Getypte brief (doorslag of concept).
Origineel
Getypte brief (doorslag of concept). 29 april 1941. De Nederlandsche Veehouderijcentrale, 's-Gravenhage. Extra
J/HG.
de Nederlandsche Veehouderijcentrale,
Laan van Meerdervoort 84,
's-Gravenhage.
48/2/3 M. 1 29 April 1941.
In antwoord op Uw circulaire No.8611 afd.Gr.vdL d.d. 24
April 1941 heb ik de eer U te doen toekomen het ingevulde formulier
No.8612 Afd.Gr.vdL.
Daar het Koelhuis op de Centrale Markt geen ervaring heeft
in het stapelen van vleesch, zijn in de kolommen I en II aangegeven
de nuttige vloeroppervlakten en inhouden van de diverse ruimten.
Wat de vriescellen betreft verwijs ik naar de opmerkingen, vervat
in de bijlage bij mijn brief No.48/19/2 M. d.d. 11 Juni 1940.
De Directeur, Deze brief is een formeel antwoord van de Nederlandsche Veehouderijcentrale (NVC) op een eerdere circulaire van een overheidsinstantie (waarschijnlijk de Rijksdienst voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd, gezien de afkorting "Gr.vdL", wat mogelijk staat voor Grondstoffen en Voedingsmiddelen voor de Landbouw).
De kern van de brief is de rapportage over de opslagcapaciteit voor vlees. Opvallend is de opmerking dat het personeel van het "Koelhuis op de Centrale Markt" (vermoedelijk in Den Haag) geen ervaring heeft met het stapelen van vlees. Om die reden worden enkel de fysieke afmetingen (oppervlakte en volume) doorgegeven in plaats van de werkelijke opslagcapaciteit in tonnen. De brief verwijst tevens naar correspondentie van vlak na de Duitse inval (11 juni 1940), wat wijst op een langlopende inventarisatie van opslagmogelijkheden. Het document dateert uit april 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de controle over de voedselketen van cruciaal belang. De Nederlandsche Veehouderijcentrale, die al in 1933 was opgericht om de crisis in de veehouderij te bestrijden, speelde onder de bezetter een centrale rol in de distributie en regulering van vlees en vee.
Het inventariseren van koel- en vriescapaciteit was noodzakelijk voor de voedselvoorziening (distributie) en om voorraden aan te leggen voor zowel de Nederlandse bevolking als de Duitse Wehrmacht. De onervarenheid met het stapelen van vlees suggereert dat koelhuizen die voorheen wellicht andere producten opsloegen, nu werden ingezet voor de vleesvoorraad als gevolg van de oorlogsomstandigheden en de centralisatie van de voedselvoorziening.