Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag voor het archief).
Origineel
Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag voor het archief). 10 november 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). De Stadsingenieur, Voorzitter van de Kleine Benzinecommissie, Raadhuis, Amsterdam. [Handgeschreven in blauw potlood:] Inter
den Heer Stadsingenieur,
Voorzitter Kleine Benzinecommissie,
Raadhuis, Kamer 198,
Amsterdam-Centrum.
37/19/42 M [tab] 10 November 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 28 October jl. no.
S.I.5529/111 F heb ik de eer U te berichten, dat A.de Bray
sedert 3 November jl. toegang tot de Centrale Markt is ver-
leend als kleinhandelaar; hy bezet een losse plaats op de
markt Dapperstraat. L. de Bray heeft als expediteur toegang
tot de Centrale Markt; hy is in het bezit van een paard en
wagen. In de periode van 1 Januari - 1 November 1941 heeft L.
de Bray gedurende 14 weken een toegangsbewys tot de Centrale
Markt gekocht, zoodat hy deze markt niet intensief bezoekt.
In beide gevallen acht ik dan ook een vergunning, als door U
bedoeld, niet noodzakelyk.
Hiervan is reeds telefonisch Uwen heer Jansonius mede-
deeling gedaan.
De Directeur, In deze brief adviseert de Directeur (waarschijnlijk van het Marktwezen) de Kleine Benzinecommissie negatief over het verlenen van bepaalde vergunningen aan twee personen:
- A. de Bray: Een kleinhandelaar met een plek op de Dappermarkt. Hij heeft pas sinds kort (3 november 1941) toegang tot de Centrale Markt. Vanwege de kleinschaligheid van zijn handel wordt een extra vergunning niet nodig geacht.
- L. de Bray: Een expediteur. De belangrijkste reden voor de afwijzing hier is dat hij gebruikmaakt van een paard en wagen. Daarnaast blijkt uit de administratie dat hij in de voorgaande tien maanden slechts 14 weken een toegangsbewijs had gekocht, wat duidt op een weinig intensief gebruik van de Centrale Markt.
De "vergunning als door U bedoeld" verwijst in de context van de ontvanger (de Benzinecommissie) zeer waarschijnlijk naar een brandstofvergunning of een ontheffing voor gemotoriseerd vervoer. De Directeur concludeert dat beide heren hun werkzaamheden kunnen uitvoeren zonder deze extra faciliteiten, zeker aangezien één van hen met paard en wagen werkt. Dit document stamt uit november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van een groeiende schaarste aan grondstoffen en brandstoffen.
- Benzinerantsoenering: De "Kleine Benzinecommissie" was verantwoordelijk voor het strikt toewijzen van de schaarse benzine aan essentiële diensten en bedrijven. Particulier en niet-essentieel zakelijk autogebruik werd vrijwel onmogelijk gemaakt.
- Paard en wagen: Vanwege het gebrek aan brandstof en de vordering van motorvoertuigen door de bezetter, grepen veel ondernemers in de distributie en logistiek noodgedwongen terug op paard en wagen.
- Centrale Markt: De Centrale Markt (het huidige Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was de spil in de voedselvoorziening van de stad. Toegang was strikt gereguleerd en gebonden aan bewijzen.
- Bureaucreatie: De brief toont de nauwe afstemming tussen verschillende gemeentelijke afdelingen (Marktwezen, Stadsontwikkeling/Publieke Werken, en de speciale crisiscommissies) om het economisch leven onder de bezettingsomstandigheden te reguleren.