Handgeschreven ambtelijke concept-brief of rapportage.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke concept-brief of rapportage. (Noot: Doorhalingen zijn weergegeven als ~~tekst~~, toevoegingen tussen ^tekst^)
[...] voor alle arbeiders is nog niet duidelijk (2
~~Ingevolge~~ ^Bij^ art. 15 - sub. 6. der Verord. op Heffing
v. markt-, standplaats- en ventgelden is
vastgelegd van personen, waar als
het entreegeld ~~voor personeel dat~~
tot de C.M. wordt toegelaten. Afwijking
van deze tarieven is uiteraard niet mogelijk.
-
Samenwerking tusschen de besturen der op de C.M.
werkzaam zijnde organisaties en mijn dienst
vindt regelmatig plaats. Herhaaldelijk gaat
het ^initiatief^ ~~voorstel~~ tot het plegen van overleg ^juist^
van den dienst. -
Het Reglement v/d C.M. is afgedrukt
in het Gemeenteblad en voor ieder te
verkrijgen bij de Stadsdrukkerij. Ik ben
echter bereid aan de besturen der daarvoor
in aanmerking komende organisaties een
exemplaar te verstrekken. Dit ^heeft^ ~~is~~ trouwens
aan verschillende organisaties reeds
meermalen plaatsgehad. Wenschen tot
wijziging of aanvulling v. dit Reglement
kunnen steeds bij mij worden aanhangig
gemaakt (zie hieromtrent punt 3) -
Naar mij bekend is, is de organisatie van
grossiers der C.M. bereid een collectief contract
met de werknemers aan te gaan, mits dit
wordt bindend verklaard voor de geheele
C.M. Adressante dient hieromtrent
verdere onderhandelingen met de werkgevers-
organisatie te voeren en partijen dienen,
indien zij tot overeenstemming komen,
verbindendverklaring der overeenkomst aan
te vragen bij het College v. Rijksbemiddelaars.
waar derhalve v. Rijkswege hierin reeds
kan worden voorzien, bestaat er n.m.m.
vooralsnog geen aanleiding voor de Gemeente -
gesteld, dat zij hiertoe de bevoegdheid zou
hebben - om in het Reglement der C.M.
sancties op te nemen ter zake v. het handhaven
van arbeidsovereenkomsten op de C.M. -
Omtrent dit vraagstuk is door het gemeentebestuur [...] De tekst is een ambtelijk antwoord op een verzoekschrift of klacht van een "adressante" (een vrouwelijke verzoeker of organisatie). De schrijver, waarschijnlijk de directeur van de Marktdienst, zet de verhoudingen uiteen tussen het gemeentelijk reglement en de private arbeidsverhoudingen op de Centrale Markt (C.M.).
Belangrijke punten zijn:
1. Onbuigzaamheid van de tarieven: De schrijver stelt dat de entreegelden en marktgelden vastliggen in een verordening, waardoor individuele afwijkingen juridisch onmogelijk zijn.
2. Actieve rol van de overheid: De dienst beweert zelf vaak het initiatief te nemen voor overleg met organisaties.
3. Toegankelijkheid van regels: Het Marktreglement is publiek verkrijgbaar, maar wordt voor besturen kosteloos verstrekt.
4. Arbeidsvoorwaarden (CAO): Er is een discussie over het handhaven van arbeidscontracten. De schrijver wijst de verantwoordelijkheid hiervoor af: de gemeente moet niet via marktreglementen en sancties ingrijpen in private contracten, maar de partijen moeten een collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) sluiten en de verbindendverklaring via de landelijke weg (Rijksbemiddelaars) regelen. Het document weerspiegelt de sociaaleconomische transitie in de vroege 20e eeuw in Nederland. In deze periode professionaliseerden markten (zoals de Centrale Markthallen in Amsterdam, geopend in 1934) en ontstonden de eerste collectieve arbeidsregelingen.
De spelling (bijv. "tusschen", "geheele") duidt op een periode vóór de spellinghervorming van 1934/1947. De verwijzing naar het College van Rijksbemiddelaars is cruciaal; dit college werd in 1923 bij wet ingesteld om arbeidsvrede te bewaren en CAO's te bevorderen. De tekst laat de terughoudendheid van het gemeentebestuur zien om zich te mengen in de directe relatie tussen werkgevers (grossiers) en werknemers op de markt, terwijl zij wel de strikte hand houdt aan haar eigen publiekrechtelijke verordeningen (de marktgelden).