Archiefdocument
Origineel
Amsterdam 27 Nov. 1941.
Hedenmorgen ± 8½ uur begaf ik mij met kooper van Marle o.m. naar het pakhuis van S. de Graaf (C.1.) alwaar o.a. een handkar vol bloemkool stond. Op de vraag van van Marle of hij zo bloemkolen kon koopen antwoordde S. de Graaf, dat hij nog niet mocht verkoopen, omdat de C.M. nog niet geopend was. Toen ik hem toestemming gaf in dit geval van den regel af te wijken zei hij tegen van Marle: "Je moet mij eerst het briefje nog betalen", waarop van Marle zei; direct te willen betalen, mits hij een nota kreeg. S. de Graaf gaf hierop zijn zoon opdracht de nota voor van Marle te gaan halen.
Om ± 10 uur kwam van Marle zich beklagen. Hij had, zoo deelde hij mij mede, zijn schuld betaald doch kreeg geen behoorlijke bloemkool. Wel kon hij kleine voor hem onverkoopbare bloemkooltjes krijgen, die hij echter niet heeft geaccepteerd. v. Marle deelde mij hierbij nog mede de Graaf niet eerder te hebben kunnen betalen, omdat de bewuste nota in verband met prijsoverschrijding bij den prijzen-commissaris berustte.
De getuigen W. v. Smeerdijk, P. Karsten, J. Biesheuvel, die hedenmorgen aan van Marle handel toezegden hebben vermoedelijk deze toezegging gestand gedaan.
(w.g.) [Handtekening, Steenbutz?]
[Onderaan links:]
Den Heer Bedrijfschef
[Gezien-teken/paraaf]
[Onderaan rechts:]
J. de Graaf [?]
afwachtend.
op 29/11-41 [Paraaf]
N° 37/128/1 M. 1941 29/11 Dit document is een ambtelijk verslag over een incident op de Centrale Markt (C.M.) in Amsterdam. De kern van de zaak is een conflict tussen een handelaar (S. de Graaf) en een koper (Van Marle).
In de vroege ochtend intervenieert de rapporteur om een vroege transactie buiten de reguliere openingstijden toe te staan. De Graaf weigert echter te leveren voordat een oude schuld is voldaan. Later die ochtend beklaagt Van Marle zich dat hij na betaling van de schuld slechts minderwaardige ("onverkoopbare") bloemkool aangeboden kreeg.
Cruciaal in het verslag is de melding dat de eerdere betaling vertraagd was omdat de bewuste factuur bij de Prijzencommissaris lag wegens een "prijsoverschrijding". Dit duidt op een onderzoek naar prijsopdrijving of woekerprijzen door de handelaar. De getuigenissen van Smeerdijk, Karsten en Biesheuvel dienen om de toezeggingen van die ochtend te bevestigen. Het document dateert uit november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de voedselvoorziening strikt gereguleerd via een distributiestelsel en prijsbeheersing om de zwarte markt tegen te gaan.
De "C.M." verwijst naar de Centrale Markthal aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam, het hart van de groothandel in groenten en fruit. De vermelding van de Prijzencommissaris is kenmerkend voor de oorlogstijd; deze instantie hield streng toezicht op de maximumprijzen. Handelaren die probeerden hogere prijzen te vragen of kwalitatief slechte waar voor de hoofdprijs te verkopen, riskeerden zware sancties. Dit verslag diende waarschijnlijk als basis voor een tuchtrechtelijke of administratieve maatregel tegen handelaar De Graaf.