenvatting
In deze brief pleit de directeur van de Centrale Markt bij de 'Kleine Benzinecommissie' voor de inwilliging van een aanvraag voor grossier F. Draaisma. Draaisma zet zijn vrachtwagen in om transportproblemen bij de Centrale Markt op te lossen. De directeur benadrukt dat dit essentieel is voor de "goede gang van zaken" op de markt. Er wordt gerefeerd aan een eerder gesprek met een zekere heer Jassonius.
De toon is formeel-ambtelijk ("heb ik de eer U te berichten", "onderhavige aanvrage"). Het document is een doorslag van de originele brief, wat gebruikelijk was voor het archief van de verzendende instantie.
Historische Context
Het document dateert uit april 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er een nijpend tekort aan brandstoffen zoals benzine, die door de bezetter werden gevorderd of streng gerantsoeneerd.
Bedrijven die voor hun bedrijfsvoering afhankelijk waren van gemotoriseerd transport, moesten speciale vergunningen of toewijzingen aanvragen bij instanties zoals de hier genoemde 'Kleine Benzinecommissie'. De Centrale Markt (waarschijnlijk de Centrale Markthallen in Amsterdam) was van vitaal belang voor de voedselvoorziening van de stad. Logistieke problemen door brandstoftekorten konden de distributie van versproducten in gevaar brengen, vandaar de druk vanuit de directie van de markt om transporteurs zoals Draaisma van benzine te blijven voorzien.