Getypt afschrift/doorslag van een brief (pagina 2).
Origineel
Getypt afschrift/doorslag van een brief (pagina 2). 1 oktober 1941. De Directeur van het Marktwezen. Bladzijde 2 van brief No. 37/91/2 M. d.d. 1 October 1941 aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het Marktwezen.
Indien U deze vraag bevestigend zoudt beantwoorden, stel ik mij voor U het concept van mijn antwoord vooraf ter goedkeuring te zenden.
De in bijlage dezes overgelegde stukken ontvang ik gaarne te zijner tijd terug.
De Directeur, Dit document is de tweede en laatste pagina van een ambtelijke brief. Uit de tekst valt op te maken dat de Directeur van het Marktwezen een procedurele afspraak wil maken met de Wethouder voor de Levensmiddelen. Hij stelt voor om een concept-antwoord eerst ter goedkeuring voor te leggen, mits een niet-genoemde vraag (waarschijnlijk behandeld op de eerste pagina) bevestigend wordt beantwoord.
De tekst getuigt van een strikte ambtelijke hiërarchie en zorgvuldigheid in de correspondentie. Tevens wordt er melding gemaakt van bijgevoegde stukken die na inzage geretourneerd moeten worden aan de afzender. De datum van de brief, 1 oktober 1941, plaatst dit document midden in de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze tijd was de voedselvoorziening een kritieke en uiterst gevoelige kwestie.
De functionarissen die hier worden genoemd — de Wethouder voor de Levensmiddelen en de Directeur van het Marktwezen — hielden zich bezig met de distributie en controle van schaarse goederen. In Amsterdam (waar deze functies destijds op deze wijze waren ingericht) stond de voedselvoorziening onder enorme druk door de beperkingen en vorderingen van de bezetter. De formele, bijna zakelijke toon van de brief verhult de complexe en vaak grimmige realiteit van de distributiepolitiek in oorlogstijd. Marktwezen
Samenvatting
Dit document is de tweede en laatste pagina van een ambtelijke brief. Uit de tekst valt op te maken dat de Directeur van het Marktwezen een procedurele afspraak wil maken met de Wethouder voor de Levensmiddelen. Hij stelt voor om een concept-antwoord eerst ter goedkeuring voor te leggen, mits een niet-genoemde vraag (waarschijnlijk behandeld op de eerste pagina) bevestigend wordt beantwoord.
De tekst getuigt van een strikte ambtelijke hiërarchie en zorgvuldigheid in de correspondentie. Tevens wordt er melding gemaakt van bijgevoegde stukken die na inzage geretourneerd moeten worden aan de afzender.
Historische Context
De datum van de brief, 1 oktober 1941, plaatst dit document midden in de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze tijd was de voedselvoorziening een kritieke en uiterst gevoelige kwestie.
De functionarissen die hier worden genoemd — de Wethouder voor de Levensmiddelen en de Directeur van het Marktwezen — hielden zich bezig met de distributie en controle van schaarse goederen. In Amsterdam (waar deze functies destijds op deze wijze waren ingericht) stond de voedselvoorziening onder enorme druk door de beperkingen en vorderingen van de bezetter. De formele, bijna zakelijke toon van de brief verhult de complexe en vaak grimmige realiteit van de distributiepolitiek in oorlogstijd.