Archief 745
Inventaris 745-354
Pagina 380
Dossier 2A
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypt afschrift van een officiële brief.

14 maart 1941. Van: De Directeur van de Dienst der Publieke Werken Amsterdam (ondertekend namens de directeur door de Secretaris, A. de Bruyn).

Origineel

Getypt afschrift van een officiële brief. 14 maart 1941. De Directeur van de Dienst der Publieke Werken Amsterdam (ondertekend namens de directeur door de Secretaris, A. de Bruyn). No.37/23/1 M.1941 25/3 AFSCHRIFT.

No.319 L.M.1941 No.55/4 P.W.1941.

DIENST DER PUBLIEKE
WERKEN AMSTERDAM.

Grb.No.789/Doss.E 2281 Amsterdam, 14 Maart 1941.
Antw.op No.55/4 P.W.
d.d. 6 Maart 1941.

                                Aan den Heer Wethouder P.W.

    In het mij onder nevenaangehaalde apostille in handen gestelde schrijven deelt A.G.Beumer mede, dat hij zich accoord verklaart met de concept-voordracht betreffende het aan hem in erfpacht uit te geven terrein aan de Den Brielstraat.
    Hij verzoekt echter, de bepaling onder 6e, houdende, dat zonder schriftelijke vergunning van Burgemeester en Wethouders het terrein en de daarop gevestigde inleggerij en kuiperij noch geheel, noch gedeeltelijk mogen worden bestemd voor den opslag van aardappelen, groenten en fruit, te doen vervallen of hem reeds thans een schriftelijke vergunning voor den opslag te geven.
    Hieromtrent bericht ik U het volgende.
    In mijn rapport d.d. 31 Januari jl., Grb.No.365, betreffende het in erfpacht uitgeven van bedoeld terrein aan Beumer, heb ik deze bepaling niet opgenomen, omdat het exploiteeren van een inleggerij van groenten, enz. uit den aard der zaak inhoudt, dat de in te leggen groenten ter plaatse voor de bewerking worden opgeslagen en vervolgens in vaten ter plaatse worden bewaard, totdat aflevering aan den handel plaats vindt.
    Naar mijn meening kan de gewraakte bepaling dan ook gevoeglijk vervallen. Mocht te zijner tijd de fabriek van bestemming veranderen, dan kan beoordeeld worden, of het opnemen van een zoodanige bepaling in de privaatrechtelijke vergunning noodig is.
    Adressant verzoekt verder, hem gedurende vijf jaar het recht te verleenen, het terrein te koopen voor den prijs van *f* 20,- per m2.
    Dezerzijds bestaat hiertegen geen bezwaar, doch ik meen, erop te moeten wijzen, dat door Burgemeester en Wethouders d.d. 24 Januari 1941, onder No.55/11 P.W.'40, een besluit is genomen, dit recht slechts voor den tijd van één jaar te verleenen.

                                          De Directeur P.W.
                                 acc.m/d door den Dir.get.min.
                                          de Secretaris,
                                          w.g.A.de Bruyn. Dit document is een ambtelijk advies van de Dienst der Publieke Werken aan de verantwoordelijke wethouder. De kern van de zaak is de uitgifte van een terrein in erfpacht aan de heer A.G. Beumer aan de **Den Brielstraat** in Amsterdam-West. Er spelen twee juridisch-administratieve kwesties:
  1. Gebruiksbeperking (Opslagverbod): In de conceptovereenkomst was een verbod opgenomen op de opslag van aardappelen, groenten en fruit. De ondernemer maakt hier bezwaar tegen omdat zijn bedrijf een "inleggerij" (een conservenfabriek waar groenten worden ingemaakt) en een "kuiperij" (vatenmakerij) is. De directeur van Publieke Werken erkent dat dit verbod onlogisch is voor dit type bedrijfsvoering en adviseert de bepaling te laten vervallen.
  2. Koopoptie: Beumer wil een optie om de grond binnen vijf jaar te kopen voor 20 gulden per vierkante meter. Hoewel de directeur hier inhoudelijk geen bezwaar tegen heeft, wijst hij de wethouder op een eerder besluit van het College van B&W waarbij dergelijke rechten tot slechts één jaar beperkt werden.

