Getypte brief (doorslag of kopie) met handgeschreven aantekening.
Origineel
Getypte brief (doorslag of kopie) met handgeschreven aantekening. 13 juni 1941. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst, zoals de Marktwezen). [Handgeschreven in blauw potlood:] Verzonden 13/6
VD/HG.
den Heer Stadsingenieur,
Voorzitter Kleine Benzinecommissie,
Raadhuis,
A l h i e r .
37/19/24 M.
13 Juni 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 30 April jl. (m.z. Mei) S.I.4167/111 F II heb ik de eer U te berichten, dat de betreffende onderneming een expeditiebedrijf exploiteert en ook gedeeltelijk voor de Centrale Markt rijdt. Zij bezit 6 paarden en 5 wagens, benevens een anthracietgenerator.
Indien de onderhavige aanvraag zou worden ingewilligd, zou de firma meer expeditiewerk kunnen verrichten; ik merk hierbij op, dat niet te contrôleeren is, of zij de vergunning voor geperst gas uitsluitend zou gebruiken voor den afvoer van de Centrale Markt, of dat daarmee in hoofdzaak andere expeditie zou worden verzorgd. Voor de Centrale Markt acht ik dan ook het verleenen van de onderhavige vergunning niet van groot belang.
De Directeur, In deze brief adviseert de directeur (waarschijnlijk van de Centrale Markt) de voorzitter van de Kleine Benzinecommissie negatief over een vergunningsaanvraag van een niet nader genoemd expeditiebedrijf. Het bedrijf vraagt om een vergunning voor "geperst gas" om hun transportcapaciteit te vergroten.
De directeur voert twee argumenten aan:
1. Het bedrijf beschikt al over alternatieve middelen: 6 paarden, 5 wagens en een anthracietgenerator (een houtgas- of kolengasgenerator die op voertuigen werd gemonteerd bij gebrek aan benzine).
2. Er is een gebrek aan toezichtmogelijkheden: de directeur vreest dat het bedrijf de brandstof zal gebruiken voor algemeen expeditiewerk in plaats van specifiek voor de bevoorrading van de Centrale Markt.
De conclusie is dat de vergunning voor het publieke belang van de marktvoorziening "niet van groot belang" is. De brief dateert uit juni 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Brandstofschaarste was een acuut probleem. Benzine was op de bon en alleen beschikbaar voor strikt noodzakelijke diensten. De "Kleine Benzinecommissie" was een gemeentelijk orgaan dat besliste over de toewijzing van de schaarse brandstofvoorraden.
Om de schaarste te omzeilen, werd er massaal teruggegrepen op paard-en-wagen en werden vrachtwagens omgebouwd om op generatorgas (uit hout of anthraciet/kolen) of geperst gas te rijden. In de bureaucratische werkelijkheid van die tijd moesten ondernemers voor elke vorm van brandstof of alternatieve energiebronnen vergunningen aanvragen, waarbij het economisch nut voor de voedselvoorziening (de Centrale Markt) zwaar woog. De brief illustreert de argwaan van ambtenaren tegenover private ondernemers die dergelijke vergunningen mogelijk voor eigen gewin wilden inzetten. Marktwezen