Archiefdocument
Origineel
Vrijdag 25 Augustus 1939 Rapport betreffende aanvraag
vergroting standpl A C de Goede.
Naar aanleiding van een door mij ingesteld
onderzoek deel ik U het volgende mede.
In mijn vorig rapport d d 23/2 39 heb ik
mijn meening over deze standplaats reeds gezegd.
De Heer Warbaar heeft tegen deze verplaatsing
geen enkel bezwaar.
In perceel 91 is echter gevestigd een slagerij
behoorende aan den Heer G v. Hoek.
Deze winkelier heeft echter tegen het plaatsen
van een bloemenstandplaats tusschen percelen
89 en 91 zeer groote bezwaren en wel de volgende.
Genoemde winkelier heeft eenige knechts in dienst
die met rijwielen de bestellingen wegbrengen
deze rijwielen mogen niet op het trottoir staan
dus moeten geregeld naar binnen worden
gereden. Nu vraagt genoemde winkelier zich af
waarom er dan wel een bloemenstal voor zijn
deur mag staan, waardoor de kans bestaat
dat wanneer er eenige menschen voor de bloemenstal
staan, de toegang tot zijn zaak versperd is.
Ook beweerde deze winkelier dat de Goede zeer Dit dagrapport, opgesteld door een controleur van het Amsterdamse Marktwezen, behandelt een conflict over de openbare ruimte. De kern van het geschil is de uitbreiding of verplaatsing van een bloemenstal (van de heer De Goede) naar een plek tussen de percelen 89 en 91.
Hoewel een andere betrokkene (de heer Warbaar) geen bezwaar heeft, tekent de slager op nummer 91 (G. van Hoek) fel protest aan. Zijn argumentatie is gebaseerd op een gevoel van onrechtvaardigheid en praktische hinder:
1. Hij dwingt zijn personeel ("knechts") om hun werkfietsen binnen te stallen om het trottoir vrij te houden.
2. Hij vindt het inconsequent dat de gemeente vervolgens wel toestaat dat een bloemenstal de stoep en de toegang tot zijn winkel blokkeert.
3. Hij vreest dat drommen klanten voor de bloemenstal de doorgang voor zijn eigen klandizie fysiek zullen belemmeren.
Het document getuigt van de nauwkeurige wijze waarop ambtelijk toezicht werd gehouden op de indeling van de Amsterdamse straathandel in de jaren '30. Het rapport is gedateerd op 25 augustus 1939. Dit is een historisch beladen moment: exact één week later zou Duitsland Polen binnenvallen, wat het begin van de Tweede Wereldoorlog markeerde. Terwijl de wereldpolitiek op barsten stond, hield de Amsterdamse bureaucreatie zich nog volop bezig met de ordentelijke inrichting van de stad en het beslechten van burenruzies tussen middenstanders.
Het taalgebruik is typisch voor die tijd ("behoorende aan den Heer", "rijwielen", "knechts"). De verwijzing naar het "Marktwezen Amsterdam" herinnert aan een periode waarin de stad een zeer strenge controle uitoefende op standplaatsen en ventvergunningen om de concurrentie tussen vaste winkels en straathandel te reguleren. De genoemde percelen 89 en 91 wijzen op een dichtbebouwde Amsterdamse straat, waar elke vierkante meter trottoir kostbaar was voor de bedrijfsvoering. A. Engelen C. de Goede G. van Hoek Marktwezen