Getypte brief op officieel briefpapier.
Origineel
Getypte brief op officieel briefpapier. 10 mei 1941. Directie van het Marktwezen, Amsterdam-West (Jan van Galenstraat 14). Den Heer J. Bekker, Centrale Markt A 5, Amsterdam-West. Verzonden 10/5-'41.
DIRECTIE VAN HET MARKTWEZEN.
No. 37/32/3 M.
Amsterdam-West, 10 Mei 1941.
Jan van Galenstraat 14.
Aan
den Heer J. Bekker,
Centrale Markt A 5,
Amsterdam-West.
In bijlage dezes heb ik de eer U het geregistreerde huurcontract betreffende een door U gehuurde pakhuisafdeeling op de Centrale Markt te doen toekomen.
Ik verzoek U beleefd rekening te houden met het feit, dat, ingevolge het bepaalde in artikel 1619 van het Burgerlijk Wetboek reparatiën, zooals van rolluiken, ruiten, sloten, enz., voor Uw rekening zijn.
Tevens breng ik, voor zoo ver noodig, in herinnering, dat artikel 8 van het contract verbiedt om reclamemiddelen of aankondigingen te Uwen behoeven of ten behoeve van derden aan of op het gehuurde aan te brengen, zonder mijn schriftelijke toestemming. U gelieve zich in alle gevallen, waarin U tot het aanbrengen van eenig bord of andere aanduiding wenscht over te gaan, vóóraf met mij te verstaan.
De Directeur, Deze zakelijke brief dient als begeleidend schrijven bij een officieel huurcontract voor een pakhuisruimte op de Centrale Markt in Amsterdam. De directeur van het Marktwezen wijst de huurder, de heer J. Bekker, expliciet op twee belangrijke juridische en contractuele verplichtingen:
1. Onderhoud: Op basis van het toenmalige Burgerlijk Wetboek (art. 1619) is de huurder verantwoordelijk voor kleine herstellingen en dagelijks onderhoud (zoals ruiten en sloten).
2. Reclame: Het is strikt verboden om zonder schriftelijke toestemming borden of reclame-uitingen aan te brengen op het pand.
De toon is formeel en afstandelijk, typerend voor de ambtelijke correspondentie van die tijd. Het document dateert van mei 1941, exact één jaar na de Duitse inval in Nederland. Hoewel de bezetting in volle gang was, bleven de dagelijkse ambtelijke processen en de exploitatie van de Centrale Markthallen (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat) grotendeels doorgaan volgens de bestaande Nederlandse wetgeving.
De Centrale Markt was van vitaal belang voor de voedselvoorziening van Amsterdam. De heer Bekker was waarschijnlijk een handelaar of grossier die een pakhuis ("pakhuisafdeeling") huurde om zijn waren op te slaan. De verwijzing naar artikel 1619 van het 'oude' Burgerlijk Wetboek (vóór de herziening in 1992/2003) bevestigt de juridische kaders waarin het marktbeheer destijds opereerde. Bekker was (De heer) J. Bekker M. Marktwezen
Samenvatting
Deze zakelijke brief dient als begeleidend schrijven bij een officieel huurcontract voor een pakhuisruimte op de Centrale Markt in Amsterdam. De directeur van het Marktwezen wijst de huurder, de heer J. Bekker, expliciet op twee belangrijke juridische en contractuele verplichtingen:
1. Onderhoud: Op basis van het toenmalige Burgerlijk Wetboek (art. 1619) is de huurder verantwoordelijk voor kleine herstellingen en dagelijks onderhoud (zoals ruiten en sloten).
2. Reclame: Het is strikt verboden om zonder schriftelijke toestemming borden of reclame-uitingen aan te brengen op het pand.
De toon is formeel en afstandelijk, typerend voor de ambtelijke correspondentie van die tijd.
Historische Context
Het document dateert van mei 1941, exact één jaar na de Duitse inval in Nederland. Hoewel de bezetting in volle gang was, bleven de dagelijkse ambtelijke processen en de exploitatie van de Centrale Markthallen (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat) grotendeels doorgaan volgens de bestaande Nederlandse wetgeving.
De Centrale Markt was van vitaal belang voor de voedselvoorziening van Amsterdam. De heer Bekker was waarschijnlijk een handelaar of grossier die een pakhuis ("pakhuisafdeeling") huurde om zijn waren op te slaan. De verwijzing naar artikel 1619 van het 'oude' Burgerlijk Wetboek (vóór de herziening in 1992/2003) bevestigt de juridische kaders waarin het marktbeheer destijds opereerde.