Archief 745
Inventaris 745-357
Pagina 17
Dossier 2A
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtsbrief / Memorie van toelichting.

30 oktober 1941. Van: Onbekend (waarschijnlijk een ambtenaar of diensthoofd belast met markttoezicht).

Origineel

Ambtsbrief / Memorie van toelichting. 30 oktober 1941. Onbekend (waarschijnlijk een ambtenaar of diensthoofd belast met markttoezicht). [Linksboven:]
37/91/5 M

[Rechtsboven:]
D/G.
[Handgeschreven in blauw potlood:] Vooronder m.i.o
30 October 1941.

[Onderwerp:]
Brochure leden Agrarisch
Front over Centrale Markt.

[Adressering:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.

[Tekst:]
Onder verwyzing naar myn brief van 1 dezer no. 37/91/2 M
heb ik de eer U hierby, ingevolge Uw opdracht, myn zienswyze op
de verschillende, door eenige leden van het Agrarisch Front, in
een brochure opgestelde punten inzake de voedselvoorziening van
Amsterdam en meer speciaal, die van aardappelen, groenten en
fruit, te doen toekomen. Ik zal daarby de in de brochure vermelde
punten in hunne volgorde van opstelling beantwoorden.

Inleiding
ten 1ste. Het koopen van de grossiers buiten de veiling om is
niet een specifiek Amsterdamsch verschynsel, doch komt
in het geheele land voor. Het is bekend, dat de Cen-
trale Crisis-Contrôle Dienst, welke dienst met de con-
trôle hierop is belast, hiertegen met alle beschikbare
middelen optreedt. Ik merk hierby nog op, dat de con-
trôle op den geschetsten "illegalen" verkoop, zoomede
op de overschryding van de voor groenten en fruit ge-
stelde maximumpryzen (door het Bureau Prysbeheersching)
te Amsterdam intensiever is, dan in de andere groote
consumptiegebieden van ons land.
ten 2e en 3e. Indien concrete feiten bekend zyn, dienen deze ter
kennis te worden gebracht van den Centralen Crisis-
Contrôle Dienst, het Bureau Prysbeheersching of de Po-
litie. Feiten, als by deze punten omschreven, spelen
zich buiten de Centrale Markt af. Uit courantenartike-
len is my bekend, dat de Politie tegen den clandestie-
nen handel in distributiebonnen voortdurend optreedt.
Ik wys hierby op de nieuwe Verordening volgens welke
sabotage, waaronder bedoelde handelingen mede kunnen
worden begrepen, met den doodstraf kan worden bestraft.
Aan bovenvermelde opsporingsinstanties worden
alle, eventueel ter kennis van myn dienst komende
feiten doorgegeven; voor zoover mogelyk wordt by de
opsporing ervan door de ambtenaren van myn dienst de
meest mogelyke assistentie verleend.
ten 4e; betreft blykbaar den verkoop buiten de veiling om; zie
hieromtrent punt 1. In deze brief reageert een ambtenaar op klachten van leden van het Agrarisch Front over vermeende misstanden op de Amsterdamse groente- en fruitmarkt. De toon van de brief is defensief en ambtelijk: de schrijver stelt dat de problemen (zoals verkoop buiten de veiling om) landelijk zijn en dat Amsterdam juist strenger controleert dan andere steden.

Opvallend is de dreigende taal aan het slot van het tweede punt, waar verwezen wordt naar een nieuwe verordening waarbij "sabotage" (waaronder de zwarte handel in distributiebonnen) met de doodstraf kan worden bestraft. Dit typeert de harde realiteit van het bezettingsbestuur in 1941. * De Bezetting: Het document dateert van oktober 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De schaarste nam toe en de distributie van voedsel werd steeds strenger gereguleerd.
* Agrarisch Front: Dit was de nationaalsocialistische organisatie voor boeren en tuinders, gelieerd aan de NSB. Dat zij een brochure uitbrachten over de voedselvoorziening in Amsterdam wijst op politieke druk op het Amsterdamse stadsbestuur.
* Voedselvoorziening & Zwarte Handel: Tijdens de oorlog probeerde de overheid via de Centrale Crisis-Contrôle Dienst (CCD) en het Bureau Prijsbeheersing de prijzen laag te houden en producten eerlijk te verdelen. In de praktijk ontstond er een enorme zwarte handel (verkoop buiten de veiling om), die door de bezetter als sabotage van de oorlogseconomie werd gezien.

Samenvatting

In deze brief reageert een ambtenaar op klachten van leden van het Agrarisch Front over vermeende misstanden op de Amsterdamse groente- en fruitmarkt. De toon van de brief is defensief en ambtelijk: de schrijver stelt dat de problemen (zoals verkoop buiten de veiling om) landelijk zijn en dat Amsterdam juist strenger controleert dan andere steden.

Opvallend is de dreigende taal aan het slot van het tweede punt, waar verwezen wordt naar een nieuwe verordening waarbij "sabotage" (waaronder de zwarte handel in distributiebonnen) met de doodstraf kan worden bestraft. Dit typeert de harde realiteit van het bezettingsbestuur in 1941.

Historische Context

  • De Bezetting: Het document dateert van oktober 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De schaarste nam toe en de distributie van voedsel werd steeds strenger gereguleerd.
  • Agrarisch Front: Dit was de nationaalsocialistische organisatie voor boeren en tuinders, gelieerd aan de NSB. Dat zij een brochure uitbrachten over de voedselvoorziening in Amsterdam wijst op politieke druk op het Amsterdamse stadsbestuur.
  • Voedselvoorziening & Zwarte Handel: Tijdens de oorlog probeerde de overheid via de Centrale Crisis-Contrôle Dienst (CCD) en het Bureau Prijsbeheersing de prijzen laag te houden en producten eerlijk te verdelen. In de praktijk ontstond er een enorme zwarte handel (verkoop buiten de veiling om), die door de bezetter als sabotage van de oorlogseconomie werd gezien.

Kooplieden in dit dossier 100

Gerelateerde Documenten 6