Archief 745
Inventaris 745-354
Pagina 423
Dossier 17
Jaar 1941
Stadsarchief

Doorslag van een officiële brief (Bladzijde 2).

2 september 1941. Van: De Directeur van het Marktwezen (waarschijnlijk Amsterdam, gezien de terminologie).

Origineel

Doorslag van een officiële brief (Bladzijde 2). 2 september 1941. De Directeur van het Marktwezen (waarschijnlijk Amsterdam, gezien de terminologie). Bladzijde 2 van brief No. 37/36/5 M. d.d. 2 September 1941 aan den
Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het
Marktwezen.

het Marktwezen. Ik ben echter steeds bereid met gegronde opmerkingen
terzake zooveel mogelijk rekening te houden.

De opmerking van adressante omtrent gelijkschakeling der
toegangsprijs voor de Centrale Markt voor alle arbeiders is mij niet
duidelijk. In artikel 15 sub b der Verordening op de Heffing van
markt-, standplaats- en ventgelden is het entréegeld vastgelegd
voor personen wien als personeel toegang tot de Centrale Markt wordt
verleend. Afwijking van deze tarieven is uiteraard niet mogelijk.

  1. Samenwerking tusschen de besturen der op de Centrale
    Markt werkzaam zijnde organisaties en mijn dienst vindt regelmatig
    plaats. Herhaaldelijk gaat het initiatief tot het plegen van over-
    leg uit van den Dienst.

  2. Het Reglement op de Centrale Markt is afgedrukt in het
    Gemeenteblad en voor ieder te verkrijgen bij de Stadsdrukkerij. Ik
    ben echter bereid aan de besturen der daarvoor in aanmerking komende
    organisaties een exemplaar te verstrekken. Dit heeft trouwens aan
    verschillende organisaties reeds meermalen plaatsgehad. Wenschen
    tot wijziging of aanvulling van dit Reglement kunnen steeds bij mij
    worden aanhangig gemaakt (zie hieromtrent punt 3).

  3. Naar mij bekend is, is de organisatie van grossiers
    der Centrale Markt bereid een collectief contract met de werknemers
    aan te gaan, mits dit wordt bindend verklaard voor de geheele Cen-
    trale Markt. Adressante dient hieromtrent verdere onderhandelingen
    met de werkgeversorganisatie te voeren en partijen dienen, indien
    zij tot overeenstemming komen, verbindendverklaring der overeen-
    komst aan te vragen bij het College van Rijksbemiddelaars. Waar der-
    halve van Rijkswege in deze materie wordt voorzien, bestaat er naar
    mijn meening vooralsnog geen aanleiding voor de Gemeente - gesteld,
    dat zij hiertoe de bevoegdheid zou hebben - om in het Reglement der
    Centrale Markt sancties op te nemen terzake van het handhaven van
    arbeidsovereenkomsten op de Centrale Markt.

  4. Omtrent dit vraagstuk is door het Gemeentebestuur
    reeds een standpunt ingenomen; vide brief d.d. 21 Mei jl. No. 435
    L.M.1941 aan den Bond van Arbeiders in de Voedings- en Genotmiddelen
    bedrijven.

De Directeur, Dit document is een ambtelijke reactie op klachten of verzoeken van een "adressante" (waarschijnlijk een vakbond of belangenvereniging) betreffende de gang van zaken op de Centrale Markt. De brief behandelt vier hoofdpunten:

  1. Tarieven (Punt 2): De directeur wijst het verzoek om aanpassing van toegangsprijzen voor arbeiders af, met een beroep op de geldende verordeningen.
  2. Overleg (Punt 3 & 4): Er wordt benadrukt dat er regelmatig overleg is met relevante organisaties en dat het marktreglement publiek toegankelijk is.
  3. Arbeidsvoorwaarden (Punt 5): Dit is het meest substantiële punt. Er is sprake van de wens voor een collectieve arbeidsovereenkomst (CAO). De directeur stelt dat de gemeente hierin geen dwingende rol speelt (geen sancties in het marktreglement), maar dat dit een zaak is tussen werkgevers (grossiers) en werknemers, die via het nationale 'College van Rijksbemiddelaars' geregeld moet worden.
  4. Eerdere besluitvorming (Punt 6): De directeur verwijst naar een eerder ingenomen standpunt van het Gemeentebestuur uit mei 1941.

