Archief 745
Inventaris 745-354
Pagina 366
Dossier 2A
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambbtelijke notitie / Bijblad (Model No. 14 van Algemene Zaken).

29 maart 1941 (stempel) en 3 april 1941 (handgeschreven paraaf).

Origineel

Ambbtelijke notitie / Bijblad (Model No. 14 van Algemene Zaken). 29 maart 1941 (stempel) en 3 april 1941 (handgeschreven paraaf). [Stempel linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 37/20/2 1941
DOORGEZONDEN: 29/3-'41.

[Linkerkolom tekst:]
gezien de
benzinepositie,
en de behoefte
daaraan voor
belangrijke objecten
(aardappelopvoer)
is zijn advies
intrekken

[Paraaf linksonder:]
Gez 3/4 '41

[Rechterkolom tekst:]
Hr. Dekker gebruikt zijn
luxe wagen voor het bezoeken
der veilingen in het Westland en
maakt daarbij een adres of
meerdere adressen mede.
De Heer Dekker kan die veilingen
ook bereiken per spoor en bus.
Mijn bezwaar daartegen is, dat
hij een tijd te kort komt.
M.i. kan hij dan een van zijn
zoons belasten met de inkoop
en dan is de vergunning niet
nodig.

[Voorgedrukte tekst linksonder:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het document is een interne ambtelijke notitie betreffende de distributie van brandstof tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van het schrijven is een afweging tussen het individuele belang van de heer Dekker (die zijn auto gebruikt voor zakelijke bezoeken aan veilingen in het Westland) en het algemene belang van de schaarse benzinevoorraad.

De opsteller van de notitie is van mening dat de vergunning voor de 'luxe wagen' van Dekker ingetrokken kan worden. De argumenten hiervoor zijn:
1. Alternatief vervoer: De veilingen zijn bereikbaar per trein (spoor) of bus.
2. Delegatie: Hoewel Dekker zelf tijdgebrek aanvoert als bezwaar tegen het openbaar vervoer, stelt de ambtenaar voor dat hij een van zijn zoons belast met de inkoop.
3. Prioritering: De beschikbare benzine moet worden gereserveerd voor "belangrijke objecten", waarbij specifiek de "aardappelopvoer" (de bevoorrading van aardappelen) wordt genoemd.

De notitie getuigt van de strenge rantsoenering en de bureaucratische controle op middelen die essentieel waren voor de voedselvoorziening en de oorlogseconomie. Deze correspondentie vindt plaats in het voorjaar van 1941, bijna een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De schaarste aan brandstoffen was op dat moment al nijpend. De bezetter en de Nederlandse bureaucratie werkten samen om het gebruik van particuliere auto's tot een minimum te beperken. Alleen voor vitale economische processen, zoals de distributie van voedsel (de genoemde 'aardappelopvoer'), werd nog brandstof ter beschikking gesteld. Het Westland was en is het centrum van de Nederlandse glastuinbouw, waardoor de genoemde veilingen cruciaal waren voor de voedselketen, maar blijkbaar niet belangrijk genoeg om individueel autoverkeer te rechtvaardigen.

Samenvatting

Het document is een interne ambtelijke notitie betreffende de distributie van brandstof tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van het schrijven is een afweging tussen het individuele belang van de heer Dekker (die zijn auto gebruikt voor zakelijke bezoeken aan veilingen in het Westland) en het algemene belang van de schaarse benzinevoorraad.

De opsteller van de notitie is van mening dat de vergunning voor de 'luxe wagen' van Dekker ingetrokken kan worden. De argumenten hiervoor zijn:
1. Alternatief vervoer: De veilingen zijn bereikbaar per trein (spoor) of bus.
2. Delegatie: Hoewel Dekker zelf tijdgebrek aanvoert als bezwaar tegen het openbaar vervoer, stelt de ambtenaar voor dat hij een van zijn zoons belast met de inkoop.
3. Prioritering: De beschikbare benzine moet worden gereserveerd voor "belangrijke objecten", waarbij specifiek de "aardappelopvoer" (de bevoorrading van aardappelen) wordt genoemd.

De notitie getuigt van de strenge rantsoenering en de bureaucratische controle op middelen die essentieel waren voor de voedselvoorziening en de oorlogseconomie.

Historische Context

Deze correspondentie vindt plaats in het voorjaar van 1941, bijna een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De schaarste aan brandstoffen was op dat moment al nijpend. De bezetter en de Nederlandse bureaucratie werkten samen om het gebruik van particuliere auto's tot een minimum te beperken. Alleen voor vitale economische processen, zoals de distributie van voedsel (de genoemde 'aardappelopvoer'), werd nog brandstof ter beschikking gesteld. Het Westland was en is het centrum van de Nederlandse glastuinbouw, waardoor de genoemde veilingen cruciaal waren voor de voedselketen, maar blijkbaar niet belangrijk genoeg om individueel autoverkeer te rechtvaardigen.

Kooplieden in dit dossier 100

A. Cosman Waterlooplein "
A. Cosman Waterlooplein "
A. Poortje Uilenburg
A. Poortje Uilenburg
A. Poortje Uilenburg
A.v. Velzen Uilenburg "
A.v. Velzen Uilenburg "
B.A.Bouw
Barend Barend Uilenburg
Barend Barend Uilenburg
B. Barend Uilenburg
B. Kroese Uilenburg
B. Kroese Uilenburg
B. Kroese Uilenburg
B. Meents Uilenburg
B. Meents Uilenburg
B. Moffie Waterlooplein "
B. Moffie Waterlooplein "
B. Nebig Uilenburg
B. Nebig Uilenburg
B. Nebig Uilenburg
P. Langendijkstr Uilenburg 7
B. van Thijn Waterlooplein "
B. van Thijn Waterlooplein "
B. van Thijn Waterlooplein "
B. Wittenburg Uilenburg
C.Pas
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6