Archief 745
Inventaris 745-357
Pagina 74
Dossier 100
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambachtelijke kopie (Afschrift) van een officiële brief.

Van: Der Reichskommissar für die besetzten Niederländischen Gebiete (Wirtschaftsprüfstelle). Aan: De Regeringscommissaris/Burgemeester van Amsterdam, de heer Edward Voûte.

Origineel

Ambachtelijke kopie (Afschrift) van een officiële brief. Der Reichskommissar für die besetzten Niederländischen Gebiete (Wirtschaftsprüfstelle). De Regeringscommissaris/Burgemeester van Amsterdam, de heer Edward Voûte. Afschrift

No. 832 L.M. 1941.
Den Haag, den 22. September 1941.
Korte Vijverberg 5.

Der Reichskommissar für
die besetzten Niederländischen
Gebiete.

Der Generalkommissar für Finanz
und Wirtschaft
Wirtschaftsprüfstelle.

An den Bürgermeister der Stadt
Amsterdam, Herrn Voûte,
Amsterdam
O.Z. Voorburgwal.

Nº 37/107/2 M. 1941 26/9 [stempel/handgeschreven]

Betrifft: Liquidation jüdischer Einzelhandelsgeschäfte.
Ihr Schreiben vom 13-9-41. Lm. 832.

Im Zuge der Arisierung sind eine grössere Anzahl jüdischer Einzelhandelsgeschäfte aus der Lebensmittelbranche und der Tabakwaren- und Spirituosenbranche zur Liquidation bestimmt worden. Die Eigentümer haben die Aufforderung zur Liquidation erhalten.

Bei der Durchführung der Arisierung, bzw. der Liquidation, ist gleichzeitig der Grundsatz beachtet worden, den stark übersetzten Lebensmitteleinzelhandel zu bereinigen. Es ist im allgemeinen darauf Rücksicht genommen worden, dass in ausgesprochen jüdischen Gegenden (jodenbuurten) eine Liquidation, bzw. Arisierung, nicht durchgeführt wird. Es ist jedoch wohl möglich, dass in anderen Wohngegenden, die ebenfalls ausserordentlich stark mit jüdischer Bevölkerung durchsetzt sind, aber nicht, oder noch nicht, zu Judenvierteln erklärt sind, das eine oder andere Geschäft, das stark auf jüdische Kundschaft angewiesen ist, ebenfalls liquidiert ist.

Bei der ausserordentlichen Übersetzung der Lebensmitteleinzelhandel auf der einen Seite und der ständig zunehmenden Verknappung in der Belieferung mit Obst und Gemüse andererseits, dürfte gegen die Schliessung von 2 oder 3 solche Geschäfte nichts einzuwenden sein. Die Absicht, in Judenvierteln Lebensmitteleinzelhandelsgeschäfte zu liquidieren, besteht dagegen nicht.

I.A.
get. onleesbaar. Dit document is een officiële correspondentie vanuit het bestuur van de Rijkscommissaris (het nazi-bestuur in Nederland) aan de pro-Duitse burgemeester van Amsterdam, Edward Voûte. De kern van de brief betreft de "Arisierung" (arisering): het systematisch ontnemen van bezit en bedrijven aan Joodse eigenaren.

De belangrijkste punten uit de brief zijn:
1. Systematische uitsluiting: Een groot aantal Joodse winkels in de sectoren levensmiddelen, tabak en sterke drank is aangewezen voor liquidatie (opheffing).
2. Economische rationalisatie: De bezetter gebruikt de Jodenvervolging als een excuus om de detailhandel te "saneren" (bereinigen). Men stelt dat er te veel winkels zijn (overbezetting) en dat door Joodse zaken te sluiten, de markt efficiënter wordt.
3. Uitzondering voor de "Jodenbuurten": Er wordt expliciet vermeld dat in de specifieke Joodse wijken winkels vooralsnog niet worden geliquideerd of geariseerd. Dit was geen daad van welwillendheid, maar een pragmatische keuze: de bezetter wilde dat de Joodse bevolking in hun eigen wijken van voedsel kon worden voorzien zonder dat dit de algemene distributie of het arische straatbeeld verstoorde.
4. Schaarste: De brief noemt de toenemende tekorten aan groente en fruit als extra rechtvaardiging om het aantal verkooppunten te verminderen. In september 1941 was de uitsluiting van Joden uit de Nederlandse samenleving en economie in volle gang. Na de algemene registratie van Joodse bedrijven (Verordening 189/1940), begon de daadwerkelijke onteigening of opheffing.

