Getypt ambtelijk rapport met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypt ambtelijk rapport met handgeschreven kanttekeningen. [Stempel/kenmerk linksboven:] Nº 37/65/1 M. 1941 14/7
[Gecentreerd, onderstreept:] R A P P O R T
Door grossier J.de Haas,werd mij op 9 Juli 1941 medegedeeld, dat hij
op den ochtend van dien dag aan de gebroeders Pinto,die als koopers
toegang hebben tot de Centrale Markt F.11- te veel aan statiegeld van
ledige kisten zou hebben betaald.Dit geval zou zich volgens de Haas
aldus hebben voorgedragen:
N.Pinto en S.Pinto leverde ieder bij de Haas elf ledige kisten in,
N.Pinto heeft toen de bon hiervoor aan zijn broer L.Pinto gegeven,die
het statiegeld,zijn de F.11 - voor hem zou hem ontvangen, hetgeen blijk -
baar ook zoo heeft plaats gehad.S.Pinto,ontving direct zelf het statie-
geld( F.11),voor het door hem ingeleverde goed.Nu beweerde de Haas,dat
hij niet alleen aan L.Pinto,die zooals reeds gemeld het staiegeld voor
zijn broer zou hebben ontvangen,Fll- heeft betaald, maar ook aan N.Pinto.
zoodat hij dus F.22 zou hebben uitgegeven voor F.11- kisten.N.Pinto
daarentegen ontkende beslist van de Haas statiegeld te hebben ontvangen,
Voorts zou S.Pinto,volgens de Haas,nog getracht hebben twee maal zijn
statiegeldbon ter uitbetaling aan te bieden.S.Pinto beweerde echter,dat
dit niet het geval is geweest.Toen hij van de Haas de F.11- ontving
van de door hem ingeleverde kisten,vergat de Haas den daarvoor bestemden
statiegeldbon in ontvangst te nemen.S.Pinto heeft dezen bon toen later
aan de Haas gegeven,doch zooals hij verklaarde niet met bedoeling hierop
nogmaals F.11- te ontvangen.Teneinde persoons verwarring te voorkomen,
heb ik de toegangskaarten van de gebroeders Pinto voorloopig ingehouden
en bij dit rapport gevoegd.
Den Heer Bedrijfschef
v/h Marktwezen.
Amsterdam 10 Juli 1941
Controleur,
[handtekening: Velthuis]
[Handgeschreven aantekeningen:]
Met H. Jisema besproken
niets aan te doen
opbergen
[initialen]
opgeb. 15/7 '41 Dit rapport beschrijft een financieel geschil over statiegeld op de Centrale Markt in Amsterdam. De kern van de zaak is een beschuldiging van dubbele betaling en een poging tot fraude met statiegeldbonnen ter waarde van 11 gulden (een aanzienlijk bedrag voor die tijd).
Opvallende elementen in de tekst:
* Taalfouten: Er staan enkele typfouten en archaïsche spelfouten in het getypte document (bijv. "staiegeld" in plaats van statiegeld, "persoons verwarring" als twee woorden, en het ontbreken van spaties na komma's en punten).
* Bestuurlijke maatregel: Hoewel het een relatief kleine kwestie lijkt waarbij de verklaringen van de gebroeders Pinto lijnrecht tegenover die van de grossier staan, besluit de controleur direct om de toegangskaarten van de broers in te nemen. Dit is een zware maatregel die hun broodwinning direct in gevaar brengt.
* Afhandeling: De handgeschreven notitie onderaan ("niets aan te doen, opbergen") suggereert dat de zaak intern is afgedaan zonder verdere escalatie naar de politie, maar wel met de consequentie dat de toegangskaarten ingehouden bleven. Het document is gedateerd op juli 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De naam "Pinto" duidt op een Sefardisch-Joodse achtergrond. In deze periode van de oorlog werden anti-Joodse maatregelen in Nederland steeds strenger en systematischer.
De Centrale Markt was een cruciale plek voor de voedselvoorziening, en Joodse handelaren werden hier in de loop van 1941 steeds vaker geweerd of geconfronteerd met bureauctratische pesterijen. De term "persoons verwarring" en het onmiddellijk intrekken van toegangskaarten voor een relatief klein geschil over statiegeld kan gezien worden in het licht van deze uitsluiting. Vaak werden kleine incidenten aangegrepen om Joodse ondernemers hun vergunningen of toegangsrechten te ontnemen. H. Jisema J. de Haas L. Pinto N. Pinto S. Pinto Marktwezen Politie