De toon van het document is zakelijk en procedureel, typerend voor de Amsterdamse gemeentelijke bureaucratie in die periode. * Tijdsgewricht: Maart 1941. Nederland is op dit moment bezet door nazi-Duitsland. Hoewel de brief een puur civiele/zakelijke aangelegenheid lijkt, vond dit plaats in een tijd van toenemende schaarste en distributie van voedsel (wat de relevantie van een groenten-inleggerij verklaart).
* Locatie: De Den Brielstraat ligt in de buurt Landlust (Bos en Lommer). In deze periode was dit een gebied in ontwikkeling waar veel bedrijvigheid aan de rand van de stad werd gevestigd.
* Erfpacht: Amsterdam heeft een lange traditie van erfpacht, waarbij de gemeente eigenaar blijft van de grond om controle te houden over de ruimtelijke ordening en mee te profiteren van waardestijgingen.
* Terminologie: "Inleggerij" duidt op het verduurzamen van voedsel (bijv. in zuur of zout), wat cruciaal was voor de voedselvoorziening. Een "kuiperij" was noodzakelijk voor het maken van de houten vaten waarin de producten werden bewaard. "W.g." onderaan de brief staat voor "was getekend", wat aangeeft dat dit een getypeerde kopie (afschrift) is van het originele, handgetekende document.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk advies van de Dienst der Publieke Werken aan de verantwoordelijke wethouder. De kern van de zaak is de uitgifte van een terrein in erfpacht aan de heer A.G. Beumer aan de Den Brielstraat in Amsterdam-West. Er spelen twee juridisch-administratieve kwesties:

  1. Gebruiksbeperking (Opslagverbod): In de conceptovereenkomst was een verbod opgenomen op de opslag van aardappelen, groenten en fruit. De ondernemer maakt hier bezwaar tegen omdat zijn bedrijf een "inleggerij" (een conservenfabriek waar groenten worden ingemaakt) en een "kuiperij" (vatenmakerij) is. De directeur van Publieke Werken erkent dat dit verbod onlogisch is voor dit type bedrijfsvoering en adviseert de bepaling te laten vervallen.
  2. Koopoptie: Beumer wil een optie om de grond binnen vijf jaar te kopen voor 20 gulden per vierkante meter. Hoewel de directeur hier inhoudelijk geen bezwaar tegen heeft, wijst hij de wethouder op een eerder besluit van het College van B&W waarbij dergelijke rechten tot slechts één jaar beperkt werden.

De toon van het document is zakelijk en procedureel, typerend voor de Amsterdamse gemeentelijke bureaucratie in die periode.

Historische Context

  • Tijdsgewricht: Maart 1941. Nederland is op dit moment bezet door nazi-Duitsland. Hoewel de brief een puur civiele/zakelijke aangelegenheid lijkt, vond dit plaats in een tijd van toenemende schaarste en distributie van voedsel (wat de relevantie van een groenten-inleggerij verklaart).
  • Locatie: De Den Brielstraat ligt in de buurt Landlust (Bos en Lommer). In deze periode was dit een gebied in ontwikkeling waar veel bedrijvigheid aan de rand van de stad werd gevestigd.
  • Erfpacht: Amsterdam heeft een lange traditie van erfpacht, waarbij de gemeente eigenaar blijft van de grond om controle te houden over de ruimtelijke ordening en mee te profiteren van waardestijgingen.
  • Terminologie: "Inleggerij" duidt op het verduurzamen van voedsel (bijv. in zuur of zout), wat cruciaal was voor de voedselvoorziening. Een "kuiperij" was noodzakelijk voor het maken van de houten vaten waarin de producten werden bewaard. "W.g." onderaan de brief staat voor "was getekend", wat aangeeft dat dit een getypeerde kopie (afschrift) is van het originele, handgetekende document.

Locaties

Amsterdam.

Kooplieden in dit dossier 100

A. Cosman Waterlooplein "
A. Cosman Waterlooplein "
A. Poortje Uilenburg
A. Poortje Uilenburg
A. Poortje Uilenburg
A.v. Velzen Uilenburg "
A.v. Velzen Uilenburg "
B.A.Bouw
Barend Barend Uilenburg
Barend Barend Uilenburg
B. Barend Uilenburg
B. Kroese Uilenburg
B. Kroese Uilenburg
B. Kroese Uilenburg
B. Meents Uilenburg
B. Meents Uilenburg
B. Moffie Waterlooplein "
B. Moffie Waterlooplein "
B. Nebig Uilenburg
B. Nebig Uilenburg
B. Nebig Uilenburg
P. Langendijkstr Uilenburg 7
B. van Thijn Waterlooplein "
B. van Thijn Waterlooplein "
B. van Thijn Waterlooplein "
B. Wittenburg Uilenburg
C.Pas
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6