De "Wirtschaftsprüfstelle" speelde hierbij een cruciale rol; zij hielden toezicht op de liquidatie van Joodse vermogens. Burgemeester Voûte, die na het ontslaan van de democratische gemeenteraad door de Duitsers was aangesteld, fungeerde hierbij als uitvoerend orgaan in Amsterdam.

De opmerking over de "Judenviertel" (Joodse wijken) is wrang: op dit moment werden de Joden nog niet gedeporteerd, maar wel steeds meer ruimtelijk geïsoleerd. De bezetter wilde voorkomen dat de voedselvoorziening in de getto's volledig instortte voordat de georganiseerde deportaties (die in 1942 op grote schaal begonnen) startten. Het document illustreert de kille, bureaucratische manier waarop de economische vernietiging van de Joodse gemeenschap werd georganiseerd.

Samenvatting

Dit document is een officiële correspondentie vanuit het bestuur van de Rijkscommissaris (het nazi-bestuur in Nederland) aan de pro-Duitse burgemeester van Amsterdam, Edward Voûte. De kern van de brief betreft de "Arisierung" (arisering): het systematisch ontnemen van bezit en bedrijven aan Joodse eigenaren.

De belangrijkste punten uit de brief zijn:
1. Systematische uitsluiting: Een groot aantal Joodse winkels in de sectoren levensmiddelen, tabak en sterke drank is aangewezen voor liquidatie (opheffing).
2. Economische rationalisatie: De bezetter gebruikt de Jodenvervolging als een excuus om de detailhandel te "saneren" (bereinigen). Men stelt dat er te veel winkels zijn (overbezetting) en dat door Joodse zaken te sluiten, de markt efficiënter wordt.
3. Uitzondering voor de "Jodenbuurten": Er wordt expliciet vermeld dat in de specifieke Joodse wijken winkels vooralsnog niet worden geliquideerd of geariseerd. Dit was geen daad van welwillendheid, maar een pragmatische keuze: de bezetter wilde dat de Joodse bevolking in hun eigen wijken van voedsel kon worden voorzien zonder dat dit de algemene distributie of het arische straatbeeld verstoorde.
4. Schaarste: De brief noemt de toenemende tekorten aan groente en fruit als extra rechtvaardiging om het aantal verkooppunten te verminderen.

Historische Context

In september 1941 was de uitsluiting van Joden uit de Nederlandse samenleving en economie in volle gang. Na de algemene registratie van Joodse bedrijven (Verordening 189/1940), begon de daadwerkelijke onteigening of opheffing.

De "Wirtschaftsprüfstelle" speelde hierbij een cruciale rol; zij hielden toezicht op de liquidatie van Joodse vermogens. Burgemeester Voûte, die na het ontslaan van de democratische gemeenteraad door de Duitsers was aangesteld, fungeerde hierbij als uitvoerend orgaan in Amsterdam.

De opmerking over de "Judenviertel" (Joodse wijken) is wrang: op dit moment werden de Joden nog niet gedeporteerd, maar wel steeds meer ruimtelijk geïsoleerd. De bezetter wilde voorkomen dat de voedselvoorziening in de getto's volledig instortte voordat de georganiseerde deportaties (die in 1942 op grote schaal begonnen) startten. Het document illustreert de kille, bureaucratische manier waarop de economische vernietiging van de Joodse gemeenschap werd georganiseerd.

Kooplieden in dit dossier 100

Gerelateerde Documenten 6