De toon is formeel, juridisch-administratief en defensief ten aanzien van de gemeentelijke bevoegdheden. De brief dateert van september 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel het document op het eerste gezicht puur administratief lijkt, is de context van de bezettingstijd van belang:

  • Voedselvoorziening: De "Centrale Markt" en de "Wethouder voor de Levensmiddelen" waren in oorlogstijd cruciaal voor de distributie van schaarse goederen.
  • Terminologie: Het woord "gelijkschakeling" (punt 2) had in 1941 een zware politieke lading (de nationaalsocialistische Gleichschaltung), hoewel het hier in een meer letterlijke, financiële zin gebruikt lijkt te worden.
  • Vakbonden: De verwijzing naar de "Bond van Arbeiders in de Voedings- en Genotmiddelen bedrijven" is interessant. In de loop van 1941 werden onafhankelijke vakbonden door de bezetter onder druk gezet of ontbonden om op te gaan in het Nederlands Arbeidsfront (NAF).
  • Bestuur: Het document laat zien dat het gemeentelijk apparaat onder de bezetting grotendeels bleef functioneren volgens bestaande bureaucratische paden, waarbij verordeningen en reglementen strikt werden gevolgd.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijke reactie op klachten of verzoeken van een "adressante" (waarschijnlijk een vakbond of belangenvereniging) betreffende de gang van zaken op de Centrale Markt. De brief behandelt vier hoofdpunten:

  1. Tarieven (Punt 2): De directeur wijst het verzoek om aanpassing van toegangsprijzen voor arbeiders af, met een beroep op de geldende verordeningen.
  2. Overleg (Punt 3 & 4): Er wordt benadrukt dat er regelmatig overleg is met relevante organisaties en dat het marktreglement publiek toegankelijk is.
  3. Arbeidsvoorwaarden (Punt 5): Dit is het meest substantiële punt. Er is sprake van de wens voor een collectieve arbeidsovereenkomst (CAO). De directeur stelt dat de gemeente hierin geen dwingende rol speelt (geen sancties in het marktreglement), maar dat dit een zaak is tussen werkgevers (grossiers) en werknemers, die via het nationale 'College van Rijksbemiddelaars' geregeld moet worden.
  4. Eerdere besluitvorming (Punt 6): De directeur verwijst naar een eerder ingenomen standpunt van het Gemeentebestuur uit mei 1941.

De toon is formeel, juridisch-administratief en defensief ten aanzien van de gemeentelijke bevoegdheden.

Historische Context

De brief dateert van september 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel het document op het eerste gezicht puur administratief lijkt, is de context van de bezettingstijd van belang:

  • Voedselvoorziening: De "Centrale Markt" en de "Wethouder voor de Levensmiddelen" waren in oorlogstijd cruciaal voor de distributie van schaarse goederen.
  • Terminologie: Het woord "gelijkschakeling" (punt 2) had in 1941 een zware politieke lading (de nationaalsocialistische Gleichschaltung), hoewel het hier in een meer letterlijke, financiële zin gebruikt lijkt te worden.
  • Vakbonden: De verwijzing naar de "Bond van Arbeiders in de Voedings- en Genotmiddelen bedrijven" is interessant. In de loop van 1941 werden onafhankelijke vakbonden door de bezetter onder druk gezet of ontbonden om op te gaan in het Nederlands Arbeidsfront (NAF).
  • Bestuur: Het document laat zien dat het gemeentelijk apparaat onder de bezetting grotendeels bleef functioneren volgens bestaande bureaucratische paden, waarbij verordeningen en reglementen strikt werden gevolgd.

Kooplieden in dit dossier 100

A. Cosman Waterlooplein "
A. Cosman Waterlooplein "
A. Poortje Uilenburg
A. Poortje Uilenburg
A. Poortje Uilenburg
A.v. Velzen Uilenburg "
A.v. Velzen Uilenburg "
B.A.Bouw
Barend Barend Uilenburg
Barend Barend Uilenburg
B. Barend Uilenburg
B. Kroese Uilenburg
B. Kroese Uilenburg
B. Kroese Uilenburg
B. Meents Uilenburg
B. Meents Uilenburg
B. Moffie Waterlooplein "
B. Moffie Waterlooplein "
B. Nebig Uilenburg
B. Nebig Uilenburg
B. Nebig Uilenburg
P. Langendijkstr Uilenburg 7
B. van Thijn Waterlooplein "
B. van Thijn Waterlooplein "
B. van Thijn Waterlooplein "
B. Wittenburg Uilenburg
C.Pas
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6