Brief (doorslag van een getypt schrijven).
Origineel
Brief (doorslag van een getypt schrijven). 17 oktober 1941. De Directeur (waarschijnlijk van de Centrale Markt te Amsterdam), initialen VD/HG. extra [handgeschreven]
VD/HG.
37/106/1 M.
17 October 1941.
den Heer Directeur van den Cen-
tralen Dienst voor de Levensmid-
delenvoorziening,
Hal kamer 63,
Centrale Markt,
Amsterdam-West.
In bijlage dezes heb ik de eer U een aanvrage te doen toekomen van de Combinatie van Grossiers in Aardappelen der Centrale Markt tot het verstrekken van bonloos warm voedsel aan 150 aardappellossers. Ik merk ten aanzien hiervan het volgende op.
In verband met de verduisteringsvoorschriften wordt op de Centrale Markt geen licht ontstoken; derhalve kan er, zoolang het daglicht niet voldoende is, op de markt niet worden gewerkt. Naar mate de winter meer nadert, vermindert dus steeds het aantal uren, dat er gewerkt kan worden.
Iedere week moeten, bij de huidige bontoewijzingen voor aardappelen, 40 à 50.000 hl. aardappelen van de Centrale Markt naar de kleinhandelaren worden vervoerd, hetgeen, in verband met de transportmoeilijkheden, reeds thans bezwaren ondervindt; meermalen moeten de kleinhandelaren lang wachten, voordat zij aan de beurt zijn om aardappelen te ontvangen.
Hierin is eenige verbetering te brengen, door aan de 150 aardappellossers warm voedsel te verstrekken. Dan wordt het namelijk mogelijk, de schafttijd van deze lossers te beperken tot een half uur. Dit is thans niet mogelijk, omdat de lossers niet over voldoende brood beschikken om op de markt te schaften; zij moeten derhalve naar huis om warm voedsel te nuttigen, waarmede 1 à 1 ½ uur is gemoeid.
Het verstrekken van warm voedsel komt derhalve ten goede aan de lossingscapaciteit, reden waarom ik U beleefd verzoek - vooral met het oog op den aanstaanden winter - indien eenigszins mogelijk te willen bevorderen, dat aan het onderhavige verzoek wordt tegemoetgekomen.
Het voedsel kan worden genuttigd in de zalen van het café "Marcanti".
De Directeur, Deze brief is een formeel verzoek om een uitzondering op de distributieregels (rantsoenering) tijdens de Duitse bezetting. De kern van het probleem is een logistiek knelpunt bij de aardappelvoorziening in Amsterdam.
De argumentatie rust op drie pijlers:
1. De verduistering: Vanwege de oorlog mocht er 's avonds en 's nachts geen kunstlicht branden. Hierdoor waren de werkuren op de Centrale Markt strikt beperkt tot de daglichtperiode, die in de wintermaanden erg kort is.
2. Transportdruk: Er moet wekelijks een enorme hoeveelheid (40.000 tot 50.000 hectoliter) aardappelen worden verwerkt, terwijl het transportbedrijf al onder druk staat.
3. Arbeidsefficiëntie: De lossers moeten nu naar huis om te eten (omdat ze zelf niet genoeg broodbonnen hebben voor een lunchpakket), wat 1 tot 1,5 uur duurt. Door hen ter plaatse "bonloos" (zonder dat het van hun eigen rantsoen afgaat) warm eten aan te bieden, kan de pauze worden verkort naar 30 minuten, waardoor er meer effectieve werkuren in de korte winterdag overblijven.
De toon is zakelijk en dringend, waarbij het algemeen belang (de voedselvoorziening van de stad) zwaarder wordt gewogen dan de strikte naleving van de distributiewetten. Het document dateert van oktober 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De schaarste nam toe en bijna alle levensmiddelen, waaronder brood en aardappelen, waren inmiddels "op de bon".
De Centrale Markt in Amsterdam-West (tegenwoordig het Food Center aan de Jan van Galenstraat) was het kloppend hart van de voedseldistributie voor de stad. Eventuele vertragingen hier hadden direct effect op de beschikbaarheid van voedsel in de winkels.
De vermelding van Café Marcanti is historisch interessant; dit etablissement aan de Jan van Galenstraat was van oorsprong een kantine en ontspanningsgebouw voor de marktkooplieden en arbeiders van de Centrale Markt. Het verzoek om daar te mogen eten, onderstreept de lokale, praktische oplossing die de directeur voor ogen had.
De "verduisteringsvoorschriften" waarover gesproken wordt, waren dwingende maatregelen van de bezetter om te voorkomen dat geallieerde bommenwerpers steden als baken konden gebruiken tijdens nachtelijke vluchten. Dit had een enorme impact op het dagelijks leven en de economische productie gedurende de wintermaanden.