Zakelijke brief / Bevestiging van voorraad.
Origineel
Zakelijke brief / Bevestiging van voorraad. 4 januari 1941. De Directeur (vermoedelijk van het koelhuis op de Centrale Markt). Den Heer Directeur van den Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening, Amsterdam. Extra (handgeschreven)
HG.
den Heer Directeur van den Centralen
Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening
Van Reigersbergenstraat 2,
Amsterdam-West.
Wijk 19.
48/1/1 M.
4 Januari 1941.
Ter voldoening aan een door Uw administratie telefonisch
gedaan verzoek heb ik de eer hiermede te bevestigen, dat op 31 De-
cember 1940 in het koelhuis op de Centrale Markt voor Uw rekening
waren opgeslagen:
125 doozen rozijnen opslag no.9817
75 kisten rozijnen opslag no.9804.
De Directeur, Het document is een schriftelijke bevestiging van een voorraadstand per 31 december 1940. Op verzoek van de administratie van de 'Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening' bevestigt de directie van de opslagfaciliteit (het koelhuis op de Centrale Markt in Amsterdam) dat er op dat moment 125 dozen en 75 kisten rozijnen opgeslagen lagen onder specifieke opslagnummers.
De toon is formeel-ambtelijk ("heb ik de eer hiermede te bevestigen"), wat gebruikelijk was voor zakelijke correspondentie uit die tijd. Het document dient als bewijs voor de administratieve verantwoording van voedselvoorraden. De datum van het document, januari 1941, valt midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De 'Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening' (onderdeel van het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening) was in deze periode verantwoordelijk voor de distributie en rantsoenering van voedsel.
Het feit dat er specifiek melding wordt gemaakt van rozijnen in een koelhuis, wijst op de schaarste en de strikte controle op houdbare producten. De Centrale Markt in Amsterdam fungeerde als het logistieke hart voor de voedselvoorziening van de stad en de omliggende regio. Dergelijke inventarisaties waren essentieel voor de bezetter en de Nederlandse autoriteiten om de voedseldistributie in kaart te houden en zwarte handel tegen te gaan. Rijksbureau
Samenvatting
Het document is een schriftelijke bevestiging van een voorraadstand per 31 december 1940. Op verzoek van de administratie van de 'Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening' bevestigt de directie van de opslagfaciliteit (het koelhuis op de Centrale Markt in Amsterdam) dat er op dat moment 125 dozen en 75 kisten rozijnen opgeslagen lagen onder specifieke opslagnummers.
De toon is formeel-ambtelijk ("heb ik de eer hiermede te bevestigen"), wat gebruikelijk was voor zakelijke correspondentie uit die tijd. Het document dient als bewijs voor de administratieve verantwoording van voedselvoorraden.
Historische Context
De datum van het document, januari 1941, valt midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De 'Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening' (onderdeel van het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening) was in deze periode verantwoordelijk voor de distributie en rantsoenering van voedsel.
Het feit dat er specifiek melding wordt gemaakt van rozijnen in een koelhuis, wijst op de schaarste en de strikte controle op houdbare producten. De Centrale Markt in Amsterdam fungeerde als het logistieke hart voor de voedselvoorziening van de stad en de omliggende regio. Dergelijke inventarisaties waren essentieel voor de bezetter en de Nederlandse autoriteiten om de voedseldistributie in kaart te houden en zwarte handel tegen te gaan.