Dienstmededeling / Kennisgeving
Origineel
Dienstmededeling / Kennisgeving 6 mei 1941 De Directeur (waarnemend), in opdracht van de Regeringscommissaris voor Amsterdam. MARKTWEZEN AMSTERDAM.
K.M.No.103. Amsterdam, 6 Mei 1941.
Kennisgeving aan de Ambtenaren
en Werklieden.
------------------------------
Ten vervolge op mijn Kennisgeving No.88 d.d. 23 September 1940
breng ik, in opdracht van den Regeeringscommissaris voor Amsterdam, op-
nieuw en met nadruk onder Uw aandacht, dat het verboden is in den dienst
of bij het gekleed gaan in uniform andere insignes of onderscheidings-
teekenen te dragen, dan die van Regeeringswege zijn verstrekt of voorge-
schreven.
Dit verbod geldt ook gedurende den zoogenaamden koffiedrinktijd
en schafttijd, wanneer het personeel zich in Gemeentelijke cantines of
schaftlokalen ophoudt en in al die gevallen, waarin het personeel zich
vóór, tusschen of na de werktijden ophoudt in gemeentegebouwen.
Bij overtreding van dit voorschrift zullen strenge maatregelen
worden genomen.
De Directeur,
[handtekening]
WND. Dit document is een officiële waarschuwing aan het personeel van de dienst Marktwezen in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. De kern van de mededeling is een strikt verbod op het dragen van enig insigne of onderscheidingsteken op het uniform dat niet officieel door de overheid is voorgeschreven.
Opvallende elementen:
* Reikwijdte: Het verbod is zeer breed getrokken. Het geldt niet alleen tijdens de actieve diensturen, maar ook tijdens pauzes (koffie- en schafttijd) en zelfs als men zich voor of na werktijd in een gemeentegebouw bevindt.
* Toon: De toon is dwingend en dreigend ("met nadruk", "strenge maatregelen").
* Autoriteit: De directeur handelt in opdracht van de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam". Dit duidt op de bestuurlijke herstructurering door de bezetter; de democratisch gekozen burgemeester en wethouders waren buitenspel gezet ten gunste van een door de Duitsers aangestelde commissaris (destijds de pro-Duitse Edward Voûte, onder toezicht van Hans Böhmcker).
* Herhaling: Er wordt verwezen naar een eerdere kennisgeving uit september 1940, wat suggereert dat het personeel de regels massaal negeerde of dat de bezetter de controle wilde aanscherpen. Dit document moet worden gezien in het licht van de "gelijkshakeling" van het ambtenarenapparaat en de onderdrukking van passief verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog.
In de eerste jaren van de bezetting droegen veel Nederlanders (inclusief ambtenaren) subtiele symbolen om hun loyaliteit aan het Huis van Oranje of hun afkeer van de bezetter te tonen. Denk hierbij aan ananjers (Anjerdag, juni 1940), munten met de beeltenis van de Koningin, of speldjes met de Nederlandse vlag of de letter 'V' (voor Victorie).
Voor de Duitse bezetter waren deze uitingen van "geestelijk verzet" een doorn in het oog, omdat ze de eenheid en discipline binnen de openbare diensten ondermijnden. Door dergelijke symbolen op uniformen strikt te verbieden, probeerde de bezetter de neutraliteit en volgzaamheid van de ambtenarij af te dwingen. Mei 1941 was bovendien een gevoelige periode: de Februaristaking (februari 1941) lag nog vers in het geheugen, wat leidde tot een significante verharding van het Duitse optreden in Amsterdam.