Bladzijde 6 van een ambtelijke brief (No. 37/37/2 M.).
Origineel
Bladzijde 6 van een ambtelijke brief (No. 37/37/2 M.). 23 april 1941. De Directeur van het Marktwezen. Bladzijde 6 van brief No.37/37/2 M. d.d. 23 April 1941 aan
den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur
van het Marktwezen.
__________
Resumeerende kan ik verklaren, dat alle, bovenver-
melde, wenschen van den groothandel mijn volle instemming
hebben, zoodat ik, in overleg met belanghebbenden de onder-
havige vraagstukken opnieuw in studie heb genomen.
Het overleg met den handel stel ik te meer op prijs
omdat thans blijkbaar de mogelijkheid aanwezig is, met mede-
werking der betrokkenen, verschillende programmapunten, ver-
meld in de meer aangehaalde voordracht van 1922 (vide onder
andere blz.2051 en volgende), waar verschillende daarbij be-
trokken groepen steeds sceptisch tegenover hebben gestaan,
te verwezenlijken en daardoor de marktorganisatie te verbe-
teren.
De Directeur, Dit documentfragment vormt de afsluiting van een uitgebreide correspondentie betreffende de herstructurering van de markten. De kernpunten zijn:
1. Instemming met de Groothandel: De Directeur van het Marktwezen spreekt zijn volledige steun uit voor de wensen van de groothandel, wat duidt op een gezamenlijke koers tussen overheid en bedrijfsleven in die periode.
2. Referentie naar 1922: Er wordt expliciet verwezen naar een voorstel ("voordracht") uit 1922. Plannen die destijds op scepsis stuitten, blijken in 1941 plotseling wel realiseerbaar.
3. Modernisering: Het hoofddoel is de "marktorganisatie te verbeteren" door middel van concrete programmapunten die blijkbaar al decennia op de plank lagen. De datum van dit document, 23 april 1941, is cruciaal. Nederland bevond zich op dat moment midden in de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog. De functie van "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze tijd van vitaal belang vanwege de toenemende schaarste, de invoering van distributiesystemen en de noodzaak om de voedselvoorziening strikt te reguleren.
De efficiëntie van de marktorganisatie was voor de bezetter en het Nederlandse ambtelijk apparaat een prioriteit om de distributie onder controle te houden. Dat plannen uit 1922 die voorheen op weerstand stuitten nu wel uitgevoerd kunnen worden, kan erop wijzen dat de oorlogsomstandigheden en de autoritaire bestuursstructuur van de bezettingstijd de normale democratische of sectorale tegenstand hadden weggevaagd of dat de noodzaak tot centrale regie nu dwingender was geworden.